Hoe rijk blijven de rijken?

De Miljonair Fair in 2013. Vermogen rust doorgaans niet op zolder in een oude sok.Beeld Amaury Miller/HH

De Tweede Kamer wil vandaag van de Franse econoom Thomas Piketty alles horen over de groeiende ongelijkheid. Wat kan de Haagse politiek met zijn pleidooi?

De nieuwe held van links, en een groot gevaar in de ogen van rechts: de bevindingen van de Franse econoom Thomas Piketty over de ontwikkeling van ongelijkheid in de wereld passen ook in Nederland in een steeds intensiever debat over inkomens- en vermogensongelijkheid.

De Tweede Kamer praat vandaag met de Fransman over zijn conclusies. Een unieke bijeenkomst: Piketty's onderzoeksresultaten zijn nog geen jaar oud, en nu al wil het parlement er meer over weten.

De inkt van Piketty's manuscript was nog niet droog of hij was door PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom al liefdevol geadopteerd. Piketty werd voor de PvdA'er een getuige à charge in zijn pleidooi voor hogere vermogensbelastingen in Nederland.

Te vluchtig
Of Samsom, zoals zovelen, Piketty gebruikte zonder zijn lijvige boek ook maar ingekeken te hebben, is niet bekend. In elk geval negeerde hij het feit dat de politiek volgens Piketty wel in dient te grijpen, maar op mondiaal niveau, via een wereldwijde belasting op vermogen.

Niet dat hij denkt dat iets dergelijks zelfs maar op de lange termijn te realiseren is, maar de Fransman wil ermee aangeven dat ook hij wel inziet dat vermogen eigenlijk te vluchtig is om op nationaal niveau aan te pakken.

Zelfs in de Europese Unie zal het voorlopig onmogelijk zijn de lidstaten op één lijn te krijgen. Hogere belastingen in het ene land worden ontweken door het te verplaatsen naar het andere.

Zolang er landen zijn die vermogens graag ontvangen in de vooronderstelling dat er economisch profijt uit te halen valt, is het per land aanpakken van grote vermogensgroei uiteindelijk schadelijk voor dat land zelf.

Banen
Bovendien, een vermogen rust doorgaans niet op zolder in een oude sok. Het is een motor van een economie. Veel Nederlands vermogen is in handen van directeur/eigenaren van kleine tot middelgrote bedrijven. Mocht de kritische grens overschreden worden, dan verdwijnt niet alleen het vermogen naar andere landen, maar verdwijnen ook de banen in die bedrijven.

Het debat over groeiende ongelijkheid woedt ook in Nederland inmiddels al jaren. Vooral naar aanleiding van de snelle stijging van de beloningen van managers aan de top van het bedrijfsleven en in de (semi-)publieke sector. Piketty levert gegevens aan die perfect passen in de politieke discussie over de vraag wat te doen aan ongelijkheid.

Wat zal de invloed zijn van zijn boek aan het Binnenhof? Hieronder een kleine verkenning van de (fiscale) mogelijkheden.

1. Vermogensbelasting naar rendement
De vermogensrendementsheffing van 1,2 procent zou haar langste tijd gehad kunnen hebben. De heffing, veertien jaar geleden bedacht door de toenmalige bewindslieden van financiën Gerrit Zalm (VVD) en Willem Vermeend (PvdA), had de charme van de eenvoud, omdat ze niet gekoppeld is aan het werkelijk behaalde rendement op vermogen.

Het ongemak over de heffing nam echter toe naarmate de rente op spaargeld daalde. Kleine vermogens staan doorgaans op spaarbankrekeningen. En daar is de rente zo laag dat de belastingaanslag hoger is dan de rentebijschrijving.

Grotere vermogens worden veelal belegd. De opbrengsten kunnen variëren, maar zijn door de bank genomen hoger dan de rente op een spaarrekening, en ze worden niet beïnvloed door de rentestand.

Staatssecretaris Eric Wiebes van financiën beloofde de Kamer te onderzoeken of het mogelijk is de vermogensbelasting anders in te richten en weer de werkelijk genoten inkomsten uit vermogen te belasten. Veel verder willen Wiebes en zijn partij, de VVD, niet gaan.

Ook de erfbelasting komt in beeld. GroenLinks-Kamerlid Jesse Klaver stelde al voor erfenissen boven een miljoen euro voor 50 procent weg te belasten. En ook in de PvdA gaan stemmen op voor een hogere belasting op 'geld, waarvoor de ontvanger niets gedaan heeft'. Maar of het zover zal komen, is zeer de vraag. VVD en CDA voelen niets voor een hogere erfbelasting. Hun argument: over de erfenis is al twee keer afgerekend met de fiscus: via de inkomstenbelasting en via de vermogensbelasting.

2. Progressieve vermogensbelasting
De centrale stelling van Piketty is dat vermogens sneller groeien dan de economie, en dat ze dat blijven doen als de politiek niet ingrijpt. Vermogens groeiden in Nederland de afgelopen jaren met zo'n 14 procent per jaar, terwijl de inkomens hooguit 2 procent per jaar groeiden. Anders dan bij de inkomstenbelasting is de vermogensbelasting niet hoger naarmate het vermogen groter is. Gecombineerd met het gegeven dat naarmate een vermogen groter is, het rendement op dat vermogen ook hoger zal zijn, leidt dit tot Piketty-achtige verschijnselen.

Het onderzoek van Piketty is munitie voor politici die pleiten voor een progressieve vermogensbelasting, waarbij het tarief hoger wordt naarmate het vermogen groter is, dankbare munitie. Al kunnen ook zij niet heen om een extra, typisch Nederlands probleem: nergens wordt zo veel geld voor de oude dag weggezet in pensioenfondsen.

Dat geld, 1100 miljard euro ongeveer, is ook vermogen, ook al kun je er niet vrij over beschikken en is het niet vererfbaar. Vooral dat tweede kenmerk is voor deskundigen reden om pensioenreserves anders te behandelen dan 'normaal' vermogen.

De discussie over een andere vermogensbelasting is om een tweede reden actueel. Vriend en vijand in de politiek zijn het over één ding eens: de lasten op arbeid zijn te hoog, waardoor werkgelegenheid verloren gaat. Om dat te veranderen zonder dat de overheidsinkomsten eronder lijden, moeten er alternatieve bronnen komen. De btw en de milieubelastingen zijn een mogelijkheid, maar als ook de vermogensbelasting wordt meegenomen kan de fiscale last op arbeid substantieel worden verlicht.

3. Verkleining inkomensverschillen
De Nederlandse discussie ging tot voor kort vrijwel uitsluitend over inkomen uit arbeid. In de jaren zeventig formuleerde het kabinet-Den Uyl al de doelstelling dat het hoogst verdiende inkomen in Nederland hooguit vijf keer het laagst verdiende inkomen mocht zijn. Gelijkheid was een pre-occupatie, anders dan tegenwoordig. Maar de jarenlange, vruchteloze discussie over de inkomens en bonussen aan de top, hebben de pleitbezorgers voor kleinere inkomensverschillen nieuwe munitie gegeven. Her en der werden maatregelen genomen, zoals de crisisheffing voor de hoogste inkomens, maar tot een echt beleid dat de inkomensverschillen verkleint, is het niet gekomen.

Zo ongelijkheid al een probleem is - het antwoord op de vraag is sterk afhankelijk van politieke ideologie - dan zit het niet in de verdiende inkomens. Nederland hoort vanouds tot de landen met de kleinste inkomensverschillen, zoals ook blijkt uit cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerken en Ontwikkeling (Oeso). Sterker, in de periode 2007-2011 zijn de verschillen kleiner geworden.

Inkomens kunnen sterk uiteenlopen, maar er is sprake van een sterke verzachtende kracht. Veel verdiend inkomen wordt in Nederland herverdeeld in de vorm van uitkeringen. Het aandeel van uitkeringen in het totale inkomen is door de crisis en de hogere AOW-uitgaven alleen maar toegenomen, waardoor (in de statistieken) de inkomensverschillen kleiner worden.

Het feestje van PvdA-voorzitter Hans Spekman dat nivelleren heet, richtte zich op verdiende inkomens, maar waarom zou je platter maken wat al plat is?

Abonnee's en losse kopers lezen vandaag meer in Trouw over het bezoek van Thomas Piketty aan Nederland. Trouw vroeg drie Tweede Kamerleden naar wat zij hebben opgestoken van de Franse econoom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden