Hoera! Maar wat vieren we?

Belang van 'verjaardag' koninkrijk blijkt niet voor iedereen even duidelijk

De tribunes op het Scheveningse strand zaten zaterdag vol en op de boulevard stonden de mensen rijen dik om niets van het spektakel te missen. Honderden figuranten rollebolden eerst nog met elkaar in het rulle zand totdat Huub Stapel, die de uit ballingschap terugkerende figuur Willem Frederik speelde, ten tonele verscheen en de vrede weerkeerde.

De aftrap van de viering van tweehonderd jaar koninkrijk was een vrolijk tafereel waar het publiek, volgens de politie een paar duizend man, veel schik in had. De enige spelbreker was misschien de harde wind die de golven soms wel drie meter hoog opwierp en voorzag van giftige schuimkoppen. Willem Frederik kwam daarom niet aan land met een sloep, dat was onverantwoord, maar met een modern amfibievaartuig van de Koninklijke marine.

Het mocht de pret niet drukken. De kijkcijfers van de uitzendingen van achtereenvolgens de landing, het officiële deel in de Ridderzaal en het Koninkrijksconcert in het Circustheater vielen niet tegen. Het laatstgenoemde deel trok meer kijkers dan 'Holland's got Talent'.

Het publiek was kortom enthousiast, maar waarvoor precies? De toeschouwers in Scheveningen maakten duidelijk dat zij in de eerste plaats kwamen voor koning en de koningin. In de tweede plaats kwamen de meesten voor het schouwspel op het strand.

Premier Rutte begon 's middags het officiële deel van de viering in de Ridderzaal met de zinsnede: 'gefeliciteerd met onze verjaardag'. Het is de vraag of de mensen die buiten op het Binnenhof een glimp probeerden op te vangen van het koningspaar en de 'oude' koningin, ook het gevoel hadden jarig te zijn.

Dat gevoel van jarig zijn dat je viert met gebak, ontbreekt niet alleen aan menige keukentafel, bij koffieautomaten, in klaslokalen en op opiniepagina's, maar kennelijk ook bij politici. Opvallend in de Ridderzaal was het wegblijven van vele Tweede Kamerleden. Aan het programma kon het niet hebben gelegen, want er viel genoeg te genieten. Van de fractievoorzitters hadden alleen Van Haersma Buma, Wilders en Van der Staaij de moeite genomen om naar Den Haag te komen. Oud-politici als Van Agt, Lubbers, Balkenende, Van den Broek, maar ook de breekbare Van Kemenade, begrepen wel het gewicht van de bijeenkomst.

Het Nationaal Comité 200 Jaar Koninkrijk onder leiding van Ank Bijleveld doet zijn uiterste best om het belang van die verjaardag over het voetlicht te krijgen. Behalve dat 30 november het symbolische begin is van tweehonderd jaar monarchie, was die dag achteraf ook het voorzichtige begin van een onafhankelijke eenheidsstaat met bestuurlijke stabiliteit en alle rechten en vrijheden die Nederlanders nu hebben. Dat zou een groot feest en wat meer hartstocht waard zijn.

Het probleem is misschien dat de verjaardag wat lang duurt; twee jaar. Tot eind 2015 hebben we nog vijf feestelijke dagen tegoed. Die 30ste november werd met de terugkomst van Willem Frederik, slechts de kiem gelegd voor een koninkrijk dat met tussenstappen nog twee jaar nodig had om zich te ontwikkelen.

Degenen die zich wel jarig kunnen voelen zijn de liefhebbers van geschiedenis. Vrijdag zagen drie onthullende en goed geschreven biografieën van de koningen Willem I, II en III het licht. Een dag later kon koning Alexander het eerste exemplaar van 'Een nieuwe staat' in ontvangst nemen, een prachtige bundel artikelen over de eerste zeer wankele schreden die het koninkrijk na 1813 moest zetten.

Expositie over Oranjes en hun onderdanen
Hoe kijkt de Nederlandse burger in die 200 jaar tegen het koningshuis aan? Dat is de vraag die het Haags Historisch Museum probeert te beantwoorden in haar nieuwe tentoonstelling 'Landgenoten: Onderdanen en Oranjes 1813 - 2013'.

De tentoonstelling, die bestaat uit een groot aantal speciale objecten en schilderijen uit onder andere het Koninklijk Huisarchief en Paleis Het Loo, begint met de landing van prins Willem Frederick op Scheveningen in 1813 en eindigt bij de kroning van Willem-Alexander.

Toen prins Willem weer terugkeerde, trof hij volgens conservator Robert van Lit een armoedig volk aan. "Hele steden waren ontvolkt en grote delen ervan waren afgebroken. De mensen keken dus wel uit naar een nieuw bewind."

De perceptie van de burgers is in die 200 jaar tijd sterk veranderd. Van Lit: "Willem I was heel persoonlijk; hij heeft heel lang burgers aan huis op audiënties ontvangen. Maar Willem III hield zich liever op de achtergrond en zette liever de bloemetjes buiten. Met de geboorte van Wilhelmina werd zij door koningin Emma als symbool gebruikt om weer in contact te komen met het volk."

Of er voor het koningshuis nog eens 200 jaar inzit, durft de conservator niet te voorspellen. "Maar ik denk dat ze nog heel lang voort kunnen. Ze zijn voorlopig nog niet weg te denken bij het publiek."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden