Hoe zit het nu echt met Bach en de piano?

Mag je Bachs muziek op piano spelen? Het regende ingezonden brieven na het interview met pianist Pierre-Laurent Aimard in Trouw. Voor- en tegenstanders voeren een vurig debat, maar niet altijd met de juiste historische argumenten.

Het lijkt zo simpel: in de tijd van Johann Sebastian Bach (1685-1750) waren er nog geen piano's. Dus Bach heeft de piano niet gekend en heeft er niet voor geschreven.

Hier gaat het al fout. De piano, in 1700 te Florence door Bartolomeo Cristofori uitgevonden, raakte vanaf 1730 meer en meer ingeburgerd in Duitsland, zeker in de streken waar Bach werkzaam was. De eerste Duitse pianobouwer was Gottfried Silbermann. Zijn naam als pianobouwer werd al in 1733 opgetekend. Silbermann en Bach kenden elkaar. In 1768 schreef Bachs leerling Johann Friedrich Agricola dat Bach op een piano van Silbermann had gespeeld en deze prees, maar wel kritiek had op de hoge tonen, die hij te zwak vond. Een kwade Silbermann was het gevolg, maar die ging vervolgens wel aan zijn piano sleutelen. Wanneer deze ontmoeting heeft plaatsgevonden vermeldt Agricola niet, maar het moet tussen 1730 en 1740 zijn geweest.

Johann Nikolaus Forkel, Bachs eerste biograaf, meldt dat de componist later in het paleis van Frederik de Grote te Potsdam op Silbermanns verbeterde piano's heeft gespeeld en toen volledig tevreden was. Ook hiervan weten we de datum niet. Mogelijk was dat omstreeks 1747, een paar jaar voor Bachs dood. Silbermanns drie resterende fortepiano's stammen uit die tijd en zijn inderdaad geperfectioneerde instrumenten. Musicologe Eva Badura-Skoda meent echter dat het al voor 1740 geweest kan zijn dat Bach Silbermanns verbeterde fortepiano's goedkeurde. Volgens haar theorie zou een deel van Bachs latere klavierwerken (mede) voor piano bedoeld kunnen zijn.

Klavecimbel verkocht beter

Nergens blijkt in de partituren dat dit zo is, maar dat zegt weinig: tot het einde van de achttiende eeuw lijkt het uit de titels alsof alle klaviermuziek uitsluitend voor 'cembalo' is geschreven omdat dat zo op de titelpagina staat. Dat gebeurde zelfs bij muziek die alleen op een piano goed kon worden gespeeld (bijvoorbeeld vroege Beethoven-sonates). Dat had een commerciële reden: omdat er nog relatief weinig fortepiano's in omloop waren noemden muziekuitgevers het klavecimbelmuziek. Bovendien zagen achttiende-eeuwers de fortepiano nog niet als een zelfstandig muziekinstrument, maar als een variant van het klavecimbel, met hamertjes. Overigens waren musici lang niet zo gespecialiseerd en puristisch als tegenwoordig en speelde men klaviermuziek op de voor handen zijnde instrumenten: in de kerk op orgel, in de theaters en aan de hoven op klavecimbel en thuis op clavichord of fortepiano.

Natuurlijk hadden Silbermanns fortepiano's een heel andere klank dan onze moderne vleugel: licht en helder als een klavecimbel. Het was echter wél mogelijk er met dynamische schakeringen op te spelen, wat het tokkelmechaniek van het klavecimbel niet of nauwelijks toelaat.

In dit verband is het belangrijk te weten dat er al eeuwenlang een ander toetsinstrument bestond waarop forte, piano, crescendo en decrescendo konden worden gerealiseerd: dat was het clavichord, dat in Bachs tijd in Duitsland een wijde verspreiding kende.

Een clavichord heeft een simpel mechaniek: aan de achterkant van de toets zit een stalen pennetje dat bij de aanslag tegen de snaar slaat. Hoe sterker de aanslag, hoe luider de toon. Dit alles speelt zich wel op dynamisch microniveau af, want een clavichord klinkt fluisterzacht en is daarom voor concertgebruik ongeschikt. Maar het spelen met dynamische expressie was mogelijk.

Bachs zoon Carl Philipp Emanuel schreef in zijn 'Versuch über die wahre Art das Clavier zu spielen' (1753/'62) dat een leerling het clavichord nodig had om te leren expressief te spelen, en het klavecimbel om de vingers sterk te maken. Feit is dat Bachs didactische klavierwerken, zoals de Inventionen, maar ook 'Das Wohltemperierte Klavier' primair voor clavichord geschreven zijn. Ze werden daarop expressief, dus met dynamiek, gespeeld. Wie Bach op de piano speelt maakt dus geen historische fout als hij de dynamische expressie van het instrument benut.

Nieuwe stemming

Een van de lezers meende dat Bachs klavecimbel 'waarschijnlijk de middentoonstemming had'. Daar moeten vraagtekens bij gezet worden. In dergelijke oude stemmingen werden bepaalde veelvoorkomende intervallen rein gestemd, maar andere moesten de tol daarvoor betalen en klonken vals. Daardoor was in de Renaissance en vroege Barok het aantal toonsoorten waarin componisten hun klaviermuziek konden schrijven beperkt.

Bach heeft ongetwijfeld orgels in middentoonstemming of de daaraan verwante Silbermann-stemmingen bespeeld. Maar in zijn tijd werden nieuwe 'temperaturen' ontwikkeld, voorlopers van de moderne gelijkzwevende stemming, waarin alle intervallen licht zwevend zijn gestemd. Dan zijn opeens alle tooncombinaties en toonsoorten bruikbaar, en dat was Bachs ideaal: zie zijn 'Wolhtemperierte Klavier', met Preludes en Fuga's in alle twaalf majeur- en mineur toonsoorten. Bekend is dat hij de Silbermann-stemmingen als onbruikbaar afwees!

Hoe zit het nu met de vraag of Bach op de piano gespeeld mag worden? Dat Bach zichzelf druk zou maken om de instrumentkeus lijkt onwaarschijnlijk: zelf werkte hij immers vioolconcerten van Vivaldi om tot klavecimbelconcerten en eigen cantatedelen tot orgelkoralen. Bewerken was onlosmakelijk verbonden met de barokke muziekpraktijk. Barokmuziek op de piano spelen is ook een vorm van bewerken en wie dat wil verbieden is puristischer dan Bach zelf.

Dat Bachs oeuvre door de enorme kwaliteit minder van de instrumentkeus afhankelijk is dan dat van componisten van het tweede garnituur, is door de eeuwen heen bewezen doordat zijn muziek overeind en bewonderd bleef, de meest uiteenlopende uitvoeringswijzen ten spijt.

Aan de andere kant zijn er musici die zo gegrepen zijn door Bachs muziek, dat zij er zo dicht mogelijk bij willen komen. De oorspronkelijke instrumenten blijken daarbij onmisbare bronnen. Velen verwerpen daarom radicaal het moderne instrumentarium bij het spelen van barokmuziek, zoals klavecinist Gustav Leonhardt. Die zei eens: "Je speelt Brahms toch ook niet op een klavecimbel?"

Andere barokspecialisten, zoals Nikolaus Harnoncourt, blijken bereid en in staat hun bevindingen op de oude instrumenten overtuigend naar de nieuwe (van bijvoorbeeld het Koninklijk Concertgebouworkest) te transplanteren. Het is aan de luisteraar al of niet een keus te maken tussen deze uiteenlopende visies. Die diversiteit maakt Bachs muziek des te rijker.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden