Review

Hoe Vrij Nederland zijn voorsprong verspeelde

'Fotografen/journalisten, vijfentwintig jaar fotojournalistiek in Vrij Nederland', door Ursula den Tex. Uitgever: Amsterdam University Press. 148 pagina's, ¿ 49,50.

De fotojournalistiek in Nederland is de afgelopen 25 jaar sterk veranderd en Vrij Nederland heeft daarbij een in het oog springende rol gespeeld. Van een eenvoudige, noodzakelijke illustratie, desnoods alleen gedoogd als verluchtiging bij al die geschreven, zware, serieuze kost, is de foto (maar ook tekening en steeds vaker grafiek) een zelfstandige verschijning geworden. Bij de nieuwe foto gaat het om beelden, waarin gezocht wordt naar opvallende vormen in het detail of in het totaal, eerder dan uitbundig of sec naar de emotie van het nieuwsfeit.

Die boodschap is overgekomen. Ingezonden brief van lezer André Stuyfersant op 8 april van dit jaar in de Volkskrant, naar aanleiding van een foto van de Ronde van Vlaanderen, gemaakt door Hans Heus: “Zenuwachtig sloeg ik de krant open en ... een zeskoloms foto van een macadamweg grijnsde mij tegemoet. Heus had dit jaar gekozen voor het thema 'wegen'. Wat origineel en wat een mooie foto - deze kan zonder moeite in het blad voor wegenbouw geplaatst worden. Het is alleen jammer dat deze foto ontsierd wordt door dat wielrennertje links in de hoek. Ik vraag de sportredactie van de Volkskrant dan ook om dergelijke storende elementen in het vervolg te verwijderen.”

Is dat dan die terloops verloren erfenis van Vrij Nederland? In haar boek maakt voormalig VN-redactrice Ursula den Tex duidelijk dat het niet zo simpel ligt. Er hebben zich in de journalistiek de afgelopen 25 jaar twee gescheiden bewegingen voorgedaan, waarbij Vrij Nederland niet tijdig is overgestapt op de volgende trein. VN had de ruimte voor foto's die een hele pagina met grijze teksten konden dragen, publiceerde die ook, maar had er verder geen beleid voor uitgestippeld. Dat werd op termijn het einde van de voortrekkersrol.

Het boek van Den Tex is vooral interessant, omdat het op journalistieke wijze de positie van de fotojournalistiek bepaalt en niet is geschreven vanuit de - aanvankelijk zo miskende of misdeelde - fotografie. Alles heeft te maken met de ontwikkelingen bij de kranten (en Den Tex noemt het weekblad VN steeds nadrukkelijk 'de krant'), de veranderingen van de jaren zestig buiten op straat, de zich ontwikkelende visie van fotografen die steeds meer verzelfstandigde fotojournalisten werden, en het feit dat de journalistiek zelf minder vrijblijvend werd in de tweede helft van de jaren zestig, waar het boek begint.

Aanvankelijk was Vrij Nederland ook zo'n blad dat noodgedwongen illustraties plaatste, waar je aan kon zien dat de dienstdoende redacteur met twee handen (eerst opzij, daarna van boven en beneden) had bepaald wat er allemaal weg kon alvorens er een adequate, maar minimale illustratie resteerde. Een blad waar je wel wat aan kwijt kon, zeiden fotografen onder elkaar, wetend dat ter redactie een permanente illustratienood heerste, waarbij zonder moeite uit buitenlandse bladen werd gejat in de hoop dat er nooit iemand auteursrechten op zou eisen.

Het verhaal van de foto's in VN begint bij Eddy de Jongh. Hij maakte grote portretten van de mensen die in het blad beschreven of geïnterviewd werden. Hij liet ze recht in de lens keken. Geposeerde foto's, maar ook tegelijk niet ongemakkelijk geposeerd, omdat pasfoto's en familiekiekjes zo ook worden gemaakt. In het boek staan twee voorbeelden van die fotografie, die volstrekt tijdloos zijn geworden: oud-minister Joseph Luns en de schrijver J.B. Charles (prof. W.H. Nagel). Dat zijn portretten die stáán, waarvan sommigen in één oogopslag nog zullen weten dat ze het verhaal erbij hebben gelezen - alleen, waar ging dat over? Maar die foto, jaha, die foto.

VN had eind jaren zestig een opmaak gekregen, waarin de dragende kracht van de foto werd erkend als noodzakelijk glijmiddel om al die bijbehorende letters te kunnen lezen. Dat is, zo vertelt Den Tex, eigenlijk eerder een kwestie van toevalligheid dan van beleid: zonder foto kon het niet. Eind jaren zestig vestigde Vrij Nederland, toen nog een befaamd maar redelijk klein opinieweekblad, tegelijk een naam met politiek-sociale reportages. Het waren de woelige jaren van geëngageerde journalistiek, die ook uit de noodzakelijke illustraties moest blijken. Maar van een voorbeeldig huwelijk tussen journalistiek en fotografie was nog geen sprake.

Voor haar boek heeft Ursula den Tex gesproken met vrijwel alle fotografen die min of meer vast aan VN verbonden zijn geweest. Ze vertellen aanvankelijk over de techniek, de grove korrel, hard zwart en wit, maar dan hebben ze het eigenlijk allemaal al een beetje over de fotografie als kunst of minstens als de journalistieke vorm, die het wat later werd. Gaande de jaren zeventig vloeiden tekst en afbeeldingen harmonieus samen.

Dan gaat het over de topjaren van VN, in beide opzichten. Het blad groeide en bloeide, het was een eer ervoor te werken, de abonnees stroomden toe, er moesten steeds meer vierkante centimeters papier gevuld worden, de onderwerpen lagen voor het opscheppen en VN schepte ze op. En de fotografen konden dat illustreren, in samenspraak veelal, maar zoals zij dat zagen.

De top werd bereikt in de kleurenbijlagen van Vrij Nederland. Dat zijn de beste jaren geweest. Het is knap dat Den Tex dan niet in melancholie vervalt, maar de ontwikkelingen naast elkaar blijft beschrijven en ook duidelijk maakt waar de krant journalistiek tekort begon te schieten. Het waren ook topjaren, omdat de samenwerking tussen schrijvende en fotograferende journalist klopte. Alles klopte. De verhalen over Den Uyl, Van Agt en Lubbers stonden in het gelid bij de foto's van Bert Nienhuis of Hans van den Bogaard. Het was de verdienste van VN, dat er ruimte gemaakt werd om de foto's ook te publiceren.

Het is ongetwijfeld waar, dat VN daarmee de dagbladen uitdaagde minstens na te denken over de functie van foto's in het tv-tijdperk. Foto's beklijven langer dan tv-beelden, zegt Ursula den Tex en ze publiceert werkelijk tientallen voorbeelden die haar gelijk aantonen. Verstilde beelden dikwijls, die allemaal een groot verhaal vertellen, een emotie oproepen, niet van een moment maar van een tijd. Het best, maar dat was niet zo moeilijk, is dat geïllustreerd met de fotocolumn die Willem Diepraam voor VN maakte (we zitten dan al in de jaren tachtig) en waaruit bleek dat de fotograaf zelf journalist was geworden.

Dwars door dat verhaal heen beschrijft Ursula den Tex de problemen van Vrij Nederland, dat een klap mee kreeg van de maatschappelijke vervetting. En het verhaal van de journalist die de fotograaf toch ook weer nooit helemaal serieus bleek te nemen. Dat was toch de man, meestal, die de noodzakelijke illustratie verschafte en verder geen kapsones moest hebben. Wat dat betreft schildert ze gaandeweg ook het beeld van een krant, naarstig op zoek naar z'n wortels in de maatschappij. Ergens, gaande de jaren tachtig, onder Lubbers, veranderde de maatschappij en veranderde VN. En dat net terwijl de dagbladen werk begonnen te maken van de foto's.

Op een kwade dag besefte Bert Nienhuis, dat hij het pad mede had helpen effenen voor een nieuwe generatie fotografen, die zich organiseerde en een rol opeiste. Die dag kon hij ineens niet meer af en toe nog wat kwijt aan Trouw, maar werd er daar en elders ruimte gemaakt voor jongere collega's, die de fotojournalistiek benoemden en er vorm aan gaven. Op die dag bleek ook dat de voortrekkersrol van VN uitgespeeld was. Dat wat daar nog gewoon tegen de deadline ter redactie werd gedaan, bij dagbladen in hoog tempo werd uitbesteed aan specialisten, vormgevers, art-directors, zelfs echte fotoredacteuren. Van die dingen die bij VN nooit zo'n rol hadden gespeeld.

En dat allemaal net in een periode dat Ursula den Tex ook constateert, dat Vrij Nederland inhoudelijk in de minst interessante periode terecht was gekomen, zoals heel Nederland in een hoogst oninteressante periode terecht was gekomen. Lubbers begon echt te bezuinigen, de mannetjesmakerij nam een vlucht, VN zag de lezers weglopen en moest tenslotte de bijlage opheffen en nog verder inkrimpen. Niet dat kranten daar allemaal geen last van hadden, daar hadden ze de VN-trein laten lopen, maar ze waren wel op de volgende gesprongen. De jaren tachtig waren de anti-jaren zestig geworden. En Den Tex constateert dat VN daar ergens, over de schrijvende journalistiek gesproken, de boot heeft gemist. Wat dat betreft gaat het boek van Ursula den Tex nadrukkelijk niet alleen over de rol van VN in de fotografie, maar ook over de historie van het deze week vijftig jaar geleden boven de grond gekomen blad zelf.

Het sympathieke aan dat verhaal is, dat ze er verder niet larmoyant of bitter over doet. Ze constateert het en prijst de mensen die zich leidend, schrijvend en fotograferend het vuur uit de sloffen hebben gelopen. Maar ze constateert het wel. Niet alleen op het punt van de fotografie heeft Vrij Nederland op een kwaad moment de boot gemist.

Dat is wat 'Fotografen/journalisten' vooral tot zo'n uitstekende aanvulling maakt op de geschiedenis van de media in Nederland na de oorlog. Ursula den Tex heeft een onderdeel genomen en beschrijft het geheel. De uitbundige illustraties in het boek zijn de illustraties van dat verhaal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden