Recensie

Hoe romans het leven van hun schrijvers tot een hel kunnen maken

Dubravka Ugrešić Beeld Dubravka Ugrešić
Dubravka UgrešićBeeld Dubravka Ugrešić

Dubravka Ugrešić over het ontstaan van romans, en hoe ze ook weer kunnen verdwijnen.

In haar nieuwe boek ‘De Vos’ verkent Dubravka Ugrešić hoe verhalen ontstaan, soms als ‘diefstallen’ uit het leven, en hoe romans ook weer kunnen verdwijnen of het leven van hun schrijvers tot een hel kunnen maken. De vos, ‘godheid van sluwheid en verraad’ en ‘godheid van de schrijvers’ dient daarbij als mascotte en rode draad.

Een persoonlijk thema voor deze schrijfster. Ugrešić (1949) groeide op in communistisch Joegoslavië, een land dat ze in 1991 noodgedwongen verliet omdat ze als kritische schrijfster steeds meer in het nauw werd gedreven door de nationalisten. Na jaren van omzwervingen vestigde ze zich in 1993 in Amsterdam.

Russische literatuur

Heel wat stukken in ‘De vos’ gaan over Russische literatuur, iets waar de schrijfster ‘in een vorig leven in gespecialiseerd was’. Ze hanteert een beproefde methode, die ze ook al toepaste in ‘Museum van onvoorwaardelijke overgave’ (1997): ze brengt ogenschijnlijk onsamenhangende stukken en fragmenten bij elkaar tot er geleidelijk toch een verband ontstaat.

Twee van de zes delen van ‘De vos’ wijdt Ugrešić aan Dojvber Levin, een schrijver die in de Russische avant-garde ‘nauwelijks meer voorstelde dan een voetnoot’. Ze reconstrueert het verhaal van Levin aan de hand van twee - onbetrouwbare? - getuigen. De eerste, de weduwe van Levin, heeft haar eigen ambities uitgewist om zich volledig te wijden aan de nalatenschap van haar echtgenoot. Deze dame vindt overal in huis briefjes waarop Levin gedichten of andere stukjes literatuur heeft genoteerd. Of heeft ze die briefjes zelf geschreven, om zo haar eigen proza binnen te smokkelen in Levins literaire erfenis?

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

null Beeld Dubravka Ugrešić
Beeld Dubravka Ugrešić

Elders lanceert Ugrešić een tweede ‘weduwe’, een zeker mevrouw Ferris die een eigenaardige biografie over Levin geschreven heeft. Ze bedacht dat het niet ondenkbaar is dat Levin niet sneuvelde tijdens de Tweede Wereldoorlog, zoals in de geschiedenisboeken wordt vermeld, maar dat hij dankzij een sluwe sovjetbureaucrate - zijn echtgenote - beschikte over iets essentieels in gevaarlijke tijden: stempels en een valse naam om het land uit te komen. Volgens die versie zou Levin naar Sjanghai zijn gevlucht. Er verdwenen in die jaren zoveel mensen dat het zomaar zou kunnen dat Levin - in tegenstelling tot alle andere Russische formalisten - aan de gruwel ontkwam.

Verdwenen manuscripten

Ugrešić is daarnaast gefascineerd door het gerucht over een roman van Levin die verdwenen zou zijn: dit gegeven symboliseert een heel tijdperk van verdwenen manuscripten en mensen. Erg aandoenlijk is de passage waarin Ugrešić vertelt over haar studie in Moskou in de jaren zeventig: “Door heel Moskou liepen er in die dagen ‘filologen’ rond, mensen die vanuit hun beroep of als amateur de heilige missie op zich hadden genomen verloren gegane manuscripten op te sporen en vergeten schrijvers en hun werk weer tot leven te wekken. Miljoenen mensenlevens waren immers in een bodemloos gat verdwenen en naderhand groeide er een koortsachtig verlangen om dat weer goed te maken.”

Veel later werd Ugrešić in eigen land geconfronteerd met een vergelijkbare zuivering: “Terwijl de nieuwe, postcommunistische democratieën tot bloei kwamen, werden ‘ongewenste’ personen afgevoerd, verdwenen ‘ongewenste’ teksten en werden ‘ongewenste boeken’ - waaronder die van mij - uit de bibliotheken verwijderd.”

Geraffineerde passages

Voor de lezer is het ondertussen niet altijd eenvoudig om alle geraffineerde passages aan elkaar te knopen. Ugreešić wenst nu eenmaal - gelukkig! - nooit haar toevlucht te nemen tot de gemakkelijke weg van de banaliteit. De schrijfster fulmineert net als in haar eerdere boeken heftig tegen het bekrompen Kroatische nationalisme, dat veel van haar landgenoten in een uitzichtloze situatie heeft gestort. Ook het verlangen naar een thuis, dat zo eigen is aan de ballingschap, doorzindert haar boek opnieuw op een vaak pijnlijke manier.

Een ander thema is de onvrede van de schrijfster met de commercialisering van de literatuur. Ze vindt het vreselijk dat zelfverklaarde cultuurpausen het literaire ambacht in deelgebieden hebben ingedeeld: creative fiction, speculative fiction, fantasy fiction. Zou het kunnen dat Ugrešić daarom haar eigen essayistische overpeinzingen het etiket ‘roman’ heeft meegegeven? Evengoed is denkbaar dat Ugrešić met ‘roman’ bedoelt dat haar boek het product is van de rondsluipende vos, ‘een geslepen intrigante, een bedriegster’ die zich bezighoudt met het ‘smokkelen van dode zielen’.

Dubravka Ugrešić
De vos
Vert. Roel Schuyt. Nijgh & Van Ditmar; 352 blz. € 22,50

Lees hier meer boekrecensies van Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden