Hoe, waar en waarom is de EU populair in Europa?

. Beeld Sander Soewargana

In welke lidstaten wordt het meest van de Europese Unie gehouden? In het oosten of westen van het continent, bij de oprichters van het eerste uur of eerder bij de nieuwkomers?

In welke lidstaten Brussel het meest populair is? Daar is geen simpel antwoord op te geven zegt hoogleraar Europese politiek in Oxford Jan Zielonka. “Daarvoor moet je eigenlijk een lange periode heel regelmatig peilingen houden. En die worden nu vaak door de EU zelf geïnitieerd, daarom wantrouw ik ze. Zou u een opinie-onderzoek over het milieu vertrouwen dat is uitgevoerd door aardgasbedrijf Gazprom?”

Toch durfde politicoloog Catherine de Vries het onlangs aan om in haar oratie aan de VU conclusies te trekken over het imago van de EU in verschillende lidstaten. Zij gebruikt daarbij de metafoor van een caleidoscoop. “Net als bij een caleidoscoop, is het beeld dat burgers zich van Europa vormen een weerspiegeling”, zei zij, “een weerspiegeling van de nationale omstandigheden waarin zij zich bevinden.”

Of het goed of slecht gaat met een land bepaalt dus de blik op Brussel. En daarbij lijken inwoners zich niet veel van hun politici aan te trekken. Neem Polen, dat sinds 2004 lid is van de EU. Liggen Warschau en Brussel voortdurend met elkaar op ramkoers, onder ‘gewone Polen’ is de EU enorm populair, merkt de Poolse communicatiewetenschapper Helena Chmielewska-Szlajfer. De voordelen van het lidmaatschap voor Polen – grootste netto-ontvanger van EU-geld - zijn volgens haar heel zichtbaar in het dagelijks leven. “In dorpen en steden is de laatste vijftien jaar veel geld gepompt. Er zijn wegen aangelegd, gebouwen opgetrokken en sportvelden uit de grond gestampt. Je struikelt over de bordjes waar ‘medegefinancierd door de EU’ op staat.” 

In Griekenland – al vanaf 1981 EU-lid - lijkt juist het omgekeerde het geval. Daar staan de meeste politici wel positief tegenover Brussel, maar het grote publiek juist heel sceptisch, zegt Kevin Featherstone, directeur van het Hellenic Observatory in Londen. “Er bestaat een duidelijk verschil tussen de elite en de massa.” 

Aanvankelijk waren de Grieken juist heel enthousiast over de EU. “Ze hadden het gevoel dat ze door het lidmaatschap in het hart van Europa terechtgekomen waren en voelden echt liefde voor de EU.” Het land stond in de jaren negentig bovenaan in de lijst van landen die positief naar Brussel keken. “Nu staat het zelfs lager dan Groot-Brittannië.” Zo’n val in populariteit is niet eerder vertoond, zegt Featherstone, “in geen enkele lidstaat in welke periode dan ook”. Belangrijkste oorzaak is volgens hem de financiële crisis waar de Grieken vanaf 2010 mee te maken kregen en vooral de maatregelen die Brussel daarop trof. “Ze hadden het gevoel dat de bezuinigingen hen van buitenaf werden opgelegd. Ze gingen de EU zien als rigide en ongevoelig.”

Kritiek

Het zat wel meer landen in die tijd economisch tegen. Zo maakten ook de Portugezen een crisisperiode door. Toch kijkt nog altijd 53 procent van de Portugezen positief naar de Europese Unie, van de Grieken is dat slechts 25 procent. Het verschil verklaart Featherstone toch ook uit de opstelling van de Portugese politici destijds. “De regering en oppositie voelden een gezamenlijke noodzaak om uit de crisis te komen en een verantwoordelijkheid om hervormingen door te voeren. In Griekenland overheerste juist het gevoel van slachtofferschap. ‘We worden gedwongen en hebben geen keus’, was de dominante gedachte. Niet alleen in Griekenland maar op de hele Balkan is het gevoel slachtoffer te zijn van internationale machtsspelletjes historisch gezien diep geworteld.”

Wie denkt dat de inwoners van EU-lidstaten die de financiële crisis wél goed zijn doorgekomen ook positief naar Brussel kijken, komt volgens De Vries bedrogen uit. Kritiek op de EU is juist ook te horen in landen als Nederland, Groot-Brittannië en Oostenrijk. “Als het goed gaat met je land, dan denk je eerder dat dit buiten de Europese Unie ook wel zo zal zijn.” Zo valt volgens De Vries te verklaren dat ondanks alles een meerderheid van de Grieken toch liever lid van de EU en de Eurozone blijft, maar een meerderheid van de Britten – in elk geval in eerste instantie - de sprong in het diepe durft te wagen.

De EU is weliswaar niet in alle lidstaten even populair – of ze nu in het oosten of westen liggen, het voor de wind gaat of niet – de Europeanen kijken als geheel wel positiever tegen Brussel aan dan een paar jaar geleden. Zo’n 43 procent is optimistisch, het hoogste percentage van de afgelopen tien jaar. Dat cijfer komt wel van de Eurobarometer, ‘de thermometer’ die de Europese Commissie hanteert om de temperatuur bij de verschillende leden op te nemen. 

Lees ook:

De Haagse liefde voor Europa groeit, maar alleen uit pragmatisme

Lang kon Europa geen goed doen in Nederland, maar inmiddels klinken niet alleen vanuit D66, maar ook vanuit de andere coalitiepartijen sympathiekere woorden. Geen grootse vergezichten, geen hartstochtelijke liefdesverklaring, maar praten over nut en noodzaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden