Hoe toegedekt verleden alsnog ontrafeld wordt

Oproep: Onderzoek excessen1945-'49

Welke misstanden begingen onze jongens in Nederlands-Indië in 1945-1949? En welke de Indonesische strijders? Het is tijd voor een alomvattende studie naar het geweld en de ontsporingen, betoogt Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land en Volkenkunde.

Oostindie publiceerde gisteren met zijn collega's van het instituut voor Oorlogs- Holocaust- en Genocidestudies (Niod) en het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) een open brief om het geweld in Indië in de periode 1945-1949 te onderzoeken. "Er is ruimte ontstaan voor een brede studie", vindt hij. Wat is er precies gebeurd? Hoeveel slachtoffers vielen er? Door wiens toedoen? "De opzet is niet te moraliseren, maar vooral om de feiten juist te krijgen en te kunnen begrijpen. Een boek als Loe de Jong schreef over ons koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog, maar dan natuurlijk geen 26 delen dik."

Decennialang is veel onder het tapijt geveegd, vindt hij. Te veel. Want ons verleden in Indonesië lag gevoelig. In militaire kring, bij veteranen. Maar ook bij Indische-Nederlanders, die zo hun eigen beleving hadden van de feiten. "Het duurde gewoon lang voordat er voldoende afstand genomen kon worden."

Ook de politiek was zeer verlegen met het onderwerp. Neem de Excessennota, het officiële onderzoek naar ontsporingen van Nederlandse zijde. Daarin erkent de regering in 1969 dat excessen plaatshadden. Maar premier De Jong onderstreept ook nadrukkelijk dat 'de regering haar opvatting handhaaft dat de krijgsmacht als geheel zich in Indonesië correct heeft gedragen'.

De politieke lijn was daarmee voor lange tijd gezet, heel anders dan de auteurs van de Excessennota zelf verwachtten. "Die dachten: dit is pas het begin van veel onderzoek. De nota was ook binnen een half jaar geschreven."

Uiteindelijk was het minister van buitenlandse zaken Ben Bot die het taboe in 2005 doorbrak. Hij verklaarde publiekelijk dat Nederland aan de verkeerde kant van de geschiedenis had gestaan.

Ook in Indonesië is nu veel behoefte om de feiten boven tafel te halen, zegt Oostindie. Zo is, in samenspraak met het Niod, het initiatief geboren. Waarna ook Defensie aanschoof.

Dat mag je best moedig noemen, prijst Oostindie de bereidheid van het historisch insituut van Defensie NIHM de feiten onder ogen te zien. Niet uit te sluiten is dat nieuwe gruwelijkheden worden geopenbaard. In Indonesië is in ieder geval nog het nodige aan archieven, al is onduidelijk of die geraadpleegd kunnen worden. "Maar je kunt ook getuigen interviewen."

Het project gaat 2 à 3 miljoen euro kosten, geld dat de instituten niet zelf kunnen opbrengen. Maar Oostindie heeft goede hoop. Gisteren is hij op een congres al op de kwestie aangesproken. De zaak leeft.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden