Hoe zit het nou precies met die mestfraude?

25 tot 40 procent van de Nederlandse mest belandt 'in het zwarte circuit', vermoedt het Planbureau voor de Leefomgeving Beeld Hollandse Hoogte / Fred Hoogervorst

Wordt er fraude gepleegd bij het verwerken van mest in Nederland? Die kans is groot, maar niemand weet hoe groot.

In een land met 12 miljoen varkens, anderhalf miljoen koeien en tientallen miljoenen kippen krijg je daar niet alleen vlees, melk en eieren van, maar ook mest. Tientallen miljoenen kilo’s mest per jaar. De vraag wat er met dierlijke uitwerpselen moet gebeuren, verdeelt boeren, burgers en bestuurders. Vooral vermoedens van fraude zorgen voor een geïrriteerde discussie.

Wat is er aan de hand?

In theorie is het eenvoudig: dieren produceren mest, die boeren op een akker kunnen gooien zodat daar het eten voor mensen en dieren kan groeien. Maar te veel mest op een akker is slecht voor de bodem en het grondwater (en dus de volksgezondheid). Daarom zijn er wettelijke normen voor bemesting. Boeren die meer mest hebben dan er op hun land mag, moeten dit afvoeren. Daar zijn flinke kosten mee gemoeid. De Nederlandse boeren kostte het in 2015 naar schatting 500 miljoen euro. Wie geen zin heeft in een dure legale afzet van zijn mest, zoekt naar goedkopere illegale wegen. Dat is misschien menselijk, maar wel frauduleus.

Dit voorjaar publiceerde het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) een evaluatie van het mestbeleid van de Nederlandse regering. Daarin werd de inschatting opgenomen dat 25 tot 40 procent van de Nederlandse mest ‘in het zwarte circuit’ zou zitten. In het deze maand gepubliceerde Nationaal Dreigingsbeeld 2017 van de politie wordt mestfraude zelfs geschaard onder de noemer ‘georganiseerde criminaliteit’. “Het is relatief eenvoudig om fraude te plegen”, aldus de politie.

Een vorm van fraude is rapporteren dat mest is afgevoerd, terwijl dit in werkelijkheid op het land gebracht is. Dat is misschien goed voor het groeien van de gewassen, maar drinkwaterbedrijven merken de gevolgen: ongeveer vier op de tien winpunten van grondwater bevat te hoge doses meststoffen. Het uitzuiveren daarvan wordt steeds lastiger en dus duurder.

En toen?

Na de PBL-publicatie was het huis te klein. Het planbureau sprak eerder wel van ‘overbenutting’ van mest en het risico van fraude, maar de vaststelling dát er gefraudeerd wordt en op welke schaal was nieuw. Het Mesdag-Zuivelfonds vermoedde dat het PBL op een ‘missie tegen de boeren’ was en sprak van een ‘heksenjacht’. Aan staatssecretaris Martijn van Dam werden Kamervragen gesteld: kon hij de cijfers van het PBL bevestigen? Dat kon de staatssecretaris niet, want dat is nu juist het kenmerk van fraude: het voltrekt zich in het verborgene. Kamerlid Rik Grashoff van GroenLinks nam het initiatief voor een rondetafelgesprek over mestfraude tussen de vaste Kamercommissie voor economische zaken en wetenschappers, boeren, controle-instanties en milieuorganisaties.

In de tussentijd vroeg de Kamer het Bureau Onderzoek en Rijksuitgaven (BOR) om het PBL-rapport nog eens onder de loep te nemen. Conclusie van deze second opion: het BOR vindt dat het planbureau de schatting niet kan staven.

Is er dan geen fraude?

Hans Verkerk van brancheorganisatie Cumela hekelt de conclusies van het PBL ten zeerste. “Allereerst baseren zij zich op een 3 jaar oud artikel uit de Boerderij, waarin mijn uitspraken volledig verkeerd zijn geïnterpreteerd en weergegeven. Ik heb louter bevestigd dat ik de geluiden ken dat er wellicht 30 tot 40 procent mest in het zwarte circuit omgaat, maar ik heb nooit gezegd of bevestigd dat dit percentage klopt.”

Bovendien: wat is fraude? Er zijn bij inspecties verschillen aangetroffen tussen de hoeveelheid daadwerkelijk afgevoerde mest en de hoeveelheid die dat zou moeten zijn. Of verschillen tussen het opgegeven gehalte fosfaat in een partij mest en het gemeten gehalte. Is daar opzet in het spel of komt het door een misverstand of een onnauwkeurigheid? “Met het systeem van mestboekhouding is niet te werken”, verzuchtte een varkenshouder vorige week tijdens het rondetafelgesprek in Den Haag. “Een vinkje verkeerd en je bent een fraudeur.” En stikstof kan tijdens een transport vervluchtigen, dan is het ‘verdwenen’ zonder dat de eigenaar het kan verantwoorden. 

Daar staat tegenover dat de politie de afgelopen jaren een aantal keren invallen heeft gedaan bij boeren, transporteurs en andere partijen op verdenking van fraude met mest. Maar de kans dat er bij een mesttransport een onregelmatigheid wordt vastgesteld is klein. Tot hun verbijstering hoorden Kamerleden vorige week van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit dat die vorig jaar 1230 mesttransporten heeft gecontroleerd. Dat lijkt heel wat, maar op een totaal van 900.000 vrachtwagens mest per jaar betekent dat dat 99,9 procent van de transporten niet gecontroleerd wordt. Die geringe pakkans kan fraude aantrekkelijk maken, maar door de weinige inspecties is er ook niets te zeggen over de omvang van fraude. Niemand die het weet.

En de schattingen dan?

Van een vertegenwoordiger van het Centraal Bureau voor de Statistiek wilde de Kamercommissie weten of de methode van het Planbureau voor de Leefomgeving om te komen tot een schatting van mestfraude ‘plausibel’ was. Ja, vond de man van de statistiek. Het CBS houdt bij hoeveel mest er in Nederland wordt geproduceerd. Dat daarbij soms opvallende verschillen aan het licht komen tussen ‘papier’ en ‘werkelijkheid’, zei de statistiekman, is ‘vreemd’. “Dan kun je vermoedens van fraude hebben, maar daar doet het CBS geen onderzoek naar.”

Wat nu?

“Met het bestaan van mestfraude zijn wij bekend”, zei een woordvoerder van boerenbelangenorganisatie LTO Nederland dit voorjaar in Trouw. “Wij proberen het te voorkomen.” Volgens de woordvoerder zijn de mestnormen in Nederland zo streng, dat gewassen te weinig mest krijgen om goed te groeien. “Boeren willen liever niet onderbemesten. Dat gaat ten koste van de opbrengst.” In een sector waar de marges klein zijn, is de opbrengst belangrijk. Daarom willen varkensboeren ook niets weten van inkrimping van de veestapel - wat volgens natuurorganisaties dé oplossing voor het mestprobleem is. De boeren willen juist dat de mest meer waard wordt (‘het zwarte goud van de toekomst’), bijvoorbeeld als bron van energie. Bij een betere prijs wordt het gemakkelijker om de regels te volgen. Die regels moeten ook een stuk eenvoudiger, vinden de boeren, zodat ‘per ongeluk frauderen’ wordt voorkomen.

De NVWA heeft strengere controles aangekondigd - binnen de beperkingen van het budget. En als de Kamer vindt dat er meer geld moet komen voor inspecties moet ze dat vooral aan de staatssecretaris laten weten, want die gaat erover. Deze week debatteert de kamer met Van Dam over mest, mestfraude en watervervuiling.

Bij het rondetafelgesprek in Den Haag schudde voorzitter Jan van Hoof van de stichting Mens, Dier en Peel vorige week wanhopig het hoofd. “Maakt het echt uit, tot drie cijfers achter de komma, hoe groot die mestfraude is?”, vroeg hij zich af. “Het gaat hier om de leefomgeving. Die staat onder druk.”

Lees ook: Waterbedrijven slaan alarm: mest bedreigt drinkwaterwinning
Lees ook: 
Grootschalige fraude met mest trekt wissel op natuur in Brabant en Limburg

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden