Hoe schoon is die groene stroom?

Windturbines in het offshore windpark Egmond aan Zee (OWEZ), het eerste grote windpark dat in de Noordzee voor de Nederlandse kust is gebouwd.Beeld anp

Prijsvechter Nederlandse Energie Maatschappij kwam vorige week met de publieke biecht bij groene stroom de kluit te belazeren. NLE verkoopt vies geproduceerde grijze stroom, maar plakt er een groene sticker uit Noorwegen op. Verlakkerij, zeggen milieuclubs. En toch: in de kern deugt het systeem. Er is domweg te weinig groene stroom in Nederland.

'Dit is natuurlijk sjoemelstroom', zegt Markus Schmid, campagneleider groene stroom van milieuclub WISE. Hij ergert zich aan energiebedrijven die hun elektriciteit verkopen voor groen, terwijl ze niet veel meer doen dan een groen label halen uit landen met een overschot aan duurzaam geproduceerde elektriciteit. Maar, een beter systeem is er op dit moment niet, geeft hij toe.

Biomassa
De Nederlandse Energie Maatschappij bekende vorige week in krantenadvertenties dat het bedrijf, net als bijna de hele energiesector, mooi weer zit te spelen over de herkomst van groene elektriciteit.

De groene productie in Nederland, zo stelde NLE in de advertentie, is vooral biomassa - houtsnippers van vermalen boomstammen - die wordt bijgestookt in vuile kolencentrales. Wind is in Nederland nog geen factor van betekenis, zon al helemaal niet. Veel van de geleverde kilowatturen groene elektriciteit bestaat wel, maar dan ver weg, in een buitenland.

Groene stroom is vaak niets meer en niets minder dan een groen certificaat dat energieleveranciers in het buitenland kopen, bijvoorbeeld in Noorwegen, waar dank zij waterkracht groene elektriciteit eindeloos is. Voor de prijs hoeven de stroomleveranciers het niet te laten. De 3,5 Noorse certificaten om een gemiddeld Nederlands gezin (met 3500 kWh verbruik) een jaar lang stroom met een groen stickertje te leveren, kostte NLE vorig jaar 1,44 euro. Zeg maar de prijs van een litertje diesel aan de pomp. Eén Noors certificaat voor 1000 kWh kost momenteel zo'n 40 cent.

Belachelijk goedkoop, vindt Markus Schmid van WISE, een kleine organisatie, voortgekomen uit de anti-kernenergiebeweging, die sinds 2006 campagne voert voor vergroening van de energieproductie in Nederland. "Die prijs moet echt omhoog. Energiebedrijven maken op deze manier goede sier met groene stroom, terwijl zij per saldo niets bijdragen aan een serieuze verduurzaming van de energievoorziening in Nederland."

Niet de enige
Schmid is blij met de openlijke schuldbekentenis van NLE. Het was weliswaar geen echte onthulling, want de praktijk van certificatenhandel is al jaren bekend, maar voor het eerst gaf een energiebedrijf publiekelijk toe dat er gesjoemeld wordt met groene stroom. "Eindelijk wordt eens hardop gezegd, wat wij al jaren roepen: het verkopen van zogenaamde groene stroom die uitsluitend is gebaseerd op goedkope certificaten van oude Scandinavische waterkrachtcentrales, brengt Nederland geen stap verder in de richting van een écht duurzame energievoorziening."

NLE is volgens WISE bepaald niet de enige leverancier van sjoemelstroom: Budget Energie, Innova, MAIN Energie, Woonenergie, Oxxio en United Consumers rommelen net zo hard, zegt Schmid. Het zijn volgens hem handelsreizigers in stroom, die goed zijn in etiketjes plakken, maar niets bijdragen aan vergroening van de energiemarkt.

Eigenlijk zijn er in de visie van WISE maar drie leveranciers die betrouwbare groene stroom aanbieden: Windunie, Raedthuys en Greenchoice. Maar vooral de Windunie en Raedthuys, die het van de wind moeten hebben, zijn kleine organisaties. Ze kunnen geen grote massa klanten aan. Raedthuys kan met een handvol windmolens maximaal 40.000 huishoudens bedienen. De coöperatie Windunie kan met 500 windturbines ook niet al te veel klanten van elektriciteit voorzien.

"Wind is in Nederland nog geen factor van betekenis, zon al helemaal niet."Beeld anp

Groene stroom, zegt Schmid, is misschien het wel meest succesvolle product in de duurzame sector. Meer dan de helft van de huishoudens heeft gekozen voor groene elektriciteit, zo'n dertig procent van de energievraag is groen. Maar de productie van groene elektriciteit in Nederland komt niet verder dan tien procent. "Wat dat betreft loopt Nederland enorm achter. We bungelen onderaan in de EU. We moeten daarom als consumenten de druk opvoeren om in Nederland veel meer duurzame energie te produceren."

Fooi
In 2006 is bij Europese richtlijn bepaald dat landen onderling elektriciteit kunnen verkopen en leveren. De vraag naar energie is nu eenmaal een internationale markt. Leveranciers van groene stroom zijn sindsdien verplicht elk jaar opnieuw een 'garantie van oorsprong' te leveren bij iedere megawattuur aan groene elektriciteit die ze willen verkopen.

Die garantiecertificaten kunnen dus ook worden gekocht in andere landen waar groen wordt geproduceerd. Noorwegen bijvoorbeeld. Slechts een klein deel van de Noorse stroom die in eigen land over is, gaat het net op. Maar de Noren verkopen in eigen land hun elektriciteit niet als groene stroom. Ze bieden daarom hun certificaten van oorsprong aan op de energiemarkt. Er is zo veel aanbod, dat de certificaten inmiddels voor bodemprijzen worden verhandeld. Zo kunnen NLE en andere leveranciers zich voor een fooi in het buitenland groen kopen.

Ook IJsland, dat met zijn geothermische bronnen veel meer groene elektriciteit zou kunnen opwekken dan het zelf nodig heeft, heeft zich inmiddels op de handel in certificaten gestort. Dit land heeft echter één belangrijk probleem: het is niet met een kabel verbonden aan het Europese vasteland. De groene stroom kan niet eens het land uit. "Als Nederlandse leveranciers ook certificaten uit IJsland gaan kopen wordt de geloofwaardigheid van het systeem volledig ondergraven", stelt Schmid.

'Nederlandse stroom met Nederlandse certificaten'
In Nederland zijn vorig jaar bijna 33 miljoen garanties van oorsprong geïmporteerd, bijna 30 miljoen daarvan kwamen van de waterkrachtcentrales in Noorwegen. De rest was wind (ruim 1,7 miljoen), biomassa (iets meer dan 1,2 miljoen) en nog 1 schamele megawattuur aan geïmporteerde zonnestroom.

In 2012 zijn volgens toezichthouder Certiq in Nederland 10,6 miljoen certificaten voor productie van duurzame stroom in eigen land afgegeven, vooral voor biomassa (6,2 miljoen) en voor wind (4,2 miljoen). Twee derde van de groene stroom kwam vorig jaar uit het buitenland en is voor een belangrijk deel afkomstig van al langer bestaande duurzame bronnen (waterkracht).

Schmid is niet tegen het certificatensysteem. "Maar in Nederland moeten we stroom met Nederlandse certificaten gebruiken. Die ruimte is er, we moeten stoppen met de weerstand tegen windenergie. Al dat geschuif met certificaten voelt als gerommel. Het is misleidend voor de consument."

WISE zou ook het liefste zien dat energieleveranciers hun certificaten doorgegeven aan hun klanten, de gebruikers van elektriciteit. "Dat is volgens ons de enige manier om consumenten bewust te maken van de herkomst van hun energie, laten zien waar de stroom vandaan komt."

Op termijn moeten alle soorten stroom worden gecertificeerd, in heel Europa, zegt hij.

"We moeten wel over de grenzen heenkijken. Uiteindelijk moet je elektriciteit opwekken op de plek waar het rendement het hoogste is. Als het het hardste waait in Ierland, moet je daar veel windmolens zetten. En: als het voor de consument door een certificaat duidelijk wordt hoe en waar de stroom is opgewekt, kan er echt gekozen worden. Maar voordat het zo ver is, is er ook in eigen land nog veel te winnen."

Makelaar in groene certificaten: Systeem is zo slecht nog niet
Max van Meer handelt in 'certificaten van oorsprong', documenten waarmee elektriciteitsleveranciers de herkomst van hun stroom verantwoorden. Zijn bedrijf STX Services is de grootste makelaar in certificaten in Europa. Op een kantooretage aan de Vijzelstraat, hartje Amsterdam, brengen ruim dertig tussenpersonen wereldwijd kopers en verkopers van certificaten bij elkaar.

De certificaten voor groene stroom vormen maar een klein onderdeel van het pakket aan diensten. STX bemiddelt ook in andere wettelijk voorgeschreven milieucertificaten, zoals voor CO2-uitstoot en voor biodiesel.

Van Meer volgt het debat over de certificaten voor groene stroom intensief. "Ik vind het wel een grappige discussie. Tot we een betere oplossing hebben gevonden zijn de certificaten van oorsprong volgens mij de beste methode om consumenten te informeren over de herkomst van de elektriciteit die ze afnemen."

Alle elektriciteit die in Nederland wordt gebruikt, is een mix van wat er wordt geproduceerd, legt Van Meer uit. Uit ieder stopcontact komt hetzelfde: een cocktail van om en nabij 220 Volt, vooral geproduceerd uit kolen, gas en biomassa, en ook uit atoomsplitsing, waterkracht, wind en ten slotte nog een heel klein beetje zon.

"Bijna niemand in Nederland heeft een rechtstreekse kabel van een windturbine naar een woning. Dat kan ook niet, want als het niet waait wil je ook stroom, dus je elektriciteit haal je uit het netwerk. Alle landen in Europa, IJsland uitgezonderd, zijn met fysieke kabels met elkaar verbonden, waardoor er één Europese stroommarkt is, waarin iedereen hetzelfde eindproduct verkoopt."

"Bij gewone producten kan een consument in de winkel zijn eigen keuze maken, maar dat ligt bij elektriciteit iets ingewikkelder. Het is niet mogelijk om voor daadwerkelijk groene stroom te kiezen, het is altijd een mengsel van alles. Daarom zijn die certificaten er gekomen, het is een mechanisme om na te gaan wat de herkomst is van de geproduceerde elektriciteit. Je kunt op basis van de certificaten precies nagaan wat de bron is, in welk land de bron stond en welke installatie jouw megawattuur groene elektriciteit heeft opgewekt."

Dat de prijs van een certificaat in Noorwegen laag is, komt doordat er in de EU meer aanbod dan vraag is naar groene elektriciteit. "Het is marktwerking. Eerst zal de vraag moeten toenemen. Maar vergeet niet, bij een extra prijs van zeg 1,50 euro per jaar zal niemand klagen. Ik ben bang dat veel mensen toch maar liever weer op grijze stroom zullen overstappen, als een certificaat van oorsprong ineens 100 euro per jaar extra gaat kosten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden