Hoe we daar ooit liepen

Bernard Wesseling schrijft doorleefde rouwpoëzie

Een luid gejuich ging door de schouwburg toen Bernard Wesseling in 2006 de C. Buddingh'-prijs kreeg voor 'Focus'. Die fans hebben lang moeten wachten op de opvolger van dat debuut, want pas onlangs verscheen Wesselings tweede bundel: 'Naar de daken'. Al heeft hij intussen niet stilgezeten: twee jaar geleden verscheen van hem een roman.

'Focus' weerspiegelde een onrustig leven in een snelle tijd, met uitstapjes naar televisie, reclame, het uitgaansleven, google. Wesselings nieuwste bundel is bedeesder, en coherenter dan zijn voorganger. De gedichten doen verslag van het verlies van een dierbare, het afscheid, de rouw die volgt en de woede, en hoe daarna verder te leven. Opvallend genoeg zit er nauwelijks een gedicht bij waarin het verlies er dik bovenop ligt. Uit terloopse regeltjes valt stukje bij beetje op te maken dat iemand er niet meer is. "Het was wel mooi zoals ik had gesproken/ over hoe we ooit door de duinen liepen." Dat dit verwijst naar een toespraak bij een afscheidsdienst, blijkt eigenlijk pas enkele gedichten later: "We praten wat// over mijn woede, indrukken uit de diepte,/ het gezicht dat ik nooit meer te zien krijg."

Ergens zijn Wesselings gedichten wat rommelig, en onhandig. Met regels die fris van de lever op papier gekrabbeld lijken. "Als ik opkijk is het nacht./ De maan verschijnt, het is die uit de kindertijd:/ pips maar bont gemutst." Het beeld is raak, maar de zin is omslachtig, en hobbelende zinnen staan er wel meer in 'Naar de daken'. Net als spreektalige woorden als 'inenen'. Het is de vraag of dat erg is, want Wesseling doet een heldhaftige poging om ín de rouw kruipen. Hij beschríjft geen ontreddering of pijn, maar probeert die van binnenuit te doorgronden.

Hoe wankel het leven is na een groot verlies, wordt treffend geïllustreerd in de zoektocht naar een geloof dat houvast kan bieden. Jehova's getuigen worden aangehoord, hij bezoekt iets wat op een christelijke boekhandel lijkt, waar een man vertelt over Jezus. Waarna een voorzichtige poging volgt een eigen gebed op te zeggen: "'Als ik u was dan -' / Nee, geen dreigementen. Opnieuw. 'Vader aller vaders -'".

Hoogtepunt zijn twee etiquette-gedichten, met adviezen voor de stervende en voor de toekomstige nabestaande. Die spotten natuurlijk met de handboeken die er tegenwoordig voor iedere gelegenheid verschijnen, maar voor het stervensuur was nog geen hand- of etiquetteboek.

Het zijn wrange gedichten, waarbij je haast wegkijkt, omdat de dood zo dichtbij komt. Er volgt harde, en toch ook liefdevolle raad om mens te blijven als dat nauwelijks mogelijk is. Zie dit advies voor de stervende: 'Mocht je nog tot praten in staat zijn, zie dan af/ van spreekwoordelijke gezegdes. Zing liever/ een mopje uit de kindertijd'.

Met 'Naar de daken' levert Wesseling een doorleefde bundel af, met een paar volstrekt onontkoombare gedichten.

Bernard Wesseling: Naar de daken. Querido, Amsterdam; 64 blz. € 17,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden