hoe smaakt ... meeuw?

Verhalen van mensen die zich waagden aan gerechten die je op geen menu verwacht

Als dertienjarige jongen zat Wim Eijgenraam in de Tweede Wereldoorlog vast in Dordrecht. Hij woonde met ouders, broers en zussen in het zogenaamde patriciërshuis aan de Wijnhaven, dat onderdeel uitmaakte van het door de Duitsers aangewezen Sperr gebiet.

De Engelsen stonden al aan de Moerdijkkant van de rivier. De Eijgenraams konden het eiland niet af om voedsel te bemachtigen. De familie had in het grote huis tot in de oorlog dan wel een zaak in comes tibles gedreven, maar die zaak hadden ze in de loop van de oorlog zo'n beetje leeggegeten. Daarom bedacht Wim een plan: het voedsel moest maar uit de lucht komen. Dagelijks tuurde hij uit verveling naar de hemel, hij had gezien hoe de meeuwen zich te goed deden aan de aanzwellende vispopulatie - de vissersvloot lag al jaren aan de kade. Die vliegende stoofpotjes moest hij maar eens naar beneden zien te halen, dacht Wim.

In het magazijn vond hij een oude rattenval. Aan het spijkertje waar doorgaans wat kaas aan wordt bevestigd smeerde hij wat visafval, en hij zette de klem vervolgens aan de waterkant. Na vijf minuten was het raak, een meeuw lag met zijn kop onder het teruggesprongen metaal. Wim plukte de veren van de vleugels van het beest, en zijn moeder kookte die twee keer, voordat het meeuwenvlees de braadpan inging. Dat was geen succes, zegt de inmiddels 71-jarige Eijgenraam nu. Een doordringende 'traansmaak' nam alle eetlust weg; toch verorberde hij één hele vleugel.

Janny Reitsma-Jonker uit Amsterdam denkt iets anders terug aan háár meeuw. In de hongerwinter van 1944 (ze was toen 7) woonde zij in Amsterdam: 4-hoog. Op de balustrade van de veranda werd een kist met deksel geplaatst. Aan het deksel een touw, dat werd verbonden met de keukendeur. Een paar kruimels van het schaarse broodrantsoen dienden als aas. Beet! Maar waar laat je een krijsende, fladderende grote vogel? In de zinken teil natuurlijk, en een andere teil er omgekeerd bovenop. Wat een afgrijselijke herrie, herinnert Janny zich, en er kwam nog een meeuw bij, en een musje.

Het 'verwerken' van de vogels is Janny niet bijgebleven. Maar ze kan zich herinneren dat er die avond voor het eerst weer eens vlees op tafel stond. Ze is het met Wim eens dat meeuw tranig smaakt; toch beleefde ze de vogel als delicatesse. Maar dat kan ook liggen aan dat toefje mus dat ze erbij kreeg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden