HOE SELECTEERT HET BUITENLAND?

Er zijn teveel studenten, ze studeren te lang, dat is te duur, dus moeten slechte studenten worden weggestuurd. Maar wanneer? Universiteiten en hogescholen kiezen voor de propedeuse. Vlaanderen, waar uitgelote medicijnenstudenten uit Nederland terecht komen, wil selectie aan de poort, in navolging van andere Europese landen. Kiest Nederland voor isolement?

MARJAN AGERBEEK

Bij sommige studierichtingen in Nederland en Duitsland wordt het aantal studenten beperkt gehouden met een numerus clausus, een studentenstop. De redenen voor zo'n beperking variëren. Enkele studies vergen een specifiek talent, zoals de kunstopleidingen. Soms ook is een opleiding gewoon vol.

Of, een studentenstop is nodig omdat de arbeidsmarkt beperkt is, zoals bij medicijnen. Duitsland gebruikt, als selectiemiddel voor de geneeskunde-opleiding, toelatingsgesprekken of -examens.

Als er wordt geselecteerd, is dat echter meestal op basis van het gemiddelde eindexamencijfer van de student. Nederland kijkt, in tegenstelling tot Duitsland, niet naar de hoogste gemiddelden. Er wordt geloot en daarbij krijgen studenten met hoge cijfers meer kans. Dat heet 'gewogen loting'. België heeft voor geen enkele studierichting een numerus clausus. Wel vraagt dat land kandidaten voor de opleidingen van de Koninklijke Academie, voor burgerlijk (civiel) ingenieur en architect, om een toelatingsexamen te doen.

De studentenstops in Duitsland en Nederland leiden soms tot problemen. Zo hebben de universiteiten in het vroegere Oost-Duitsland voor minder richtingen een toelatingsbeperking dan in het westen. Gevolg: een flink aantal studenten uit de voormalige BRD zoekt hetheil in het oosten. België heeft met een flinke stroom Nederlandse medicijnenstudenten te kampen.

Ierland en Portugal hebben de universitaire poorten ook wijd open staan. Maar deze landen hechten weinig waarde aan vrije studiekeuze. In Portugal moet iedereen die wil studeren een toelatingsexamen doen. Dat is niet bedoeld om studenten te selecteren, maar om ze naar de juiste opleiding te kunnen sturen. Als de passende studierichting vol is moeten de studenten nòg een toelatingsexamen doen, dat dan wel bedoeld is om de beste eruit te pikken.

In Ierland wordt wat meer rekening gehouden met de studiewensen van de student. Diens verlangens worden naast de examenresultaten gelegd. De student die de voorgestelde opleiding niet wil, mag weigeren en een volgende selectieronde afwachten. Daarvan zijn er meerdere per jaar, net zolang tot iedereen op de goede plaats zit.

De Scandinavische landen Zweden en Denemarken hebben toegankelijk hoger onderwijs hoog in het vaandel, maar beperken niettemin het aantal studenten door studentenstops in nagenoeg alle richtingen. Denemarken heeft twee verschillende toelatingscategoriën: studenten met een hoog examengemiddelde en studenten met lagere dan gemiddelde examencijfers, of te weinig vooropleiding. Zeventig procent van de studenten komt uit de eerste categorie, dertig procent uit de tweede.

In Zweden is veertig procent van de plaatsen voor studenten die een toelatingstest hebben gedaan omdat ze te weinig vooropleiding hadden, en zestig procent voor studenten met een hoog examengemiddelde. Een behoorlijk aantal studenten kan door deze regeling niet in de studierichting van z'n eerste voorkeur worden geplaatst. Overigens is Zweden bezig de toelating te wijzigen. De universiteiten krijgen meer vrijheid.

Spanje laat iedereen die naar de universiteit wil een toelatingsexamen doen. Het resultaat daarvan, gecombineerd met het gemiddelde examencijfer, bepaalt de toelating voor zeventig procent van de richtingen met een numerus clausus. Wie in juni toelatingsexamen doet wordt eerder toegelaten dan wie in september toelatingsexamen doet.

Wie in Frankrijk een passend diploma voortgezet onderwijs bezit, wordt automatisch toegelaten tot het eerste jaar van de universiteit. Wel bijna, maar ook hier niet altijd in de richting van zijn keuze. Toelating tot de meest favoriete opleiding is afhankelijk van examencijfers, van de woonplaats van de student (hoe dichter bij, hoe meer kans) en het jaar van examen doen (hoe recenter, hoe beter). Na het eerste jaar is er een examen. Wie dat niet haalt, wordt weggestuurd.

Toelating tot een technische universiteit, een universitaire beroepsopleiding of een classe préparatoire, waar studenten voor een grande école worden klaargestoomd, is wel selectief. Er zijn geen toelatingsexamens (behalve voor de kunstopleidingen), maar er wordt geselecteerd op eindexamencijfers en het curriculum vitae van de student. De grandes eéoles selecteren door toelatingsexamens en interviews. De gang van zaken verschilt per school. De Grande Ecole du Commerce in Parijs bijvoorbeeld begint met een schriftelijk examen. Daar waren in 1990 maar liefst 5885 kandidaten voor, waarvan er 910 overbleven. Zij moesten vervolgens een mondeling examen doen. Daar kwamen slechts 260 kandidaten doorheen. Zij werden toen nog aan een interview onderworpen.

Griekenland heeft landelijke toelatingsexamens die onderling verschillen door de toespitsing op bepaalde vakken. Wie er door komt mag zich inschrijven voor opleidingen die bij die vakken passen. Toelating is echter niet zeker, want er is ook een numerus clausus, gebaseerd op het cijfer voor het toelatingsexamen. Uiteindelijk wordt slechts twintig procent van de aanvragers toegelaten tot de universiteit. Omdat het in Griekenland verboden is private universiteiten op te richten, moeten veel studenten naar het buitenland voor een universitaire studie.

De Italiaanse universiteiten bepalen zelf hoe ze hun studenten selecteren. In het algemeen is er een studentenstopvoor de opleidingen voor arts, veearts, tandarts en informatica. In geval van numerus clausus moeten studenten een toelatingsexamen doen. Het behaalde cijfer, plus de resultaten op het eindexamen, bepalen de toegang.

Ook in Engeland zijn de universiteiten autonoom in hun selectieprocedures. Ze doen allemaal aan selectie, bijvoorbeeld op basis van het aantal A-levels, het hoogste niveau van een schoolvak. Maar er wordt ook geselecteerd op basis van interviews. Een echte numerus clausus is er niet; er zijn voldoende plaatsen.

In de Verenigde Staten gaat het allemaal anders dan in Europa. Het voortgezet onderwijs is er nauwelijks selectief; dat moeten de universiteiten zelf doen. De staat Californië heeft twee door de overheid bekostigde universiteiten: de University of California en de California state university. Daarnaast is er nog een circuit van particulier onderwijs dat volledig autonoom is. De University of California staat alleen de 12,5 procent beste highschool-gediplomeerden toe om mee te doen aan de selectie. Een deel van de plaatsen is gereserveerd voor college-studenten die verder wilen leren. De California state university selecteert z'n studenten uit de dertig procent beste highschool-gediplomeerden. Ook hier is een deel van de plaatsen is voor doorstromers van de colleges.

Literatuur: Access to higher education in the European Community. Commission of European Communities. J.F.M. de Jonge en I.G. Dillo Higher education Policy. An International Comparitive Perspective, Centre for Higher Education Policy Studies. Cheps, Universiteit Twente Access to higher eduction and labourmarket needs. F. Kaiser en E. de Weert, Cheps, Universiteit Twente

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden