Column

Hoeveel escapisme is toegestaan aan massagraf Méditerranée?

Leonie BreebaartBeeld Maartje Geels

Maandag maakte deze krant melding van de moord op activiste Miriam Elizabeth Rodríguez Martinez. Haar dochter was vijftien jaar geleden één van de tienduizenden jaarlijkse slachtoffers van Mexicaanse drugskartels. 

Om andere nabestaanden te helpen, richtte Rodríguez een ‘Groep van Vermisten’ op, en dat werd haar dood. Een dood die amper ‘bijzonder’ is, omdat in Mexico vorig jaar alleen al 23.000 mensen door geweld om het leven kwamen - dat is minder dan in Syrië, maar nog altijd onvoorstelbaar veel. 

Dat die doden de krant amper halen, ligt aan de eigenaardige logica van het nieuws, die slachtpartijen alleen nieuwswaardig vindt als ze nieuw zijn. En dat zijn ze niet in Mexico.

Dat het nieuws van Rodríguez’ dood me raakte, komt denkt ik doordat ik er zeven jaar geleden een gigantisch dikke roman over las met de titel ‘2666’, verwijzend naar de onopgeloste moord op 3000 Mexicaanse vrouwen. Hoewel de auteur, Roberto Bolaño, het lot van die vrouwen zo droog beschrijft dat je het gevoel hebt een politierapport te lezen, kan ik onmogelijk nog aan Mexico denken zonder ook te denken aan in de berm gedumpte lijken van jonge vrouwen. Het beeld van zon, taco’s en Azteekse tempels is nogal verbleekt.

Het drama dat zich dagelijks op de Middellandse Zee afspeelt, lijkt in sommige opzichten op dat aan de grens tussen de VS en Mexico - in elk geval voor de nieuwsconsument. Het speelt zich allemaal nú af en ook de aantallen doden en vermisten op zee blijven verbijsterend - dit jaar al meer dan zeshonderd. Ook zijn die cijfers al zo lang verbijsterend dat ze de voorpagina’s amper meer halen.

Literatuur

Hier zou de literatuur kunnen bijspringen en dat doet ze ook. In 2014 al wijdde dit katern een artikel aan romans die van deze getallen mensen maken, ‘Rafaël’ van Christine Otten bijvoorbeeld en ‘La Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer. Vorige week wees Janita Monna op de poëzie van de Palestijns-Syrische Zweed Syriër Ghayath Almadhoun, die zich quasi verontschuldigt ‘omdat we zo schaamteloos waren op te duiken in het journaal’.

Daarmee snijdt hij een vraag aan waar je zelden antwoord op krijgt. De vraag namelijk hoeveel escapisme de toerist zichzelf mag toestaan. Het journaal, dat gaat nog. Mexico, dat is ver weg. Maar zou je zo’n dichtbundel meenemen naar een Grieks eiland? Zou je een roman als ‘2666’ willen lezen over Syrische bootvluchtelingen? Ik niet. 

Dan zou je de Méditerranée (er is een glossy die zo heet) zomaar kunnen gaan zien als het massagraf dat het inmiddels ook is. Niet meer als dat idyllische decor waar je na een jaar werken ook wel eens recht op hebt. Récht op hebt. Dat klinkt vast schandalig gevoelloos. Alsof het recht op escapisme te vergelijken is met het recht op een menswaardig bestaan dat migranten zoeken!

Maar verontwaardiging neemt het probleem niet weg dat deze humanitaire catastrofe zich exact in het gekoesterde vakantiedomein van veel Noord-Europeanen afspeelt. Dat maakt het verleidelijker de ellende niet helemaal tot je door te laten dringen. Misschien na de zomer, maar nu niet.

Met ‘2666’ ben ik eerlijk gezegd ook gestopt toen ik in Italië op de camping naast het zwembad zat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden