Hoe te leven in een wereld zonder ziel?

Kinderen gaan al snel geloven in een Grote Ontwerper. Kleine theïsten zijn het, volgens psychologe Deborah Kelemen.Beeld ANP

Wetenschappelijk onderzoek is bikkelhard over de ziel, die centraal staat in de Maand van de Filosofie. De ziel zoals filosofen die vroeger omschreven, is ter ziele gegaan.

Een van de kenmerkende verschillen tussen ons en de Middeleeuwers is dat wij niet langer louter op grond van autoriteit onze overtuigingen bepalen. In het werk van de Engelse filosoof Francis Bacon (1561-1626) klinkt die nieuwe mentaliteit krachtig door: alleen door kritisch wetenschappelijk onderzoek te doen, ontdekken we hoe wij en de wereld in elkaar steken.

Zuiveren van valse vooroordelen
We dienen ons te zuiveren van valse vooroordelen en onware voorstellingen van zaken (van idols, zoals Bacon ze noemt), door goed te observeren en te experimenteren en door langzaam en voorzichtig uit feiten algemene wetten te concluderen. En precies zulk wetenschappelijk onderzoek voeren we nu al eeuwen uit.

En dat hebben we geweten. Het ene na het andere onderzoeksresultaat maakt dat wij nog steeds met stomheid geslagen zijn. De trits Newton, Darwin, Freud, is een triple whammy gebleken waar we nog steeds van moeten bijkomen. En nu, open en bloot, in een publiek debat, richten de pijlen van de wetenschap zich op de laatste, zogenaamd onverklaarbare bastions: de vrije wil, het bewustzijn, en de onsterfelijke ziel.

De laatste, de onsterfelijke ziel, lijkt het eerste slachtoffer te zijn.

Waar oude Griekse filosofen als Pythagoras en Plato nog dachten dat de ziel onsterfelijk is en van lichaam naar lichaam hopt in een proces van zielsverhuizing, waar René Descartes als vader van de moderne filosofie nog dacht dat de ziel onafhankelijk kan bestaan van het lichaam, en waar Immanuel Kant, sleutelfiguur in de ethiek, de onsterfelijkheid van de ziel nog als een hoop koesterde, daar is ons wetenschappelijk onderzoek bikkelhard: de ziel is ter ziele gegaan - er is geen invulling van het idee van een ziel die standhoudt in wetenschappelijk onderzoek. Met het afsterven van het lichaam 'gaat ook het licht uit'. Na de dood ben je er niet meer, zoals je er niet was voordat je geboren werd.

Materie en vorm
Maar bij deze constatering blijft het niet. We moeten de situatie onder ogen durven zien. Wat betekent het te leven in een zielloze tijd? De sterfelijkheid van de ziel raakt ons toch 'in onze ziel'. Troostrijk genoeg zeiden de eerste wetenschappelijk denkende filosofen als Aristoteles en Epicurus lang geleden al dat de ziel zonder lichaam niet kan bestaan. Dood is dood.

Aristoteles (384-322) meende dat alle fysiek bestaande dingen een noodzakelijk samengaan zijn van materie (hyle) en vorm (morphe), precies zoals een beeldhouwwerk het samengaan is van materie en vorm. Op dezelfde manier is ieder levend mens een samengaan van materie en vorm, namelijk van lichaam en ziel.

Die ziel is het noodzakelijk principe van leven. Een lijk is juist daarom geen mens meer: het is slechts een zielloos lichaam. Maar andersom kan er ook geen sprake zijn van een ziel zonder een materieel lichaam. Er zijn dus geen lichaamloze dolende zielen. Met het dode lichaam is ook de ziel per definitie weg.

Atomen
Bij Epicurus (341-270) treffen we een ander rechtlijnig argument aan voor het verdwijnen van de ziel bij het overlijden. Volgens Epicurus is alles opgebouwd uit atomen. Aangezien alleen atomen invloed hebben op andere atomen, en aangezien de ziel ons lichaam beroert, moet ook de ziel gemaakt zijn van atomen. Maar dat betekent dat met het doodgaan en het vergaan van het lichaam, de ziel eveneens in atomen uit elkaar valt.

Waar Aristoteles en Epicurus zich verliezen in speculaties, daar is onze wetenschap een sloophamer van idolen. De Amerikaanse auteur en essayist Tom Wolfe pende het al fraai neer in 1996: 'Sorry, but your soul just died'. Er is in ons tijdsgewricht geen enkele reden te geloven dat er na de dood zoiets resteert als een ziel.

De pseudowetenschappelijke studie van Pim van Lommel over hoe bijna-doodervaringen zouden aantonen dat een helder bewustzijn mogelijk is zonder dat de hersenen actief zijn, zet ons hier slechts op het verkeerde been. Feitelijk is zijn studie een trieste uitdrukking van het niet willen aanvaarden dat het leven eindigt in niets. Je zou van dit alles een radicaal vrijzinnig levensgenieter worden. Nu de ziel ter ziele is: leef!

Instincten
Maar helaas hebben we geen keus. We kunnen niet anders dan moreel braaf zijn. We schikken ons in zeden en denkgewoonten. David Hume (1711-1776) had gelijk: de rede is de slaaf van de hartstochten, maar die hartstochten zijn standaard menselijke instincten gebleken en niet meer. Het zijn deze instincten die ons dwangmatig doen denken dat we een onsterfelijke ziel hebben, en met name dit maakt dat we een groot geduld kunnen oefenen.

De tijd van gratificatie stellen we uit, juist als het leven ons tegenzit: het mondt uit in een pathetisch 'Straks' of 'Later' of 'Hierna': "Later zal ik voor altijd bij je zijn", "Straks geniet ik voor altijd zonder deze pijn", "Na het mislukte leven wacht het eeuwige geluk". Tegen volwassenen zeggen dat het leven alleen nu is en niet ook 'straks', haalt niets uit.

Van nature dualisten
In 'Descartes' Baby' (2004) illustreerde psycholoog Paul Bloom hoe wij van nature dualisten zijn. Baby's snappen al dat er een verschil is tussen mentale toestanden en fysieke objecten, een verschil tussen ziel en lichaam.

In een reeks van empirische studies argumenteert psychologe Deborah Kelemen dat kinderen al snel gaan geloven in een Grote Ontwerper. Kleine theïsten zijn het, omdat het ongebreideld toewijzen van bedoelingen bij hen geen grenzen kent. Zo krijgt de wereld een religieuze bedoeling: we hebben toch niet voor niets een ziel?

Evolutionair psycholoog Jesse Bering presenteerde zijn 'The Belief Instinct' (2011) waarin duidelijk wordt dat alles in ons schreeuwt dat lichamen dan wel kunnen vergaan, maar dat zielen eeuwig blijven bestaan. Ja, het lukt mij simpelweg niet om mij voor te stellen dat ik weg ben. 'Weg' lijkt altijd in ons de vraag op te roepen: "Waar naartoe dan?"

Leven in een wereld zonder ziel
Wetenschap stelt ons voor een geheel nieuwe opgave: hoe te leven in een wereld zonder ziel? Stel: we brengen de jeugd op de hoogte van ons wetenschappelijk gestaafd besef dat er geen onsterfelijke ziel is, dat alles wat je meemaakt bij leven gebeurt. Maken we die jongeren dan ongelukkig? Of: we verzuimen met opzet nieuwe generaties op de hoogte te brengen. Houden we die dan voor de gek? Het lijkt een duivels dilemma.

Door de eeuwen heen hebben westerse filosofen steeds weer hun zoektocht naar de waarheid vorm gegeven. Het zou wel heel vreemd zijn om nu te zeggen dat we kinderen en pubers dom moeten houden. Spreek de waarheid, zeggen filosofen daarom. Maken we ze daarmee ongelukkig?

Alleen door te zeggen wat we weten, geven we de jeugd een kans te proberen wat ons nog niet is gelukt: in te gaan tegen hardnekkige instincten, te leren wat we hebben geleerd, idolen te slopen, illusies te ontmaskeren, en te beseffen dat het leven zelf zó kostbaar is dat de wereld snel meer solidair moet worden.

Dag van de Filosofie

Herman de Regt is als wetenschapsfilosoof verbonden aan de Universiteit van Tilburg. Hij spreekt op de - reeds uitverkochte! - Dag van de Filosofie, die zaterdag plaatsvindt in theater de NWE Vorst en bioscoop Cinecitta in Tilburg. Andere sprekers zijn onder meer: Ger Groot, Ad Verbrugge, Arnon Grunberg, Paul Cobben, Désanne van Brederode, Maarten Doorman, Wim de Bie, Youssef Azghari, Adriaan van Dis en Willem Jan Otten. Voor informatie: www.dagvandefilosofie.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden