Interview

Hoe vrijgemaakte slaven uitgroeiden tot de Surinaamse elite

Drie vrije handwerkslieden die een praatje maken en een kappersjongen met zijn hulpje (1839). Beeld Collectie Suriname in kaart gebracht

Voor het eerst zijn de vrijgemaakte slaven in Paramaribo als historisch onderwerp onderzocht. Zij hadden vaak een witte vader als voorouder en groeiden uit tot de elite van Suriname.

Toen Nederland in 1863 de slavernij afschafte, was bijna de helft van de zwarte bevolking in Suriname al vrij. Historicus Karwan Fatah-Black onderzocht als eerste deze bewoners van Paramaribo. Hij doceert aan de Universiteit van Leiden Nederlandse koloniale geschiedenis in de Atlantische wereld. De ‘vrijgemaakten’ hadden vaak een Nederlandse slavenhouder als voorvader. Deze stadselite speelde een voortrekkersrol in de emancipatie en bracht veel bekende Nederlanders voort zoals politica Kathleen Ferrier en nieuwslezeres Noraly Beyer.  

Karwan Fatah-Black Beeld Juliën van Eck

Wat is de kern van uw nieuwe boek ‘Eigendomsstrijd’?

“Het ontstaan van een vrije, niet-witte gemeenschap tijdens de slaventijd. Het vrijlaten heet manumissie. Dat was weggelegd voor de vaak lichter gekleurde concubines, die intiem moesten zijn met meesters. Als hij stierf liet hij hen soms vrij. De tweede groep bestaat uit mannen in het koloniale leger. Die hadden geholpen opstanden neer te slaan en op weggelopen slaven gejaagd. Als beloning kregen zij na hun dienst een stukje land.

U heeft tientallen testamenten bestudeerd van vrijgemaakte slaven uit de 18e en 19e eeuw. Wat staat daarin?

“Het toont wat mensen belangrijk vonden. Wie eindelijk vrij was en een stuk bezit had, wilde dat goed nalaten om de kinderen vooruit te helpen. Bijna niemand kon zelf schrijven, het werd vertaald en met een kruisje getekend. Je kunt de testamenten digitaal inzien bij het Nationaal Archief. Een ex-soldaat schreef bijvoorbeeld: Mijn grond en huis gaan naar mijn nicht en haar kinderen, maar alleen als die door een blanke zijn verwekt.”

Handtekening van een vrijgelaten slaaf in een notarieel boek. Omdat slaven vaak niet konden schrijven, was een kruisje meestal genoeg. Maar deze vrouw, Minerva, kon wel haar handtekening plaatsen. Beeld Nationaal Archief

Het scheldwoord redimoesoe betekent verrader en slaat op de rode muts van de soldaten. Waren het verraders?

“In de ogen van de marrons (gevluchte slaven) wel. Maar met schelden schiet je niet veel op. Deze mensen hadden minder keus dan NSB’ers in de Tweede Wereldoorlog. Het ging om overleven. Nu praten over goed of fout is te makkelijk. Net als alleen maar schrijven over heroïsche opstanden, dat ontmenselijkt.

“Ik heb geprobeerd deze groep vrijgemaakten tot mensen te maken. Zij bouwden ook huizen op hun land voor lotgenoten. In hun testament stond soms dat die gratis mochten blijven wonen.”

U schrijft dat de hiërarchische verdeling tussen slaven en vrijgemaakten nog steeds doorwerkt.

“Historici zijn lang bijziend geweest over slavernij in de steden. Maar die heeft misschien wel meer doorgewerkt dan de plantages. De manumissie was een stabiliserende factor die slaven hoop gaf en hielp slavernij in stand houden. Het kweekte bij vrijgelaten slaven een gevoel van loyaliteit aan de Hollandse meesters. Zij voelden zich vaak beter dan slaven, omdat ze lichtere kinderen hadden van witte eigenaren. Nog steeds is een lichtere huidskleur ‘beter’, en straalt dat gezag uit.”

Wat was de positieve invloed van de vrijgemaakten en hun nakomelingen?

“De groep was tot 1750 best klein, maar tegen het eind van de slavernij in 1863 bestond zij uit wel 15.000 mensen. Die hielpen ook andere vrijgemaakten. Er waren toen nog zo’n 34.000 slaven, vooral op de plantages. De vrijen woonden in een deel van de stad dat nog steeds Frimangron (Land van de vrije mensen) heet.

“Zij vormden later een belangrijk deel van de infrastructuur van Suriname. Ze volgden vaak een hogere opleiding en groeiden uit tot de succesvolle elite. Denk aan namen als Ferrier die belangrijke politici leverden, onder wie Johan Ferrier, de eerste president van Suriname en CDA-politica Kathleen Ferrier, maar ook auteur Cynthia Ferrier (auteursnaam McLeod). Noraly Beyer onderzoekt in een documentaire haar verleden en vertelt over haar voormoeders die overleefden als huisslavinnen en concubines van een witte meester.”

De moeders van de eerste vrijen (1839). Beeld Collectie Suriname in kaart gebracht

Wat vindt u dat er in het toekomstige Nederlandse slavernijmuseum te zien moet zijn?

“Hoe we in rassen zijn gaan denken. Hoe dit systeem het Europese denken veranderde. Internationaal is er een belangrijke nieuwe trend. Steeds meer organisaties zoals universiteiten en verzekeraars maar ook steden zoeken in hun eigen geschiedenis naar hun rol in het kolonialisme en hoe hun rijkdom vergaard is. Het blijkt dat Amerikaanse universiteiten zelf slaven hadden. Engelse slavenhandelaars richtten met hun kapitaal universiteiten op. Rotterdam is met zo’n zelfonderzoek bezig.”

Waarover gaat uw nieuwe onderzoek?

“De Sociëteit van Suriname, een groep heren die vanuit Amsterdam de kolonie bestuurden. Burgemeesters, plantagehouders, bankiers, de grote families die hier rijk van zijn geworden.” 

Wat is de kern van uw nieuwe boek?

“Het ontstaan van een vrije, niet-witte gemeenschap tijdens de slaventijd. Het vrijlaten heet manumissie. Dat was weggelegd voor de vaak lichter gekleurde concubines, die intiem moesten zijn met meesters. Als hij stierf liet hij hen soms vrij. De tweede groep bestaat uit mannen in het koloniale leger. Die hadden geholpen opstanden neer te slaan en op weggelopen slaven gejaagd. Als beloning kregen zij na hun dienst een stukje land.

Lees ook: 

Oud-nieuwslezer Noraly Beyer: Ik kan iedereen aanraden om te leren alleen te zijn

Oud-nieuwslezer Noraly Beyer (72) was in het Amsterdam Museum te zien op de expositie ‘1001 vrouwen in de 20ste eeuw’. Trouw interviewde haar in september in de rubriek ‘Levenslessen’. “Ik was het enige meisje tussen vijf broers.”

Wat moet er in het Nederlandse slavernijmuseum staan?

Amsterdam wil een nationaal museum slavernijverleden. Letter&Geest, de weekendbijlage van Trouw, vraagt specialisten: welk verhaal zou u daar vertellen en welke objecten móeten we zien?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden