Hoe we verslaafd raakten aan aardgas

Een bord met de tekst 'Hier begon de ellende!' staat in een weiland tussen Hoogezand en Sappemeer. Het refereert aan de ontdekking van het Groningse gasveld bij Slochteren op 29 mei 1959.Beeld Kees van de Veen/Hollandse Hoogte

Geen paniek, maar als Nederland in 2050 gasloos wil zijn, moeten we vandaag al beginnen met ontkoppelen. Een instructie in 4 delen. Aflevering 2: als we willen afkicken, is het misschien goed om te weten hoe we verslaafd raakten.

Ze hebben geen idee, de Groningers, als op 22 juli 1959 om 06.33 uur in Kolham, bij het dorpje Slochteren, voor het eerst aardgas wordt aangetroffen. Twee maanden daarvoor is er een boortoren opgericht op het land van boer Boon, die daardoor een deel van de bietenoogst verloren ziet gaan.

De boor gaat draaien, en voor elke meter moet 600 kilo zand, klei en stenen worden verpulverd en naar boven gespoeld. Totdat een diepte van ruim 2,5 kilometer wordt bereikt. De druk loopt snel op en de mannen die de proefboring uitvoeren, kunnen een enorme fakkel boven het bietenveld van Boon laten ontstaan. Een eerste indicatie van de kwaliteit van wat later het Slochterenveld is gaan heten.

In Nederland is aardgas gevonden, en als later blijkt dat de hoeveelheden enorm zijn, trekken zelfs Amerikaanse reporters opgewonden naar het Groningse platteland. Ietwat teleurgesteld vertrekken ze ook weer. Het NTS-journaal brengt misschien het meest veelzeggende beeld: de buurman van boer Boon met naast hem zijn vrouw met een kind op de arm. "Ja wat zal ik d'r van zeggen...? Er ís niet veel over te zeggen."

Met evenveel recht is overigens te stellen dat de geschiedenis van het Groningse aardgas 350 miljoen jaar eerder is begonnen, als Europa in het Carboon is bedekt met tropische moerassen en getijdengebieden. Het is eigenlijk één groot waddengebied. De plantenresten vormen met dierlijke materiaal uiteindelijk een veenlaag die weer wordt afgedekt met zand en grind, aangevoerd door de rivieren. Door de verdamping van de ondiepe zeeën drukken in de loop der eeuwen ook nog dikke zoutlagen op het veen, dat eerst steenkool wordt en later onder aardwarmte lichte olie en gas afgeeft.

Dat borrelt naar boven, de atmosfeer in, maar op sommige plekken wordt het gas tegengehouden door een ondoordringbare laag. In Groningen bijvoorbeeld is het gas opgeslagen in zandsteen met daar bovenop een deksel van ondoordringbare zout. Totdat daar in 1959 de boor op het bietenveld van boer Boon doorheen prikt.

Pas een jaar later blijkt dat het Groninger Gasveld het grootste van Europa is, 35 kilometer lang en 25 kilometer breed, met een oorspronkelijke reserve van 2800 miljard kubieke meter. Die ene put van Boon is overigens nooit in gebruik genomen. Hij lag te onveilig dicht bij de weg.

Pijpencircus 

In 1964 vaart een vreemde vloot door Nederland. Vanaf het vertrekpunt in het Eexterveenschekanaal glijdt de armada van 26 schepen in de jaren zestig langzaam zuidwaarts, met vierhonderd voornamelijk buitenlandse passagiers. Het zijn de werknemers die dwars door Nederland het hoofdtransportnet gaan aanleggen. Want Nederland kan wel de grootste gasbel van West-Europa hebben, hoe komt dat gas naar de huishoudens?

Tekst loopt door onder afbeelding

De NAM locatie Amsweer bij Meedhuizen.Beeld Kees van de Veen

In totaal vier trajecten moeten er komen. Ze worden elk met een snelheid van 1,5 kilometer per dag aangelegd. Vandaar dat de accommodatie van de werknemers moet kunnen 'meebewegen'. De Nederlanders zorgen zelf voor het grondwerk, maar voor het leggen van de leiding en het aaneenlassen van de buizen zijn Amerikanen nodig. Die werken het liefst zeventig uur per week en houden - onder protest - alleen op zondag rust.

De 12 meter lange buizen met een diameter van 90 centimeter komen uit Italië, Duitsland en Groot-Brittannië. Heeft de precisielasser de buizen met elkaar verbonden en liggen ze in de vers gegraven geul, dan komt er een Nederlandse bulldozer om het zaakje toe te dekken.

Het voorttrekkende pijpencircus ontmoet eigenlijk zelden weerstand. Dat komt doordat functionarissen van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (Nam) op brommertjes vooruitrijden om de landeigenaren, vooral boeren, ruim te compenseren: het voorschot hebben ze vaak al in hun binnenzak zitten. Percelen met aardappels kunnen op de hoogste vergoeding rekenen, dus dat jaar telen de boeren vooral piepers.

Aardgasroes 

Maar de stemming is er ook niet naar tegen aanleg van het gasnetwerk te protesteren. Nederland is overdonderd door het Amerikaanse tempo, en in de aardgasroes vol verwachting over de goedkope 'nieuwe brandstof'. En die is nog schoon ook. Binnen tien jaar zal ieder huishouden er van kunnen genieten.

Wat helpt bij de aanleg van deze nieuwe infrastructuur is dat Nederland al sinds de negentiende eeuw gas gebruikt, afkomstig uit olie en steenkolen. In 1847 zijn er 19 stedelijke gasfabrieken, in 1907 al 131 die steeds meer aan particulieren gaan leveren - voor verlichting en koken. Ook levert Schoonebeek al sinds de jaren vijftig aardgas, een bijproduct van de oliewinning. Vóór de komst van de aardgas-armada in de jaren zestig is feitelijk al 70 procent van de Nederlandse huishoudens aangesloten op een vorm van stadsgas.

Maar dat komt van lokale leveranciers. De kunst is dus om het regionale netwerk om te bouwen tot een nationaal, waarbij de pijpen van de Amerikanen als een soort aorta moeten dienen.

Dat aankoppelen is één, maar dan zijn er nog vijf miljoen gas-toestellen die moeten worden omgebouwd of vervangen. Want kolengas is geen aardgas. Overtollige werknemers van de lokale gasfabrieken of uit de Limburgse mijnen die door de opkomst van aardgas worden gesloten, worden door de Amerikanen omgeschoold tot gasfitter; vandaar dat buitenlandse woord voor iets dat heel goed 'installateur' zou kunnen heten. Met mobiele werkplaatsen gaan ze naar de mensen toe, en binnen 4,5 jaar is de klus geklaard. Nu moet de Nederlandse huisvrouw nog leren koken op aardgas.

Tekst loopt door onder afbeelding

Gasverbruik.Beeld ANP

Hoogst mogelijke opbrengst 

Met de exploitatie van die enorme bel aardgas en de sluiting van de kolenmijnen die daarvan het gevolg is, is de Nederlandse staat toe aan een nieuwe samenwerking. Iets wat nu bij de afkoppeling van gas en de ontwikkeling van hernieuwbare energie weer op het programma staat.

Zelf heeft de staat niet de technische en organisatorische mogelijkheden om het aardgas te exploiteren, maar die wil dat ook niet in handen geven van de Nam, die van de multinationals Esso en Shell is.

Minister Jan de Pous laat na onderhandelingen met de markt in de 'Nota inzake het aardgas' vastleggen dat er drie nieuwe ondernemingen ontstaan. Een Maatschap (met 60 procent Nam en 40 procent staat) die gaat over de winning van het aardgas; een transport en verkoopbedrijf, het huidig Gasunie; en een onderneming die zich bezighoudt met te de export van het Groningse aardgas. Alle poten zijn onderling verbonden: ze kunnen niet zonder elkaar. Ze spreken af dat het gas volgens commerciële maatstaven wordt verkocht en de hoogst mogelijke opbrengst voor de nationale economie moet opleveren.

Opgeteld krijgt de staat in deze constructie 70 procent van de aardgaswinst, de bedrijven 30 procent.

Gratis sudderplaatjes 

Het is wel even wennen met dat aardgas nu het koken wat aanpassingen vergt. Aardappelen komen eind jaren zestig plotseling met een bruin korstje op tafel, de spuitjes zijn week, en vlees sudderen: ho maar. De gemeentelijke gasbedrijven delen gratis sudderplaatjes uit, van asbest die de vlammen moeten temperen, maar die veertig jaar later weer verboden worden omdat ze kankerverwekkend zijn.

Kookcursussen, maar ook de verfijning van de afstelmogelijkheden van de nieuwe gastoestellen doen de klachten van het eerste uur verdwijnen. Zeker als de komst van het aardgas allerlei nieuwe producten op tafel brengt. Tomaten zijn nu het hele jaar door te koop, paprika's en courgette veroveren de keuken, en wat is dit? Een avocado! Door het aardgas kan de glastuinbouw werkelijk alles telen, op elk moment van het jaar.

Nederlanders gaan thuis overigens alleen maar méér gas gebruiken. Je kunt er ook mee douchen en er blijkt zoiets als centrale verwarming te kunnen bestaan, waarbij het door gas verwarmde water door de radiatoren stroomt. In de tweede helft van de jaren zestig verviervoudigt de gemiddelde gasconsumptie per huishouden.

Tekst loopt door onder afbeelding

Oud-gymjuf Ine Carels-Fernandes kan zich de opwinding over de aardgasvondst nog goed herinneren.Beeld Maartje Geels

Nieuwe geur 

Oud-gymjuf Ine Carels-Fernandes uit Amsterdam had in de jaren zestig een prachtig Junker & Ruh-gasfornuis, hoog op de poten zodat de wasmand voor haar jonge gezin er nog onder kon. Ze kookte op stadsgas dat in de Westergasfabriek werd geproduceerd door steenkool te verhitten zonder toetreding van zuurstof. "Ik kookte er prima op en herinner me de geur nog goed. Die was namelijk vreselijk!"

Maar toen werd er aardgas ontdekt in Groningen, zegt ze, en ging de gasfabriek dicht. "Ieder gasfornuis werd aan een inspectie onderworpen."Aardgas had namelijk andere verbrandingseigenschappen. "Als je geluk had kon je gasfornuis worden aangepast, als je pech had moest je een nieuwe kopen, al kreeg je wel subsidie."

Met het aardgas kwam er ook een nieuwe geur in huis. "Nog steeds niet lekker, maar aardgas ruikt wat zuurder dan stadsgas."

Voor het overige bleef alles hetzelfde. Van de sterke verhittingsbron waarvoor werd gewaarschuwd, heeft Carels nooit iets gemerkt. "Ja, er is weleens wat aangebrand, maar dat komt in elk huishouden voor."

Ze herinnert zich nog goed hoe er in huis opgewonden werd gesproken over de ontdekking van aardgas en de levering ervan van huis tot huis. "We vonden dat echt bijzonder, al waren we ook verontwaardigd dat we ons eigen gas zo snel exporteerden."

Maar nu lonkt een nieuwe uitdaging: hoe komen we weer van het fossiele gas af? Carels, inmiddels 85: "Ik hoop dat die omschakeling aan mij voorbijgaat. Ik ben er heus niet op tegen, maar elektrisch koken laat ik graag aan mij voorbijgaan. Mijn huidige fornuis is net nieuw!"

Lees ook het eerste deel uit deze serie: Afkicken van aardgas is nog niet eenvoudig

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden