Hoe snoert men de senaat de mond?

OFFICIEEL ORGAAN VAN HET NEDERLANDS GENOOTSCHAP TER BEVORDERING EN VERBREIDING VAN NUTTELOZE KENNIS. OPGERICHT 14 JULI 1989 TE AMSTERDAM. VOORZITTER:JAN KUIJK, SECRETARIS/PENNINGMEESTER: RUUD VERDONCK, LID: ROB SCHOUTEN. 5e JAARGANG NUMMER 5

Slechts een keer in de Nederlandse parlementaire geschiedenis heeft een kabinet het aangedurfd om louter politieke redenen - dus om een tegenstribbelende senaat aan zijn kant te krijgen - een Eerste Kamer te ontbinden. Die krachtproef volbracht Abraham Kuyper in 1904 en het land en Kuyper hebben het geweten.

Slim

De zaak waarom het ging, zag er onschuldig uit. Een wijziging en uitbreiding van de wet op het hoger onderwijs: de gelijkschakeling van de getuigschriften van openbare en bijzondere gymnasia, de verheffing van de polytechnische school in Delft tot universitair niveau, het scheppen van de mogelijkheid om instellingen voor hoger landbouw- en handelsonderwijs te kunnen stichten en om bijzondere leerstoelen aan de universiteiten in te richten. Iedereen voor, niemand tegen.

Alleen, de slimme Kuyper had er nog een bepaling bij ingepakt: de mogelijkheid om bij Koninklijk Besluit de aan bijzondere universiteiten verleende graden het effectus civilis toe te kennen, dat wil zeggen het recht waarbij ook de afgestudeerden van de bijzondere universiteiten toegang hadden tot de maatschappelijke functies, waarvoor een wetenschappelijke opleiding vereist was.

Er kon geen twijfel over bestaan, al werd de naam niet genoemd: hier wilde Kuyper met het overheidsgezag een van zijn liefste kinderen, de Vrije Universiteit in Amsterdam, kronen. Tot nu toe moest elk tentamen of examen aan de V. U. nog eens aan een andere, erkende, universiteit (in dit geval meestal de Universiteit van Amsterdam) worden overgedaan.

Geen boodschap

Alleen theologen aan de V. U. wisten uit het oogpunt van beroepsopleiding waar ze aan toe waren: de gereformeerde kerken hadden geen boodschap aan een wettelijke goedkeuring van de examens (en de andere kerken hadden geen boodschap aan de examens van de V. U.).

In de Tweede Kamer richtte zich de hele linkerzijde met de inmiddels uit de schoolstrijd bekende stellingen tegen Kuyper. “Kuyper is een man van splitsing en scheiding, die in uiterste consequentie scheiding wil brengen tussen zogenaamd christelijke en zogenaamd ongelovige wetenschap (. . .) welke scheiding o. a. in Frankrijk tot zulke treurige resultaten heeft geleid en zoveel godsdiensthaat en geloofsvervolging in het leven heeft geroepen”, meende de liberaal Goeman Borgesius en de socialist Troelstra wilde niet meewerken aan “het sanctioneren van inrichtingen, die onder de naam van universiteiten niets anders zijn dan isoleerinrichtingen voor zwakke geesten, die zoveel mogelijk moeten worden gehouden in de plooi, waarin de geesten van papa en mama nu eenmaal zijn gelegd.”

Soms kregen de bezwaren een praktisch jasje. De liberaal Bos b.v. vond drie faculteiten met elk drie hoogleraren (Kuyper hanteerde zijn eigen V. U., van wie hij 24 jaar eerder bij de oprichting had gezegd 'tot blozens toe verlegen te zijn met de naam universiteit' als norm in het wetsontwerp) te weinig. Een school waar de faculteit der wis- en natuurkunde ontbreekt, verdiende de naam 'universiteit' niet, meende de in Groningen in de wis- en natuurkunde gepromoveerde Bos.

Kuyper zelf verwees Bos in zijn antwoord naar Amerika en Duitsland waar universiteiten met twee of drie faculteiten zijn. En is het getal van drie hoogleraren aan de juridische faculteit van de V. U. nu zo inferieur aan de faculteit van Groningen, met vier hoogleraren?

Grappig is ook dat Kuyper in zijn verdediging de liberalen nog een worst voorhield. Het zou, zei hij, niet ondenkbaar zijn dat bij de nu door Kuyper geconstateerde toenemende invloed van de christelijke beginselen in ons land over een aantal jaren de meeste katheders aan de rijksuniversiteiten bemand zullen zijn met christenen. Dan zouden de voorstanders van onderwijs met een indifferent uitgangspunt wel eens behoefte kunnen krijgen aan een bijzondere universiteit. Kijk naar Belgie, waar de liberalen in Brussel een Vrije Universiteit hebben opgericht.

Revanche

Overigens, de kaarten in de Tweede Kamer waren geschud. Kuyper regeerde met een duidelijke meerderheid en dat is af te lezen uit de eindstemming op 24 maart 1904: 56 - 41. Pikant is dat de latere minister van onderwijs De Visser (chu) tegenstemde.

In de Eerste Kamer kon de linkerzijde revanche halen. Daar hadden de liberalen nog een stevige meerderheid en door het wonderlijke kiesstelsel dat toen heerste, zou het jaren duren eer de voor Kuyper c. s. zo gunstige verlopen Statenverkiezingen van juni 1904 in de Senaat zou zijn weerspiegeld.

Met de moed der wanhoop ging Kuyper toch met zijn wetsontwerp naar de Eerste Kamer om daar op 14 juli een grote nederlaag te lijden. Maar Kuyper was niet alleen groot tacticus, hij had nu ook de macht. Hij had de krachtsverhoudingen in de zojuist gekozen provinciale staten al snel doorgerekend naar een nieuwe Eerste Kamer.

Vijf dagen na zijn nederlaag in de Eerste Kamer werd de senaat ontbonden - “een fors ingrijpen in de gang van zaken, dat vloekte met de gladder methoden hier te lande gebruikelijk”, zoals Jan Romein in zijn mooie Kuyper-profiel in Erflaters oordeelt.

Boos

'Voorkoming van langdurige ongelegenheid', zou het enige motief voor ontbinding van de Eerste Kamer mogen zijn - meende de liberaal De Beaufort, toen het wetsontwerp in september opnieuw in de Eerste Kamer kwam. Welnu, Kuyper haalde een voorbeeld aan waarbij op grond van de toen geldende wetten Eerste en Tweede Kamer 24 jaar lang tegenover elkaar konden staan.

Hoe boos en teleurgesteld de liberalen ook waren - ongrondwettigheid konden zij Kuyper niet verwijten, hoogstens een nogal ongebruikelijk gedrag.

De socialistische leider Troelstra had misschien nog wel het meeste plezier met de liberale boosheid. Toen Kuyper in 1903 bij de spoorwegstaking een vuist tegen de arbeidersbeweging maakte, werd hij door liberalen en conservatieven van allerlei gading toegejuicht. “Maar de heren hebben toen blijkbaar iets vergeten, namelijk dat zij met diezelfde vuist, die toen de arbeiders tegen de grond wierp, zelf ook eenmaal kennis zouden kunnen maken”.

Troelstra hield kennelijk wel van vechtersbazen, net als zijn partijgenoot Albert Hahn die met een diep respect en heimelijke bewondering zijn tegenstander Kuyper als Abraham de Geweldige heeft getekend.

Overigens wijt Romein Kuypers smadelijke verkiezingsnederlaag na een ongewoon felle strijd in 1905 aan Kuypers forse ingreep en niet aan zijn bemoeienissen met buitenlandse zaken, zijn geheimzinnige Duitse reizen of de lintjesaffaire. Kuyper heeft het geweten dat hij een slag had gewonnen.

Om het verhaal af te maken, ook al heeft het er niets mee te maken: de tot universitaire heerlijkheid verheven technische school in Delft legde in 1907 een pleister op de wond door de theoloog/politicus/journalist Kuyper te benoemen tot doctor honoris causa in de technische wetenschappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden