Hoempapa op zijn Noors

„We zijn de gasmasker- en olievatenband uit Noorwegen!” De mannen van Kaizers Orchestra storen zich niet aan hun imago. Onlangs kwam hun nieuwe cd uit.

Keihard geram op olievaten, rondspringende gitaristen in nette pakken en een organist met een gasmasker. Het omschrijft enigszins een live-optreden van de Noorse rockband Kaizers Orchestra. De zeskoppige band wordt geleid door zanger Janove Ottesen, die in het Noors sombere nummers over geweren, maffia en religie zingt. Na hun debuut ’Ompa Til Du Dür’ uit 2001 (letterlijk: Hoempapa tot je er dood bij neervalt) volgden twee studioalbums en een live-cd. Onlangs verscheen hun vijfde cd ’Maskineri’. Gitarist, achtergrondzanger en olievatendrummer Geir Zahl: „We dachten dat we meer vrolijke nummers op het nieuwe album hadden staan, maar mensen zeggen dat ze onze teksten duisterder dan ooit vinden.”

In de kleedkamer van het Paard van Troje in Den Haag zit Zahl onderuitgezakt in een leren bank, een bekertje zwarte koffie in zijn hand. Het was wat laat geworden, de avond ervoor. Vandaar. Maar Zahl praat graag over de kenmerkende zigeunermuziek van Kaizers Orchestra. „Mensen denken dat we veel naar Roemeense folkmuziek luisteren, maar dat is helemaal niet zo.” Opvallend genoeg haalt de band inspiratie uit kerstshows van Disney. „De zeven dwergen speelden dan altijd zigeunermuziek. Wij wilden net als die dwergenband grappige muziek maken. Zelfs mensen die nog nooit een instrument hebben gehoord, zouden dansen op die muziek.”

Op ’Maskineri’ (Machines) heeft de band ’de hysterische hoempapa’ weggelaten. Zahl: „We hebben heel goede nummers in dat genre gemaakt, maar daar waren we nu een beetje klaar mee. Ook hebben we qua volume een stapje teruggedaan. Iedereen wil tegenwoordig dat zijn muziek zo hard mogelijk klinkt. Wie de grootste heeft, zeg maar. Dit keer wilden we minder intensiteit en de nieuwe nummers klinken daardoor organischer, dynamischer en echter.”

De Kaizers voelen niet de behoefte om over te stappen naar het Engels. Zahl: „Het is haast een wiskundige vergelijking: als je in het Engels zingt, heb je meer fans. We geloven daar niet in en denken dat dan het unieke aspect van de band verloren gaat.” De niet-Noorse fans zingen de Noorse teksten overigens net zo hard mee als de fans uit eigen land. „Het is grappig. Wij horen vanaf het podium dat fans de woorden niet goed uitspreken, maar het is een compliment voor de band dat ze alsnog mee willen zingen.”

Ottesen en Zahl schrijven de duistere teksten. De inspiratie halen ze niet uit eigen ervaringen. Zahl: „Waarom maakt Tarantino films over geweld, heeft hij zelf ooit iemand neergeschoten? Waarschijnlijk niet. Op een filmische manier schrijven wij over dingen die wij cool vinden, maar waar we verder geen verstand van hebben.” Met het thema religie in de teksten hebben de bandleden meer raakvlakken. „De generatie voor ons was erg vroom en had veel religieuze regels. Als je liegt, krijg je een zwarte tong en dat soort godvrezende dingen. Wij horen een echo uit die verhalen van onze ouders.” Volgens Zahl is het verlangen naar hulp van bovenaf universeel. „Je gelooft er misschien niet in, maar toch grijp je er naar op dat wanhopige moment. Het idee dat als je je echt genaaid voelt, God de enige is die je kan helpen. Dat is fascinerend.”

De teksten worden live wel eens ondergesneeuwd door het spektakel dat de Kaizers neerzetten met hun olievaten. Die worden overigens met uiterste zorg geselecteerd, voor het perfecte geluid. Zahl: „Onze muziek is erg lichamelijk en vol adrenaline, we rammen nota bene op olievaten. Het is goed als een band zich naar de muziek gedraagt. Een rustige band als Sigur Rós moet niet als een gek gaan rondrennen, dat zou niet werken.”

Over de show van de Kaizers is goed nagedacht. Dansjes lopen synchroon en de hele band draagt dezelfde kleding. „De muziek is heel expressief, dus je kunt niet gewoon in een T-shirtje komen opdraven. We willen de band presenteren als één geheel en dus kwamen we met de pakken. Bovendien moet de zanger niet alle aandacht krijgen, dat wil hij zelf ook niet.” De shows bieden niet veel ruimte voor muzikale improvisatie, maar daar hebben ze ook geen behoefte aan. Zahl: „Wij houden bijvoorbeeld niet echt van jammen met andere bands, dat vinden we saai. Ook niet van lange solo’s tijdens een concert, het tempo moet erin blijven.”

Het Nederlandse en Duitse publiek bestaat volgens Zahl voornamelijk uit stoere, grote mannen. In Noorwegen, waar de band meer mainstream is, komen er juist veel jonge meiden op de concerten af. Daar hebben de Kaizers haast een boybandstatus. „We zien er ook goed uit!”, zegt Zahl zelfverzekerd. „In Scandinavië kent iedereen ons, we staan in de hitlijsten. Daar zijn we iets minder een freak show. Bij onze concerten in Scandinavië zien we meer ’normale’ mensen, zoals studenten en verpleegsters.” Zahl begrijpt goed dat de band in de rest van Europa een bepaald imago heeft. „We zijn de gasmasker- en olievatenband uit Noorwegen!” Dat imago wordt benut om nieuw publiek snel en effectief te prikkelen. Zahl vindt het niet erg dat mensen de Kaizers zo zien, als ze maar beseffen dat er meer is dan alleen die uitstraling.

Noorse artiesten doen het internationaal erg goed. Denk maar aan Röyksopp, Kings of Convenience en Ane Brun. Toch heeft de historische frictie tussen de Scandinavische landen soms nog effect op het succes van de Kaizers. Zahl: „Denemarken volgt ons vanaf het begin. Het Roskilde Festival heeft daar deuren voor ons geopend. In Zweden gaat het wat rustiger, ze houden daar niet heel erg van Noorse muziek.” Volgens Zahl heeft Zweden een bloeiende muziekindustrie waar Noorwegen nog wat van kan leren. „Het fenomeen ABBA bracht een hele creatieve industrie op gang. Ze zijn nu gewoon veel beter op het gebied van muziek, mode en zelfs meubels. Wij Noren hadden olie, dus we hoefden nooit nieuwe dingen te bedenken.”

Met Stavanger als culturele hoofdstad van 2008 komt daar misschien verandering in. „Momenteel worden er concerten op allerlei ongewone plekken georganiseerd.” Daar hebben de Kaizers ervaring mee. Zo speelden ze in 2005 op de besneeuwde rand van de 600 meter hoge fjord ’Prekestolen’. „Dit jaar gaan wij naast een vuurtoren spelen. Drie van ons komen uit het gebied van Stavanger en we gebruiken dat dialect in onze teksten. We zijn een beetje hún band."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden