Hoe verliefd is de lezer?

Bewondering vol overgave, dat is het verbindende thema van Meijsings stukken

Nog niet zo lang geleden geleden las ik 'Brief aan Vader' van Maarten Biesheuvel. Hij had de brief ook op televisie voorgelezen, half huilend. "Rustig maar Maarten", zei zijn vrouw Eva, ze klopte op zijn knie. Het was een hartverscheurende brief, er stond veel in waar ik ook om moest huilen, en ook iets waar ik over moest nadenken, namelijk dit: "U zei altijd, Vader: 'je moet niet te veel lezen jongen.' Ik heb uw raad niet opgevolgd. Ik heb ongelovelijk veel gelezen en het heeft me weinig goed gedaan."


Er schuilde een tegendraadse waarheid in Biesheuvels zinnen die me aan het nadenken kreeg. Uit alle boeken die in mijn kast staan heb ik misschien vier zinnen onthouden. Eén van Nescio ('zijn reis naar Friesland is altijd onopgehelderd gebleven'), twee van Hermans (omdat ik daar ooit echt mijn best op had gedaan), de slotzin van 'De Avonden' waarvan ik vermoed dat haast iedereen die kent en misschien nog een handvol dichtregels. Wat hebben die boeken me eigenlijk gebracht? Wat moet ik ermee, en waarom lees ik eigenlijk? Dit zijn vragen die ik sindsdien regelmatig stel, zonder dat een definitief antwoord mogelijk lijkt, zoals je je steeds opnieuw kunt afvragen waarom je aan sport doet terwijl je er altijd tegen opziet, of waarom je op zaterdag pannenkoeken eet en nooit op zondag.


In een nieuwe, verrassende bundeling essays en losse stukken van Doeschka Meijsing (1947-2012) komen die vragen over lezen (en schrijven) aan de orde. 'Hoe verliefd is de lezer?' luidt de titel. De bundel is samengesteld en ingeleid door Xandra Schutte, hoofdredactrice van De Groene Amsterdammer en de vroegere vrouw van Doeschka Meijsing. Op het omslag staat een foto van Sophia Loren. Ze zit op de bank met opgetrokken benen, haar ogen neergeslagen, ze leest. Het is een beeldschoon plaatje. Is zij die verliefde lezer? Je verlangt ernaar ook zo te zitten met een boek, het liefst tegenover haar.


De eerste maal dat het woord 'verliefd' valt in het boek is wanneer Meijsing (in een niet eerder gepubliceerd dagboekfragment) vertelt waarom ze schrijft: "Omdat ik verliefd ben op een hand met een vulpen erin die letters en woorden tovert." Meijsing laat in een daaropvolgend essay, getiteld 'Herlezen', mooi zien hoe je als klein kind lezer en schrijver tegelijk bent, namelijk op het moment dat je léért lezen en schrijven. Ze vertelt hoe ze eindeloos woorden en zinnetjes over moest schrijven: Jan, aap, Piet, bus. Een aap, een aap, een aap in de bus. "Ik schreef, moeizaam, maar ik schreef en daardoor, door niets anders, zat er die aap in die bus." Je ziet hem zitten, inderdaad. Je kijkt hem na. Letters, woorden in een bepaalde volgorde, kunnen iets maken, iets veroorzaken. Ik zie die aap in de bus, zoals ik een lift door de lucht zie schieten met een kleine piccolo erin, of uitvreter Japi de Waalbrug af zie stappen terwijl de zon opkomt ('springen kon je het niet noemen, hij was er afgestapt').


De essays in 'Hoe verliefd is de lezer?' gaan niet allemaal over lezen. Bewondering die aanschuurt tegen verliefdheid, dat is eigenlijk het verbindende thema van Meijsings stukken, ze is een verliefde bewonderaar, van Salinger, Vestdijk, Nabokov, maar ook van acteurs als Marcello Mastroianni en Sophia Loren. Kuifje of Kafka, Meijsing bewondert vol overgave, ze wordt ook daadwerkelijk verliefd op schrijvers (dood of levend maakt niet uit), maar nooit dweperig, daarvoor is ze te veel beschouwer en intellectueel. Toch keert de kinderlijke verrukking over de kracht van de verbeelding steeds terug in haar betogen. Meijsing maakt duidelijk dat ze dáárom wil schrijven, maar evengoed daarom wil lezen, nog altijd koestert ze de droom "dat de wereld van het boek in mijn handen een gevecht met mij, de lezer, aangaat waarin ik langzaam maar zeker het onderspit delf. Waarin ik overwonnen word, weggevoerd naar gebieden waarvan ik het bestaan niet vermoed had."


Als Meijsing spreekt over haar grote literaire held Jorge Luis Borges brengt ze een filosofische laag aan op dit idee over de aard van het lezen. Ze betoogt dat Borges in zijn werk op zoek is naar het afbreken van tijd en ruimte. Ze laat zien dat Borges ons voorhoudt dat dit de enige manier is om te lezen: het ruimer maken van de tijd, het doorbreken van de grenzen van eigen lichaam en geest. Ook stelt ze de vraag of er grenzen zijn aan deze vrijheid. Er zijn er talloze onzekerheden. "Moet men veel slapen? Helpt een warm bad?"


Met die laatste twee vragen heb je mij weer bij de kladden: de aap zit weer in die bus en duwt zijn tong tegen de ruit. Momenten van verrassing, verrukking, zintuiglijk en intellectueel: een lezer zoekt altijd naar deze 'epifanie-ervaringen', meent Doeschka Meijsing. "Hoop op geluk, anders kan ik het niet noemen", zegt ze. Vrijheid, verbeelding, hoop op geluk, het zijn woorden die veel willen betekenen. Woorden die nergens anders dan in de literatuur licht en luchtig kunnen zijn, dankzij de stem van de schrijver. Nu moet ik weer aan Biesheuvel denken, aan zijn beroemde verhaal Brommer op zee. "Het is zaak om als het ware luchtigjes over het water te dansen", legt de geheimzinnige brommerrijder uit aan scheepsmaatje Isaäc. Als de brommer aan de horizon is verdwenen staat Isaäc nog lang op het dek, en de volgende dag weer. "Hij wilde vliegen achter de schepen aan of ver weg over de horizon. Zonder dat hij er zelf erg in had begon hij de bewegingen van de vleugels der albatrossen in de lucht na te doen."


Ja, dat wil ik ook, achter de schepen aan vliegen! Noem het verliefd lezen, noem het lezen als een kind, of noem het iets anders, volgens Doeschka Meijsing is het de enige vorm van lezen die de moeite waard is: vrij van tijd en ruimte, voor even. "Literatuur schept illusie waar men bedrogen maar gelouterd uit komt."


Ik ben geneigd Biesheuvel op één punt gelijk te geven: al dat lezen heeft me weinig gebracht in termen van 'nut', of 'opbrengst'. Ik ben niet wijzer, niet gelukkiger, niet menslievender door die boeken, ik geloof dat allemaal niet. Eerder heb ik mezelf een beetje bedrogen. Maar een verliefde lezer, hopend op geluk, dat ben ik wel degelijk. Zo aanstekelijk is Meijsings methodische én hartstochtelijke manier van bewonderen in 'Hoe verliefd is de lezer?', dat je alles volmondig beaamt wat ze zegt, en tja, stiekem ook een beetje verliefd wordt op de schrijfster.


Doeschka Meijsing: Hoe verliefd is de lezer? Samengesteld en ingeleid door Xandra Schutte.


Querido; 312 blz. euro 22,50


Sophia Loren, is zij de verliefde lezer?

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden