Hoera! Het minimumloon bestaat 50 jaar (en bewijst nog steeds zijn waarde)

Minister Roolvink van sociale zaken aan de koffie, tijdens een persconferentie in 1969, samen met minister De Block. Beeld ANP

Vijftig jaar geleden voerde Bauke Roolvink, de ARP-minister die uit de vakbond CNV kwam, het minimumloon in. Dat heeft veel goeds gebracht.

Het is feest op de arbeidsmarkt. Het minimumloon viert morgen zijn vijftigste verjaardag. Op 23 februari 1969 werd het eerste wettelijke minimumloon van kracht.

Om dat te vieren brengt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) vandaag een publicatie uit over het laagst toegestane salaris. Sinds zijn geboorte blijkt het minimumloon flink gegroeid te zijn. Destijds bedroeg het minimumtarief dat een werknemer ontving voor een maand werk 611,70 gulden (277,58 euro). Anno 2019 staat dat op 1615,80 euro.

Belangrijker nog dan die absolute toename is de relatieve groei van het minimumloon: de zes procent van de werknemers die minimumloon ontvangt, kan van dat geld vandaag de dag meer kopen dan vijftig jaar geleden. De consumentenprijzen zijn nu 4,8 keer zo hoog als in in 1969, maar het minimumloon is met een factor 5,7 gestegen, berekende het CBS.

De gast die op het feestje niet gemist kan worden, is de vakbond. Arbeidsvoorwaardencoördinator Zakaria Boufangacha van de FNV roemt het minimumloon. Vooral in traditioneel moeilijke sectoren, zoals de horeca, detailhandel en de agrarische sector, komt het van pas. “Wat niet aan de onderhandelingstafel lukt, kan geregeld worden in het minimumloon.”

Anti-Revolutionair

Het was een voormalig vakbondsman die in 1969 verantwoordelijk was voor de invoering van het minimumloon. Voormalig CNV-bestuurder Bauke Roolvink was als lid van de Anti-Revolutionaire Partij minister van sociale zaken. De gedachte: ook werknemers met het laagste loon moeten hun gezin kunnen onderhouden. Daarbij dacht men nog primair aan mannelijke kostwinners. Dat de wet ook van toepassing was op vrouwen, vond Trouw op 22 februari 1969 een apart berichtje waard onder de kop: “Minimum-loon ook voor huishoudelijk personeel”.

Roolvink mag de biologische vader van het minimumloon zijn, de geestelijk vader is moeilijker aan te wijzen. Voor 1969 bestond namelijk al een variant op het minimumloon. Ten tijde van de geleide loonpolitiek spraken werknemers en werkgevers in gezamenlijk overleg af hoe laag de laagste lonen mochten zijn.

De wetswijziging van 1969 was voor Nederlandse arbeiders dan ook geen aardverschuiving. Het betekende vooral dat werkgevers en werknemers niet meer jaarlijks over het minimumloon hoefden te onderhandelen. Het was een verworvenheid van de welvaartsstaat geworden.

Boufangacha: “Zonder minimumloon zouden veel werkgevers bezuinigen op arbeidskosten. Door moordende concurrentie, zeg ik er maar even bij. Het zijn niet allemaal boeven.” Het gevolg volgens de vakbondsman: een race naar de bodem.

Hoogleraar arbeidsverhoudingen Paul de Beer van de Universiteit van Amsterdam beaamt die argumentatie. “Als je het minimumloon afschaft, creëer je een groep die niet van zijn werk kan leven. Het Sociaal en Cultureel Planbureau schreef vorig jaar over werkende armen. Die groep, daar zit het gevaar.”

En Scandinavische landen dan? Daar doen ze het zonder minimumloon, en toch zwerven de arbeiders niet plunderend door de straten. “In Scandinavië reguleren ze de lonen in cao’s”, zegt De Beer. “Dat werkt, omdat vrijwel iedereen daar onder een cao valt. In Duitsland was dat lange tijd ook zo, maar toen het aantal werknemers onder de cao daalde, kozen ze toch voor minimumloon.”

Werkgelegenheid

Genoeg positiefs over de jarige. Het minimumloon heeft ook nare kantjes. Hoogleraar economie en overheidsfinanciën Bas Jacobs van de Erasmus Universiteit wijst op het grote gevaar van het minimumloon: werknemers kunnen te duur worden en hun baan verliezen. Op die manier helpt minimumloon ze juist de misère in.

Maar economen zijn verdeeld over dat effect, zegt Jacobs. “Ik ken studies waaruit blijkt dat een kleine verhoging niet per se leidt tot minder werkgelegenheid. Maar er zijn ook studies die laten zien dat een hoger minimumloon wel tot minder werkgelegenheid leidt.” 

Een ander puntje van kritiek is dat het de laatste decennia ietwat achter is gebleven bij de lonen. Hoogleraar De Beer wijst op een grafiek, waaruit blijkt dat het minimumloon halverwege de jaren tachtig een achterstand heeft opgelopen bij de cao-lonen, die sindsdien niet meer ingehaald is.

Toch eindigt De Beer positief. Het minimumloon heeft nog een subtiel nut, zegt De Beer. “We laten ermee merken dat economische activiteiten onder een bepaald niveau hier geen plaats hebben. Zonder minimumloon zouden we de textielindustrie terug kunnen halen uit Bangladesh. Maar willen we dat?” 

Lees ook

Groen licht voor verdere aanpassing van het minimumjeugdloon

De aanpassing van het wettelijk minimumjeugdloon is een succes, blijkt uit onderzoek van Stichting Economisch Onderzoek (SEO). De arbeidsparticipatie van 18- tot 22-jarigen, om wie de aanpassing ging, is niet noemenswaardig veranderd. 

Twee procent van de huishoudens behoort tot werkende armen

Meer dan 400.000 Nederlandse huishoudens moeten toe met een netto inkomen dat niet hoger is dan 63 procent van het wettelijk minimumloon. Ruim de helft ervan werkt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden