Hoe weten we volgende keer op tijd dat ’t crisis wordt?

Een voorstander van de Robin-Hood-taks demonstreert in Parijs voor een heffing op snelle kapitaaltransacties en hulp aan ontwikkelingslanden met de opbrengst van die heffing. (FOTO AFP ) Beeld AFP
Een voorstander van de Robin-Hood-taks demonstreert in Parijs voor een heffing op snelle kapitaaltransacties en hulp aan ontwikkelingslanden met de opbrengst van die heffing. (FOTO AFP )Beeld AFP

amsterdam – - Gezocht: een betrouwbare thermometer die aangeeft of de wereldeconomie koorts heeft. De tweedaagse top van de G20 die vandaag in Parijs begint, is geslaagd als de twintig landen het eens worden over een betrouwbaar meetinstrument.

De kans dat vervolgens ook een medicijn wordt gevonden als de thermometer te ver uitslaat, is nul.

Frankrijk is dit jaar voorzitter van de G20. Minister van financiën Christine Lagarde treedt op als gastvrouw tijdens de vergadering van collega-ministers van financiën en presidenten van centrale banken.

De sfeer waarin de twintig voor de wereldeconomie belangrijkste landen overleggen, is aanzienlijk relaxter dan bij voorgaande bijeenkomsten. Toen werd sterk de noodzaak gevoeld een antwoord te vinden op de economische tsunami die sinds najaar 2008 over de wereld golfde.

Lagarde heeft de druk wat van de ketel gehaald door te stellen dat komend overleg niet per se besluiten hoeft op te leveren. Dit najaar immers – ook dan weer onder Franse regie – volgt een topoverleg met de staatshoofden.

De landen zijn het erover eens dat ze een set indicatoren moeten vinden om vroegtijdig te bepalen of de onevenwichtigheden in de wereldeconomie zo groot zijn dat een nieuwe crisis dreigt.

Over het gebruik van een van die indicatoren, de lopende rekening, is overeenstemming. Landen met een hoog positief saldo op de lopende rekening – vrijwel altijd het gevolg van een handelsoverschot – lopen een hoog risico op inflatie. Landen met een hoog tekort op de lopende rekening zitten meestal volop in de schulden en hebben ook een handelstekort.

Een positief saldo, zoals bijvoorbeeld China dat heeft, is te prefereren boven een negatief saldo, zoals de Verenigde Staten hebben. Maar op de lange duur is een economische tweedeling in de wereld onhoudbaar en moeten zowel landen met een tekort als landen met een overschot iets doen om in evenwicht te komen.

De indicator staat niet ter discussie, wel de mate waarin een tekort of overschot zich mag voordoen. De VS willen een bandbreedte van 3 procent ten opzichte van het bruto nationaal product aanhouden.

Duitsland en China wensen zich daar niet op vast te leggen. Beide landen verkeren in de gunstige omstandigheid dat zij een overschot op de lopende rekening hebben. Duitsland ziet het vastprikken op een percentage als een ongewenste premie op niet innoveren in de industrie.

Teneinde de verhoudingen wat meer in evenwicht te brengen zou China zijn munt, de yuan, ten opzichte van de dollar moeten opwaarderen. China doet dat, maar volgens de VS in een veel te traag tempo. De VS worden daarin nu bijgevallen door gastvrouw Lagarde. Het vandaag te voeren overleg dreigt op het punt van de valutaverhoudingen een herhaling van zetten te worden.

Mogelijk dat er op twee andere dossiers – voedselprijzen en kapitaalstromen – wel voortgang wordt geboekt.

De Franse president Nicolas Sarkozy heeft al eerder laten weten iets te willen doen aan de almaar oplopende voedselprijzen. Hij wil de speculatie tegengaan die prijsopdrijving tot gevolg heeft. Hoe, is volstrekt onduidelijk.

Wereldbanktopman Robert Zoellick en Pascal Lamy, baas van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) zien een verhoging van de voedselproductie en een voortgaande liberalisering van de handel als beste remedies tegen die oplopende prijzen voor vooral tarwe en rijst, maar ook suiker.

Frankrijk wenst een heffing in te voeren op kapitaaltransacties als rem op het al te snel heen en weer flitsen van kapitaal. Wat er met de opbrengst van die heffing gaat gebeuren, is onduidelijk.

De Fransen, maar ook veel niet aan overheden gebonden organisaties zoals ontwikkelingsorganisatie Oxfam, willen het geld als ’Robin-Hood-taks’ benutten voor milieumaatregelen in ontwikkelingslanden.

De Britten zien de heffing meer als een verzekering tegen omvallende banken.

En Nederland? Minister Jan Kees de Jager van financiën is geen voorvechter van de heffing. Zijn stem wordt de komende twee dagen niet gehoord, want Nederland, de zestiende economie ter wereld, is niet uitgenodigd voor de G20 in Parijs.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden