Hoe verkoopt Rotterdam nieuwe drugsplannen aan de buurtbewoners?

Voorzitter L. Vreugdenhil van de deelgemeente Hoek van Holland: “We zorgen samen met de GGD en de huisarts al voor de opvang van onze eigen verslaafden. We hebben er hier drie. En als er junks rondlopen in de stad die oorspronkelijk van hier zijn, mogen ze terugkomen. Maar voor de rest willen we niets te maken hebben met de grotestadsproblemen van Rotterdam. We horen wel bij Rotterdam, maar Hoek van Holland ligt 30 kilometer van het stadscentrum. Da's een wereld van verschil.”

Een woordvoerster van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek: “Het plan heeft ons enorm overvallen. Het heeft nogal wat gevolgen die we nog niet kunnen overzien. Zo vragen we ons af wat er gebeurt met lopende projecten. Eind dit jaar zou hier een gesloten opvang komen voor 16 verslaafden die echt gemotiveerd zijn om af te kicken. Dat heeft al een stortvloed aan negatieve reacties opgeleverd. En nu dit weer . . . In Hillegersberg hebben we nauwelijks verslaafden. Ik bedoel, ze zijn er wel maar ze zitten niet hier, maar in andere wijken. We willen best bijdragen aan een oplossing, maar dan moet eerst meer duidelijkheid komen over de gevolgen voor de buurt.”

Een woordvoerster van de deelgemeente Hoogvliet:

“Onze voorzitter was niet aanwezig bij de presentatie van de plannen. We kunnen nog niet reageren.”

J. Verbeek, hoofd openbare orde en veiligheid van de deelgemeente Delfshaven:

“We zijn positief over het plan, omdat het een eind maakt aan de onevenredig zware belasting van deze deelgemeente. Rotterdam telt 3 000 junks en zeker een kwart verkeert dagelijks in Delfshaven, terwijl er 'slechts' 140 hier echt wonen. Er zitten tal van voordelen aan het plan. Voor de bewoners zal de overlast verminderen, terwijl junks beter bereikbaar zin voor de hulpverlening.”

“De verslaafden krijgen een rustiger, geordender leven. Als politieman - ik ben hoofdinspecteur, maar voor twee jaar uitgeleend aan de deelgemeente - weet ik wat voor opgejaagd leven deze mensen leiden. Het experiment van An Verdoold in Spangen heeft bewezen dat als junks tot rust komen, ze beter gaan eten en slapen en daardoor minder gebruiken. Laten we daarom alle energie steken in dit plan. De haalbaarheid staat of valt met de medewerking van de wijkbewoners. Die moeten er van begin af aan bij betrokken worden, dan komt vanzelf de omslag. Ik weet zeker dat mensen zich dan ook verantwoordelijk gaan voelen voor hun eigen buurtjunkies.”

Voorzitter D. Lockhorst van de deelgemeente Charlois:

“Wij doen al heel veel op gebied van dag- en nachtopvang van verslaafden. Ook wat betreft dealpanden zijn we royaal bedeeld. Dat zijn er tussen de 15 en 25. Regelmatig zijn er politie-invallen en aanhoudingen. We slagen er redelijk in de toestand onder controle te houden. We voelen er niks voor om in buurten waar nu geen junk is te bekennen, nieuwe zogenaamd nette dealpanden te openen of verslaafden te huisvesten. Als dat de bedoeling is van dit plan, pas ik daar voor. Laten we de buurten die nu rustig zijn, ook zo houden. Op zich ben ik bereid mee te denken over de uitwerking van het plan.”

“Maar ik heb op één punt grote zorgen: wat gebeurt er met verslaafden die niet in Rotterdam thuishoren en dus niet geholpen worden aan een woning? Ruim tweederde van de junks in deze stad is niet van hier, maar komt van buiten Rotterdam, zelfs van buiten Nederland. Het is een illusie te denken dat die teruggaan naar hun geboorteplek. Met drang en dwang denken ze niet-Rotterdamse verslaafden te kunnen verdrijven. Nou, dan zeg ik: eerst zien, dan pas geloven. Ik vrees dat er een nieuw gedooggebied ontstaat waar junks van heinde en ver op afkomen, met als gevolg dat de toestand binnen de kortste keren vreselijk uit de hand loopt. Hoe ze dat willen voorkomen, is me niet duidelijk.”

Woordvoerder G. de Jong van de politie Rotterdam-Rijnmond:

“De korpsleiding heeft nog geen mening over dit ambtelijke stuk.”

Voorzitter D. Klaassen van de deelgemeente Prins Alexander:

“De plannen bieden een nieuwe methode om drugoverlast tegen te gaan. Het is geen voorstel om de problemen die in bepaalde Rotterdamse wijken heersen, over de stad te verspreiden. Want dat moet je natuurlijk nooit doen. Voor zoiets moet je zo'n ongelooflijk draagvlak hebben. Dan moet er al echt iets in je deelgemeente aan de hand zijn. Pas dan willen mensen echt meewerken, om nog erger te voorkomen.”

“Behalve de bewoners, willen ook de klanten, de junks niet naar elders. Ik krijg geen draagvlak voor de plannen. Op 80 000 inwoners zullen wij natuurlijk zelf ook verslaafden hebben. En verkooppunten, al kennen wij die misschien niet. Maar je moet juist voldoende doen om verloedering te voorkomen. Het kan niet zo zijn dat je een deelgemeente die een vijf scoort wat betreft woon- en leefomgeving, naar een zes probeert te laten halen, door deelgemeenten die een zeven hebben, naar een zesje te laten zakken.”

“Wij zijn niet bereid aan de voorkant de problemen van elders over te nemen. Wel willen we aan de achterkant wat doen, aan de verslavingszorg. Zo krijgen we hier een nieuwe afdeling van het op meervoudig verslaafden gerichte Boumannhuis. Dat gaat prima. Maar voor simpele nachtopvang had ik al te maken met twee kerken vol tegenstanders en een hele procedure om dat voor elkaar te krijgen. En daarbij ging het nog om de minst bedreigende kant.”

Voorzitter J. Eger van de deelgemeente Overschie:

“Wij hebben al verscheidene drugsprojecten in de deelgemeente. Het nieuwe plan wil vooral de problemen van Spangen en Delfshaven 'verdunnen', maar ik vraag me af of dat de oplossing is. Het is ook de vraag of de politie in staat is de problemen voldoende te beheersen, wanneer je ze gaat spreiden. Hier zijn ook al wat problemen met horeca, prostitutie. En het is natuurlijk wel zo: soort zoekt soort. Je weet dus niet hoe groot dat probleem in de verschillende deelgemeenten dan wordt.”

“De plaatsvervangend korpschef heeft op vragen van mij geantwoord dat de politie meegaat in de spreiding. Maar ik ken de politiesterkte binnen Rotterdam en weet hoe ze worstelen om het draaiende te houden. Ik wacht daarom op een goede onderbouwing van dat 'ja' van de politie. Ik heb het uit te leggen aan de bevolking. De uitwerking van deze plannen moet duidelijk zijn, voor we er aan zouden beginnen.”

Ds. Hans Visser, coördinator van de Pauluskerk: “Ik juich de wijkgebonden opvang voor drugsverslaafden toe. Maar de echte losers blijven ook in de nieuwe situatie over. Die zwerven van hot naar her, zijn vanwege hun gedrag nergens onder te brengen. Maar het één hoeft het ander gelukkig niet uit te sluiten. We zien dat ook de gemeente niet terug wil naar junks in portieken, de Perron Nul-achtige toestanden.”

“Dat geeft aan dat de laatste twee jaar een heel behoorlijke consensus in deze stad is ontstaan over verslaafdenzorg. Het inzicht is er, ik denk dat het er straks, vanuit oogpunt van volksgezondheid en openbare orde, vooral op aankomt dat de gebruikerszones geaccepteerd worden. Legalisering van drugs hoeft van mij niet zo, wel moeten we er greep op krijgen. In die zin boeken we een opzienbarende vooruitgang.”

Voorzitter H. van den Brûle van de deelgemeente Feijenoord:

“De gemeente en de GGD dragen fundementele oplossingen aan voor de drugsproblematiek. Alleen daarom al zijn we blij met dit initiatief. Ik denk dat de plannen kans van slagen hebben. De bewoners vragen massaal om dit soort oplossingen. Zeker, ik realiseer me dat wanneer het moment dááá is de directe omwonenden van dergelijke projecten niet blij zijn. Als we het over aantallen hebben, komen we al gauw aan enkele honderden drugsverslaafden die uit Feijenoord komen. Dat zijn er veel, maar wat is mooier dan die mensen een oplossing bieden?”

Annie Verdoold, lid van onder meer de kerngroep Spangen drugsvrij, initiatiefneemster voor een project waarbij een aantal drugsverslaafden in haar wijk in één woning zijn gehuisvest:

“We gaan in Rotterdam de goede kant op. De plannen van gemeente en GGD zijn het proberen waard en het aardige is dat ze ons model volgen. Het belangrijkste is dat de bestuurders eerst met de bewoners praten en dan pas 'doen'. Juist waar het de drugsproblemen betreft zeg ik: 'Je bent Rotterdammer of je bent het niet'. En als je dat bent, moet je problemen niet afschuiven op de mede-Rotterdammer elders in de stad. Eigen verslaafden in de wijk en géén drugstoeristen meer, daar moeten we naar toe. Met een goede controle, dat wel.”

Een woordvoerster van het openbaar ministerie in Rotterdam:

“We kijken het nog even aan. Eén van de criteria voor ons is of er huisdealers worden ingeschakeld en daarvan is nog geen sprake. Pas als de plannen verwezenlijkt zijn, hebben we meer inzichten om tot een oordeel te komen.”

Voorzitter Th. C. M. Eikenbroek van de deelgemeente Noord:

“Ik ben een zeer groot voorstander van de plannen. Een te groot deel van de huidige dealpanden wordt gebruikt door Fransen en in toenemende mate Duitsers. Die panden moeten met wortel en al worden uitgeroeid. In onze deelgemeente zijn de tolerantiegrenzen niet overal gelijk. En de gemeente moet er voor waken dat huisjesmelkers geen kans krijgen. Notoire opstanden mogen niet voorkomen, goed vooroverleg met bewoners is een vereiste. Ik vraag we wel af, of zo'n systeem wel werkt: 'Jij bent geboren in wijk X en als verslaafde moet je daar naar terug'. Menselijk leed werkt niet zo, vrees ik. Toch gaat het de goede kant op. In onze deelgemeente tellen we zo'n tweehonderd verslaafden. Het is niet goed die mensen aanhoudend op te jagen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden