Hoe zoek je een vliegtuig op de zeebodem?

Een van de schepen van bodemonderzoeksbedrijf Fugro, dat mee gaat zoeken naar de verdwenen Boeing van Malysian Airlines in de Indische Oceaan. Vlucht MH370 verdween in maart spoorloos.Beeld anp

Het blijft een van de grootste raadsels in de burgerluchtvaart, de totale vermissing van vlucht MH370, deze week zeven maanden geleden. Van de Boeing van Malaysia Airlines en de 239 inzittenden is tot nu toe geen enkel spoor teruggevonden, ondanks vele intensieve zoekpogingen. Vandaag begint een nieuw onderzoek van de zeebodem, een technisch ingewikkeld proces dat wel een jaar kan duren.

Golven tot twaalf meter hoog, Arctische poolwinden en een soms ruim zes kilometer diepe zee met een erg bergachtige bodem. De omstandigheden kunnen bar zijn in het zuidelijkste deel van de Indische Oceaan, waar de MH370 nu wordt vermoed. Het is "erg moeilijk", erkent Martin Dolan, de baas van het Australische agentschap voor transportveiligheid ATSB dat het onderzoek coördineert.

De zoekactie heeft de afgelopen vier maanden stilgelegen. Die tijd is gebruikt om de bodem van het zoekgebied, op zo'n 1800 kilometer ten westen van Australië, in kaart te brengen. De zone is zo'n 60.000 vierkante kilometer - ruim anderhalf keer zo groot als Nederland.

"Op basis van nieuwe analyses van alle signalen die van het vliegtuig binnen zijn gekomen, denken we dat het vliegtuig zuidelijker ligt dan gedacht", zei Paul van Riel, topman van Fugro afgelopen vrijdag tegen nieuwszender BNR. "Ons zoekgebied is steeds zuidelijker geworden."

De afgelopen maanden hebben onderzoekers de zeebodem in kaart gebracht. Een heel ingewikkelde klus volgens Van Riel, omdat de bodem veel reliëf heeft. Zo liggen er hoge bergtoppen onder zee, te vergelijken met de Alpen. "Vulkanen, kloven, het is daar heel erg ruig", vertelt de Fugro-topman, die zei dat het lastig is om een goed beeld van de zeebodem te krijgen.

De zoektocht is vandaag begonnen door het schip PO Phoenix, dat is gehuurd door Maleisië. Het schip heeft een zogeheten 'sleepvis' aan boord die is uitgerust met sonarapparatuur om de zeebodem gedetailleerder in kaart te brengen.

Beeld AFP
Weergave van de apparatuur waarover de Fugro Equator beschikt.Beeld Fugro

Het zal aan een stalen kabel van maximaal tien kilometer lengte achter het schip worden aangetrokken, ongeveer 100 a 150 meter boven de zeebodem. Het zoekt naar voorwerpen met afwijkende vormen, mogelijke wrakstukken van de Boeing. Als er iets op de rotsige en bergachtige zeebodem wordt gedetecteerd, wordt met onderwatercamera's gekeken wat het is.

"Het is alsof je vanaf grote hoogte met een wazige bril naar de bodem kijkt", zegt Van Riel, die de risico's van de ruige bodem schetst voor de 'sleepvis', die 1,2 miljoen euro kost. De kans op beschadigingen is groot. "Wanneer je op 150 meter boven de zeebodem met apparatuur sleept, moet je een goed beeld van de hoogtelijnen hebben, anders loopt je apparaat tegen de bergen op."

De 'sleepvis' is ook uitgerust met een sensor die vliegtuigbrandstof in het water kan detecteren, maar waarschijnlijk is de kerosine na zeven maanden al volledig weggespoeld en verdund door de zeestroming. Toch willen de onderzoekers de kans niet uitsluiten.

De PO Phoenix krijgt later deze maand versterking van twee andere onderzoeksschepen van het Nederlandse Fugro, een bedrijf voor bodemonderzoek. De kosten voor de operatie worden gezamenlijk gedragen door Maleisië en Australië, die elk 48 miljoen euro op tafel leggen.

Beelden van de zeebodem van het zoekgebied die de afgelopen maanden zijn gemaakt. De duidelijk zichtbare bergen en bergkammen onder water vormen een risico voor de delicate apparatuur.Beeld anp

Het onderzoek zal veel tijd kosten, want de schepen kunnen maar 11 kilometer per uur varen met de 'sleepvis' achter zich aan. Het steeds opnieuw keren duurt uren omdat de sonarapparatuur eerst een stuk moet worden opgehaald, om botsingen met onderwaterbergen te voorkomen. Bovendien is het zoekgebied enorm. "Niets van dit alles gaat erg snel", erkent Dolan.

De schepen kunnen maximaal dertig dagen op zee blijven voor ze weer moeten bevoorraden, dat zes dagen varen verderop moet gebeuren aan de Australische westkust in de haven van Fremantle bij Perth.

De Boeing 777-200 van Malaysia Airlines verdween op 8 maart. Het toestel was bij de Maleisische hoofdstad Kuala Lumpur opgestegen voor een vlucht naar Peking, met 239 passagiers en bemanningsleden aan boord, onder wie 153 Chinezen.

Ongeveer een uur na de start maakte het vliegtuig om onverklaarbare reden een scherpe bocht naar links en vermoedelijk daarna nog een, waarna het naar nu wordt aangenomen boven de Indische Oceaan op een zuidelijke koers terechtkwam. Het is waarschijnlijk in zee gestort toen de brandstof op raakte. Het gebied waarin dit zou zijn gebeurd is aan de hand van dataverkeer tussen het vliegtuig en een satelliet bepaald.

"Onze bedoeling is om een zone die hoge prioriteit heeft te doorzoeken, maar we hebben geen idee van de mogelijke vertragingen die we kunnen tegenkomen", aldus de Australische onderzoeksleider Dolan. "Toch zijn we er voorzichtig optimistisch over dat we het toestel zullen kunnen lokaliseren binnen een periode van een jaar".

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden