Review

Hoe schrijf je over verkrachting?

Met het thema 'verkrachting' is iets raars aan de hand. Het is een populair thema in schilderkunst, film en literatuur. Vaak is het ook een spraakmakend thema. Exploitatie ligt op de loer en dus rijst al gauw de vraag of de verkrachting 'goed' dan wel 'fout' is verbeeld.

En goed is dan: getrouw aan de ervaring van het slachtoffer. Maar verkrachting is zekere zin ook een onmogelijk thema. Er is in - meestal feministische - studies veel geschreven over de onmogelijkheid haar uit te beelden. Dat hangt niet alleen samen met de innerlijkheid van de ervaring en de daarbij horende angst niet geloofd te worden, maar ook met het effect van een verkrachting. In een verkrachting verdwijnt door pijn en vernedering het onderscheid tussen zelf en wereld, schreef literatuurwetenschapster Mieke Bal vijftien jaar terug in het boekje 'Verkrachting verbeeld'. Als dat onderscheid verloren gaat, gaat ook de mogelijkheid tot uitbeelding verloren. Hoe te spreken vanuit een aangetast zelf? Alsof je de moord wil belichten vanuit het perspectief van de dode.

Toegegeven: dat is een radicaal, ietwat theoretisch standpunt. De meeste verkrachtingsslachtoffers leven voort en veel doen hun verhaal. Toch raakt de in Den Haag wonende Nederlands-Tunesisch schrijfster Semira Dallali in haar debuut 'Onbewoonbaar lichaam' dicht aan deze theorie. Het is een theorie waarin zij zelf ook geschoold lijkt, getuige de citaten van bijvoorbeeld Virginia Woolf, Mary Daly, bell hooks, en andere feministische denkers met wie zij de hoofdstukken inleidt. Dat wat opzichtige kader is echter niet de kracht van haar boek. Die kracht schuilt in hoe zij de ervaring van haar ikfiguur invoelbaar maakt: het onteigend worden, het vervreemd raken van het eigen lichaam en daardoor van je plek in de wereld.

Dallali's ikfiguur is een bange vrouw die na de zoveelste nachtmerrie teruggaat naar Amsterdam, waar ze sinds negen jaar niet meer is geweest. Ze dwaalt rond, praat er wat met gekken en daklozen, en haar gedachten dwalen van haar Nederlandse moeder die het half-Arabische lichaam van haar dochter niet accepteert naar de mannen uit haar jeugd die datzelfde lichaam prijzen. Hoewel soms moeizaam geformuleerd en overduidelijk in symboliek (bij het begin een droom over een dode duif, tegen het slot een over een pasgeboren mus. Tja) is het een doordachte, intense monoloog. Een die veel verheldert - zoals hoe de weerzin van de moeder en de lust van de mannen tot hetzelfde leiden - maar toch om de kern, de verkrachting, heen blijft cirkelen. Mooi is hoe ze in die indirectheid en omzichtigheid de spanning lang vasthoudt. Jammer alleen dat wanneer een betere afloop gloort (een hervonden Tunesische familie) het boek van het ene op het andere moment ophoudt. 'Oh, over', denk je dan luchtigjes, en dat is raar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden