Hoeder van het recht

interview | afscheid | Als procureur-generaal bij de Hoge Raad was hij een van de hoofdrolspelers in het Nederlandse recht. Maar de publiciteit zocht Jan Watse Fokkens zelden. Ter gelegenheid van zijn afscheid, deze week, blikt hij terug.

Zes standbeelden staan er voor het nieuwe pand van de Hoge Raad in Den Haag. Lange tijd sierden ze het bordes van de oude panden van 's lands hoogste rechtscollege aan het Plein en de Kazernestraat. Nu kijken de zes rechtsgeleerde heren uit over de Korte Voorhout. Hugo de Groot is de bekendste van de zes. Nederland kent vele rechtsgeleerden en waarom nu juist deze zes in 1938 werden uitverkoren, is niet duidelijk.

Welke plaats zou Jan Watse Fokkens, de man die nu afscheid neemt als procureur-generaal bij de Hoge Raad, over honderd jaar krijgen? Een standbeeld, een eervolle vermelding? Een koninklijke onderscheiding heeft hij al, twee zelfs.

Eén ding staat vast; daar zijn vriend en vijand het over eens: Fokkens heeft zich ontpopt tot een hoeder van het Nederlandse recht. Dat deed hij buiten de publiciteit, hij schoof niet veelvuldig aan bij 'Nieuwsuur' of 'De Wereld Draait Door'. In plaats daarvan zocht hij de rust van het gesprek en de kracht van de argumentatie om de kwaliteit van het (straf)recht en de deelnemers in de strafrechtketen overeind te houden en te vergroten.

Waar werd de hand van Fokkens het meest gevoeld? Hij zal zeker de geschiedenisboeken in gaan als de drijvende kracht achter de verruiming van de zogeheten herzieningswetgeving, die regelt dat strafzaken heropend kunnen worden. De aanleiding waren onder meer de Schiedammer parkmoord en de zaak-Lucia de B., zaken die gelden als de grootste gerechtelijke dwalingen in de Nederlandse strafrechtgeschiedenis. Met de hulp van Fokkens zijn deze dwalingen rechtgezet en sinds 2012 kan onder leiding van de procureur-generaal nu ook actief worden gespeurd naar een 'novum', een nieuw argument om een strafzaak te heropenen.

Maar dat was zeker niet Fokkens' enige bijdrage aan het stafrecht. Hij liet bij gelegenheid nadrukkelijk van zich horen als hij vond dat er te zwaar bezuinigd werd op de rechtspraak. En hij wees ook op de risico's van de zogeheten strafbeschikkingen: straffen die niet door de rechters worden opgelegd, maar door het Openbaar Ministerie - vaak gebruikt bij uit de bocht gevlogen voetbalsupporters. De bewijsvoering laat vaak te wensen over, waarschuwde Fokkens.

Hoe staat de rechtspraak er nu voor? Fokkens maakt de balans op. Hij zat 28 jaar bij de Hoge Raad, waarvan tien jaar als procureur-generaal. "Ons recht is goed. Burgers zijn gemiddeld positief over de rechtspraak en in internationale vergelijkingen staan we er goed voor. Je kan denken: wat wil je nog meer? Maar tegelijkertijd zien we dat rechters onvoldoende aan juridische kwaliteit toekomen. Ze hebben te weinig tijd om zich bij te scholen en om met elkaar te brainstormen over hoe we zaken beter kunnen doen. Dit speelt al tien jaar. Tot nu toe gaat het nog goed, maar dat gaat zich op een gegeven moment wreken."

Baart het u zorgen dat ondanks de wens daartoe er nog steeds vrijwel geen allochtone rechters zijn?

"Het zou beter zijn als de samenstelling van de rechterlijke macht een redelijke afspiegeling is van de samenleving. Vaak hoor je, en dat was ook mijn ervaring toen ik aan de Vrije Universiteit werkte, dat voor veel allochtonen de taal een groot probleem is, omdat Nederlands niet hun eerste taal is. En bij rechtspraak is belangrijk dat je heel precies begrijpt wat er staat en schrijft wat je bedoelt."

Gelooft u in juryrechtspraak als oplossing voor dat gebrek aan afspiegeling?

"Je moet je niet te veel voorstellen van lekenrechtspraak. In landen waar met jury's gewerkt wordt, zijn die maar in een heel beperkt aantal zaken actief. Het gros van de zaken wordt gewoon gedaan door een beroepsrechter.

"Juryrechtspraak leidt wel tot meer betrokkenheid van burgers, maar ik denk in alle eerlijkheid dat we het niet zullen krijgen. We hebben het nooit gehad, we hebben geen traditie, geen ervaring en het is niet in de samenleving geworteld. In 1813 hebben we het afgeschaft, nadat we het net drie jaar hadden. Er zijn andere prioriteiten."

Wat zijn die prioriteiten?

"Het is van belang dat de rechtspraak goed is gespreid over het land. Er is discussie geweest over de concentratie van rechtbanken. Ik was daar niet blij mee. De rechtspraak is een deel van de samenleving en moet lokaal zichtbaar zijn. Mensen moeten het gevoel hebben dat de rechtspraak bij hen hoort. Dat wordt naar mijn gevoel onder druk van bezuinigingen te weinig onderkend.

"Belangrijk is dat de snelheid nog wat toeneemt. Uit evaluaties blijkt dat er waardering is voor de rechtspraak, maar het tempo zou wel iets hoger kunnen. We moeten sowieso veel meer investeren in het strafrecht. Cybercrime vraagt om extra inzet, misbruik van internet en terrorisme ook. Maar als er te veel prioriteiten zijn, verliest het woord prioriteit zijn betekenis. Vergelijk het met een spijkerbed, een bed met zoveel spijkers dat je er gerieflijk op kunt liggen. Speerpuntenbeleid is toch echt iets anders.

"Tegen terrorisme moeten we ons zeker op korte termijn wapenen. Mij is opgevallen, toen terrorisme de kop opstak, dat de wetgever in Den Haag meteen al de neiging had om om nieuwe bevoegdheden te vragen. Maar het probleem is vaak dat de bestaande bevoegdheden niet op de juiste wijze worden benut. En dat wordt niet opgelost door nieuwe te bedenken.

"Er moet meer kunnen in de voorfase van terrorisme, zo werd bijvoorbeeld betoogd. Maar volgens het wetboek zijn nu al twee dingen strafbaar: de voorbereiding van ernstige misdrijven en deelname aan een criminele organisatie. Bij die deelname gaat om het oogmerk om misdrijven te plegen. Iemand hoeft dus nog niets gepleegd te hebben. Voldoende is dat iemand iets van plan is - op basis daarvan kun je aanknopingspunten vinden voor verdenkingen. Nieuwe bevoegdheden zijn dus vooral Haagse wensen. Ik denk dat politici ervan uitgaan dat die de mensen vertrouwen geven."

Toen u begon had u een bepaald mensbeeld. Veranderde dat door uw werk?

"Mijn mensbeeld is vooral beïnvloed door de tijd dat ik voorzitter was van de Raad voor de Kinderbescherming. Ik moest bijvoorbeeld tekenen voor de beslissing om mensen uit de ouderlijke macht te zetten. Zo kreeg ik te zien hoe groot het onvermogen van ouders kan zijn en hoe moeilijk het is daar iets aan te doen. Ik heb dossiers gezien waarin de grootmoeder voorkwam én de moeder én de dochter van veertien jaar - en je wist vrijwel zeker dat over een paar jaar ook háár dochter erin voor zou komen.

"Ik geloof niet dat de mens per definitie goed is. Maar de mens is gelukkig ook niet altijd geneigd tot het kwaad. De omstandigheden bepalen vaak wat eruit komt. Ik heb nogal wat zaken gehad van koppelbazen in het zuiden van het land. Die waren behoorlijk crimineel, maar ze konden wel goed organiseren. Als het net iets anders was gelopen, was een van hen wellicht wel directeur bij Philips geworden."

U noemt de fraudezaak bij het ABP, een omvangrijke zaak uit de jaren tachtig, als het meest onbevredigende dossier dat u had. Waarom?"

"Die ABP-zaak heeft mij stevig bezighouden, vlak voor ik naar de Hoge Raad ging. Er was een breed onderzoek en daarin kwam van alles boven waar je niet alleen ethische vragen bij kon stellen, maar waarop je ook een strafrechtelijk etiket kon plakken. Dat onderzoek heeft niet tot veroordelingen geleid en dat vond ik schokkend, want er waren zaken fundamenteel mis.

"In diezelfde periode was er ook een verhoogde aandacht voor mensen die knoeiden met uitkeringen, de steunfraude. Die fraude moet ook niet, daar moet je tegen optreden. Maar als dát wel wordt aangepakt en zoiets als bij het ABP niet, dan wringt dat. Je zag het recent ook weer, rond de bouwfraude: weinig veroordelingen, terwijl je ook op je klompen aanvoelt dat er strafrechtelijk meer aan de hand was."

Welke zaak zal u altijd bij blijven?

"Vooral de verkeerszaken met dodelijke afloop, die hebben mij als rechter persoonlijk het meest aangegrepen. Zoals een zaak van iemand die vier bouwvakkers vervoerde in een busje. De man haalde in en klapte op de andere weghelft op een tegenligger. Vier doden. Die man komt op de zitting in een rolstoel, want hij is verlamd. En hij kan zich niets herinneren. Vier van zijn maten zijn dood en hij weet niet hoe het is gebeurd. De rest van zijn leven moet hij doorbrengen in een rolstoel. We hebben hem schuldig verklaard zonder oplegging van straf. Dat type zaken zal me altijd bijblijven."

undefined

Wat doet de procureur-generaal bij de Hoge Raad?

De procureur-generaal (pg) is een van de hoofdrolspelers in de Nederlandse rechtspraak. De pg legt geen verantwoording af over zijn werk aan de Hoge Raad of aan regering en parlement. Het meest zichtbare deel van zijn functioneren vormen de rechtsgeleerde adviezen die hij geeft aan de Hoge Raad. Die adviezen zijn conclusies in zaken die bij de Hoge Raad aanhangig zijn gemaakt (cassatie). Daarnaast heeft hij nog bijzondere taken zoals de vervolging van ambtsmisdrijven die zijn begaan door leden van de Eerste en Tweede Kamer of ministers en staatssecretarissen. Ook doet de pg onderzoek naar redenen om afgesloten zaken opnieuw voor de rechter te brengen.

undefined

CV

Jan Watse Fokkens, geboren op 8 juli 1946 in Leerbroek, studeerde rechten in Utrecht en promoveerde in 1981 aan de Katholieke Universiteit Nijmegen (nu Radboud Universiteit).

Hij was rechter in Arnhem en raadsheer bij het hof in Den Bosch. In 1988 maakte hij de overstap naar de Hoge Raad der Nederlanden, eerst als advocaat-generaal, de laatste tien jaar als procureur-generaal, een functie die tot de leeftijd van 70 jaar vervuld mag worden.

Fokkens was ook in het onderwijs actief. Zo was hij in deeltijd hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (1990-2011).

'Het is van belang dat de rechtspraak goed over het land is gespreid. Zij moet lokaal zichtbaar zijn.'

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden