Hoe zielig is de ziel?

Kunnen wij vanuit puur menselijk perspectief bepalen of de ziel, eenmaal door verlossing vrij geraakt van de ervaring van leed en verdriet, hoe dan ook nog wel iets te ervaren heeft? Is de ziel uiteindelijk niet verschrikkelijk zielig? 'Die onsterfelijke ziel (van de Bhagavad-gita) heeft geen weet meer van het lijden van het aardse leven. Maar kan zij dan wel weet hebben van de eeuwige hemelse vreugden?' vraagt VU-docent religies van Zuid-Azië Corstiaan van der Burg zich op 5 mei op deze pagina af. En hij voegt eraan toe: 'Van Teylingen gaat daar vanuit, gelovige als hij is.'

HENDRIK VAN TEYLINGEN

De term gelovige lijkt hier gebezigd in de zin van: iemand die dingen voor waar aanneemt die hij niet zelf ervaren heeft; iemand met wie je niet normaal over de ziel van gedachten kunt wisselen omdat hij met een apriori dienaangaande behept is.

Ik wil graag als gelovige worden aangemerkt, maar dan wel in de etymologische zin van iemand die looft of liefheeft. Ik heb mijn geloof niet ontvangen als gevolg van mak meedraaien met een bedilzieke traditie, noch als gevolg van een blinde sprong in het Licht. Ik ben, langs mystieke weg, van bovenaf gegrepen, zoals tienduizenden met mij. De getuigenissen van zulke gegrepenen komen frappant met elkaar overeen (lees de case-histories in William James' onvolprezen The Varieties of Religious Experience). Juist door die overeenkomst vormen ze een sterke aanwijzing, zo geen bewijs, voor de wetmatigheid, zeg rationaliteit, van hun 'geloofs'-ervaring.

Mystieke ervaringen hebben als hoofdkenmerken: een gevoel van totale ontstijging aan de wereld; vervulling van een heerlijkheid die ieder spoor van pijn en verdriet uit het bewustzijn bant; en een verrukt besef, steevast in tranen en heilige huiver, van overstelping door de liefde van God. Iemand die op grond van zulke ervaringen, alsook door bekendheid met het feit dat anderen eendere ervaringen kennen, van het nadenken erover en het verheerlijken ervan zijn geloof maakt, valt buiten de categorieën van platgepreekte traditie-slaven en blinde Licht-vinken, die het woord 'gelovige' aan een dubieuze betekenis hebben geholpen.

Wanneer tijdens een bovenaardse ervaring de wereld aan de mysticus ontvalt, ook al is dat maar tijdelijk, bevindt hij zich geenszins in een niets. Wat hij beleeft, die onbeschrijfelijke glorie, gaat geest en verstand te boven, zo horen we telkenmale uit zijn mond. Als zijn ervaring inderdaad niet van geest en verstand is, wat mag dan het 'orgaan' zijn dat die ervaring beleeft? Het enige wat overblijft lijkt me de zogeheten ziel. Als nu de onstoffelijke ziel nog omhuld door grofstoffelijk lichaam en fijnstoffelijke geest reeds zulke extatische belevingen van de goddelijke dimensie te beurt kunnen vallen, hoeveel extatischer zal dan haar beleving niet kunnen wezen wanneer ze eenmaal van de benauwende omkluistering door lichaam en geest verlost zal zijn?

De Vedische zijnsleer onderscheidt van grof naar subtiel een volgende rangorde: 1. het lichaam (deha), voertuig van de ziel; 2. de zintuigen (indriyani); 3. de geest (manas), die de zintuiglijke indrukken opvangt en daar met associatie-slingers van gevoelens en gedachten op reageert; 4. het verstand (boeddhi), dat deze woelingen analyseert en afhankelijk van de macht die het over geest en zinnen heeft de teugel over ze voert; 5. het uiterst subtiele ego (ahankara), waardoor de ziel zich met verstand, geest, lichaam en zinnen vereenzelvigt; en 6. de goddelijke ziel, door wier onvergankelijke energie het lichaam beweegt, de zinnen indrukken opdoen, de geest woelt en wikt, het verstand peilt en beschikt en het ego haar in die activiteiten verstrikt. Deze analyse wordt geacht de uitkomst te zijn van levenslange meditatie van yogi's en zieners, die ieder voor zich tot dezelfde slotsom kwamen. Ze is geen privé-verzinsel.

Over de ziel zegt de Bhagavad-gita onder meer (2. 29): '“Een wonder!” aldus schouwt er één de zielen. “Een wonder!” zo wordt er door één gefluisterd. “Een wonder!” verneemt op zijn beurt een derde. Een vierde, die 't zeggen hoort, staat verbijsterd.' Ik neem graag aan dat de ziel, door iemand die haar werkelijk schouwt, geen wonder zal worden genoemd indien ze uiteindelijk slechts een niets-ervarend niemendalletje zou zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden