Hoe zijn de bevoegdheden verdeeld tussen minister en UWV?

Minister De Geus voert druk uit op de top van het Uitvoerings instituut Werknemersverzekeringen. Topman Joustra en tweede man Cloo moeten opstappen, vindt De Geus. Joustra en Cloo zijn dat echter niet van plan. Het UWV is een zelfstandig bestuursorgaan en staat daarmee wat op afstand van de minister. Wie trekt er eigenlijk aan de touwtjes bij zo'n ZBO? Professor Hendrik Jan de Ru, tevens advocaat bij Al len & Overy, legt uit hoe de machtsbalans tussen de minister en het UWV ligt.

,,Het gaat bij een ZBO altijd om een rechtspersoon met een eigen bestuur, benoemd en eventueel ontslagen door de minister. Per ZBO liggen de verhoudingen anders, afhankelijk van wat er in de wet staat. Een ZBO staat op enige afstand van de politiek. De minister kan generiek beleid maken, maar kan niet op een individueel geval ingrijpen. Dat is een groot voordeel bij heel specialistische, routinematige overheidstaken, zoals het verstrekken van uitkeringen in het geval van UWV of het regelen van studiefinanciering voor studenten door IBG. De minister moet niet voor elk wissewasje naar de Kamer kunnen worden geroepen.''

,,In het geval van het UWV heeft de minister drie redenen voor ontslag tot zijn beschikking. Hij kan alleen ontslaan wanneer de betreffende bestuurder ongeschikt of onbekwaam blijkt, wanneer hij een nevenactiviteit heeft die onverenigbaar is met de functie of vanwege met de persoon van de bestuurder verband houdende redenen.''

Hoewel De Ru niet exact kan aangeven of de minister daarmee al dan niet de macht heeft om in dit specifieke geval tot ontslag over te gaan, is duidelijk dat de macht van De Geus op dit punt allesbehalve ongelimiteerd is. ,,De belangrijkste invloed van de minister zit hem in de bevoegdheid om de begroting goed te keuren'', zegt de advocaat. ,,Als hij die goedkeuring onthoudt, kan het UWV maar beperkte uitgaven doen. Heeft hij de begroting goedgekeurd dan vloeit daar weer een zekere vrijheid voor de UWV-directie uit voort.'' Dat laatste lijkt in deze zaak het geval.

De Ru meent dat het verschijnsel ZBO op gespannen voet staat met de parlementaire democratie. ,,De spil van onze staatsvorm is de ministeriële verantwoordelijkheid. Met een ZBO schakel je die echter deels uit. Toch zie je dat de Tweede Kamer bij problemen de minister toch voor alle aspecten verantwoordelijk wil houden. Dat kan dus niet als voor de ZBO-constructie is gekozen. Het parlement is zich er vaak onvoldoende van bewust dat het bevoegdheden heeft weggegeven.''

Toch stelt De Ru dat een ZBO-constructie heel nuttig kan zijn. ,,Neem De Nederlandsche Bank toen de gulden er nog was. Je moet er niet aan denken dat de minister van financiën directe leiding had gegeven. Dan zou hij voor de verkiezingen bijvoorbeeld geld kunnen bijdrukken.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden