Hoed u voor de 'knoet van Chast'!

Cartoonist Roz Chast kijkt terug op de laatste jaren van en met haar ouders

Cartoonisten zijn meestal mannen, zo schreef de Amerikaanse krant The New York Times zo'n tien jaar geleden. En niet zomaar mannen, maar levensangstige mannetjes met eigenaardige fixaties en neuroses. Het stuk ging over grootheden als Art Spiegelman (Maus) en Daniel Clowes (Ghost World) maar als prototype werd Robert Crumb aangewezen; een man die - zo vertelde de film 'Crumb' - opgroeide in een extreem disfunctioneel gezin bij een sadistische vader en contactgestoorde broers. Vandaar later die Fritz the Cat-stripjes vol onooglijke mannetjes met knokige knieën en knobbelvoeten die om zich heen alleen enorme blubberborsten en nog grotere billen waarnemen. Een vorm van ongeremde zelfexpressie die een voorbeeld werd voor nieuwe cartoonisten. Logisch overigens, zo concludeerde The Times, dat vooral zulke eenzelvige nerds zich aangetrokken voelen tot het genre. Niemand anders die de monnikenarbeid van het striptekenen weet op te brengen.

Nu stamt dat artikel van tien jaar geleden, en is de wereld van cartoons en strips in het afgelopen decennium erg veranderd. Niet alleen is uit het 'graphic novel' de nog succesvollere 'graphic memoir' gegroeid, ook zijn de beroemdste literaire strips van de laatste tijd niet meer van mannen maar van vrouwen. Zo vond de Iraanse Marjane Satrapi een groot internationaal publiek voor haar getekende memoires 'Persepolis'. De Amerikaanse Alison Bechdel publiceerde in 2006 met veel succes de autobiografische strip 'Fun Home' over haar moeizame jeugd als dochter van een heimelijk homoseksuele vader, tevens begrafenisondernemer. In eigen land kennen we Barbara Stok die in autobiografische strips opgewekt verhaalt over (een gebrek aan) orgasmen, verliefdheid, burn-out en vergeefse kinderwens. Dat alles in aansprekend naïeve tekeningen: de mond een streepje, de ogen twee puntjes, sliertjeshaar.

Plus deze week verscheen in Nederlandse vertaling een nieuwe mijlpaal in het genre: het heerlijke, grappige, schrijnende 'Kunnen we het niet over iets LEUKERS hebben?' van Roz Chast. De hier nog onbekende cartoonist van The New Yorker, doet in haar memoir verslag van de laatste jaren van en met haar hoogbejaarde ouders Elizabeth en George. Zij: een bazige, rechtlijnige, voormalige onderdirectrice van een basisschool, 'gebouwd als een brandkraan, klein en stevig'. Hij: een extreem onhandige weifelende angstige oud-leraar, een 'kale spriet' die vijf talen spreekt. Allebei zijn ze geboren in 1912 en afkomstig uit die generatie die 'het allemaal veel zwaarder had' ('Jij weet niet wat tegenslag IS!' brult moeder Elizabeth op een van de eerste bladzijden).

Roz Chast maakte in Amerika eerder naam met haar New Yorker-cartoons, spotprenten die volgens kenner en liefhebber Kees van Kooten (zie pagina 26) wel iets hebben van die van 'onze' Pieter Geenen. Chast tekent net als Geenen, aldus Van Kooten, 'kinderlijk eenvoudige figuurtjes' en maakt strips over 'de kleine burger die niet meer weet waar te staan in deze verwarrende maatschappij'.

Maar met de twee jaar terug in Amerika verschenen memoir reikt Chast verder dan dat; het boek is heel persoonlijk, vol zelfspot en scherpte, maar ook liefdevol, ontroerend en verrassend herkenbaar.

Chasts ouders, de Joods-New Yorkse Elizabeth en George zijn zeker nog een generatie ouder dan Pieter Geenens Anton Dingeman en, hoewel non-fictief, heel wat wereldvreemder. In neurotisch getob schijnen ze zo weggelopen uit een Woody Allen-film. Ze zitten ook net zo vol irrationele angsten, maar anders dan bij Woody Allen zijn ze niet van zins om het ergens over te hebben. Met vragen over het hoe en waarom moet je zeker bij de opvliegende Elizabeth (bij man, dochter en leerlingen gevreesd om haar 'blast from Chast') niet aankomen. Getrouwd ben je gewoon, over je naderende dood heb je het niet, en ook over religie kan je beter zwijgen. (Ik ben joods. Papa is joods. Jij bent joods, Klaar. aldus Elizabeth tegen haar dochter). Wat ze wel begrijpen: 'een vaste baan tot je pensioen, wonen in een gebouw met conciërge en geld op de bank zetten'.

George's groeiende verwarring en Elizabeths halsstarrige vasthouden aan alles wat ooit was, leidt niet alleen tot een appartement vol rommel (prachtig zijn de foto's waar alle verzamelingen, van zonnebrillen tot kleurpotloden, worden uitgestald), maar ook tot voortdurende botsingen met haar dochter.

Enig kind Roz ontvlucht de verstikking al als ze 16 is. Ze woont sinds begin jaren negentig met man en kinderen in Connecticut maar de mantelzorg voert haar terug naar Brooklyn waar ze het ook als volwassene amper uithoudt. Temeer daar de ooit fanatiek stoffende moeder nu het decorum langzaam laat varen en er een sluier van viezigheid over alles verschijnt. Als Chasts moeder na een val in het ziekenhuis wordt opgenomen, slaat bij de

dementerende George - die 'behalve tijdens WOII, werk, ziekte en het bezoek aan de wc, nooit eerder van haar gescheiden was' - om de drie uur weer de verlatingsangst toe (zie cartoon).

Chast geeft die permanent op de loer liggende paniek expressief vorm in uitschietende hoofdletters, uitpuilende ogen en tot 'De Schreeuw'-achtige proporties opengesperde monden. De 'graphic memoir' blijkt met zijn dubbele boodschap van tekst en prent bij uitstek geschikt voor zo'n verhaal van angst, aftakeling en verlies, beschreven door een dochter vervuld van tweeslachtige gevoelens.

Zo ver verwijderd van nerdy Robert Crumb was buitenbeentje Roz Chast ook niet, zo begrijpen we uit de tekeningen in het begin van het boek die herinneringen aan haar kindertijd weergeven. Het 'rad van onfortuin' bijvoorbeeld waarop Chast de batterij aan rampen (vriend gedood door plantenpot, buurvrouw overleden aan infectie door mascarastick) opsomt, die haar ouders haar voorhielden.

Maar als het echt pijnlijk wordt - zoals wanneer moeder Elizabeth na het sterven van vader George onwel wordt in de badkamer - vertelt ze dat alleen in woorden. Ontroerend zijn ook de pentekeningen die ze maakt van haar doodzieke slapende, later gestorven moeder. De twee urnen met as staan nu bij haar in de kast, schrijft (en tekent) ze, naast oude schoenen, inpakpapier, een naaimachine, een strijkijzer. 'Het uitstrooien van hun as van een boot klinkt mij even zinnig in de oren als ze ergens in een Starbucks in een prullenbak gooien'. Nu moet Chast iedere keer als ze de kast opendoet even aan ze denken. Af is de relatie nog niet, zeker niet die met haar dominante moeder, maar zelden bracht iemand een eerlijker, roerender eerbetoon aan haar ouders.

Roz Chast: Kunnen we het over iets LEUKERS hebben? Nijgh en van Ditmar; 234 blz. euro 24,50

Werk uit besproken boek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden