Hoe werkt ondergrondse opslag van CO2?

De haven in Rotterdam. (ANP)

Kooldioxide (CO2) verdwijnt nu meestal via schoorstenen en uitlaatpijpen in de atmosfeer. Wie wil voorkomen dat dit gas het broeikaseffect versterkt, moet het eerst bij deze uitlaten opvangen en kan het dan ondergronds opslaan, in lege gas- of olievelden bijvoorbeeld.

De technieken die hiervoor nodig zijn, zijn grotendeels bekend. CO2 wordt nu al voor een deel gescheiden van andere uitlaatgassen en dan gebruikt voor frisdranken, of in de glastuinbouw. En oliemaatschappijen pompen het gas in hun olie- of gasvelden om zodoende de laatste restjes brandstof te kunnen winnen.

Maar dat is nog iets anders dan grootschalige opslag. Een kolencentrale van 1000 Megawatt produceert ruim 5 miljoen ton CO2 per jaar. En de kosten van opslag zijn nog erg hoog: 40 à 70 euro per ton. Bovendien gaat bij grootschalige opslag het risico meespelen dat er iets misgaat, dat het gas ongecontroleerd vrijkomt.

Voor de afvang komen met name grote installaties in aanmerking: elektriciteitscentrales, raffinaderijen en de grote chemie. Daar komt wereldwijd ook 60 procent van de CO2 vandaan. Je kunt die CO2 bij de schoorsteen afvangen, of je kunt de brandstoffen al vóór de verbranding van de koolstof ontdoen (en dan verstook je waterstof). Beide processen vereisen wel energie; het rendement van de centrale wordt er 15 à 30 procent slechter van.

Het gas moet vervolgens naar een opslagplaats worden getransporteerd (kost ook energie, maar naar verhouding niet zo veel), waarna het in een (bijna) leeg gas- of olieveld wordt gepompt.

Dit is niet veel anders dan de omgekeerde weg van gaswinning. Aardgas zit opgesloten in een of andere dichte, geologische formatie en komt er pas uit als er een pijp in wordt geboord. Nu wordt het CO2 via een andere pijp teruggepompt, en het blijft daar ook omdat diezelfde geologische formatie als een opslagvat werkt.

Wereldwijd zijn er genoeg van dit soort formaties om de komende decennia alle vrijkomende CO2 in op te slaan. Dan gaat het niet alleen om lege olie- of gasvelden, maar vooral om aardlagen die zijn afgesloten door waterlagen.

Aan de ondergrondse opslag is het risico verbonden dat het gas weer vrijkomt. Bijvoorbeeld omdat er een scheur in de geologische formatie ontstaat, maar die kans is vergelijkbaar met de kans dat ergens spontaan aardgas ontsnapt en die is (weten we uit ervaring) vrij klein. Daarnaast bestaat het risico dat er een breuk bij de inlaatpijp ontstaat.

Kooldioxide is weliswaar niet giftig of schadelijk maar het is zwaarder dan lucht waardoor het gas de zuurstof verdrijft en mensen kunnen stikken. Zoiets is in 1986 in Kameroen gebeurd. Uit de bodem van een meer borrelde, door natuurlijke oorzaak, anderhalf miljoen ton CO²2 op dat in het dal rond het meer bleef hangen. 1700 mensen kwamen om.

De vraag of CO2-opslag op grote schaal zal worden toegepast, hangt af van de maatschappelijke acceptatie van deze risico’s en van de kosten ervan (die lager moeten worden dan de kostprijs van CO2 dat in de atmosfeer wordt gebracht). Daar staat tegenover dat opslag de enige techniek is die op korte termijn de uitstoot van CO2 substantieel kan verminderen.

(\N)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden