Hoe religieus is de school?

Jan Jacob van Dijk (links): Jij wilt scholen dwingen, in plaats van met hen te overleggen.' Jasper van Dijk: 'Dat is nou echt CDA.' (Werry Crone/Trouw)

Kamerleden Van Dijk (CDA) & Van Dijk (SP) strijden over de grondwettelijke vrijheid van onderwijs die de segregatie in het onderwijs al dan niet belemmert. Woensdag debatteert de Kamer hierover.

Beiden zijn Kamerlid en woordvoerder onderwijs. Hun voorletters zijn J.J. en hun achternaam luidt Van Dijk. Maar daar houden de overeenkomsten wel op. Komt het op onderwijs aan, dan vliegen CDA’er Jan Jacob van Dijk en SP’er Jasper (Jonathan) van Dijk elkaar geregeld in de haren. Figuurlijk althans. Hun grote twistpunt is de vrijheid van onderwijs. Voor de CDA’er is die heilig, zijn SP-collega vindt het tijd voor modernisering van artikel 23 van de Grondwet.

De SP ziet de vrijheid van onderwijs als een probleem, het CDA zweert erbij. Leg uit.

Jasper (SP): „Artikel 23 is de uitkomst van de schoolstrijd in 1917 en heeft destijds heel positieve effecten gehad, namelijk de emancipatie van de katholieken. Inmiddels is het 2009 en vind ik het heel legitiem om te vragen wat voor effect het artikel heeft op het huidige onderwijs. Ik zie problemen met integratie, zwarte en witte scholen; uiterst pijnlijk.”

CDA'er Jan Jacob: „Ouders moeten het recht hebben om een school uit te kiezen die past bij hun levensovertuiging. Als die school er niet is, moeten ze die kunnen oprichten en bij voldoende kinderen in aanmerking komen voor publieke bekostiging. Maar die vrijheid brengt wel bepaalde verantwoordelijkheden met zich mee. Je moet laten zien waarom jij vindt dat een bepaald schooltype nog steeds van belang is.”

Voor de SP is dat niet genoeg?

Jasper: „Nee, wij vinden dat scholen ook een verantwoordelijkheid hebben bij de bestrijding van segregatie. We willen een acceptatieplicht zodat alle leerlingen op alle scholen welkom zijn. Dat lijkt me niet meer dan normaal, zeker als je praat over door het Rijk bekostigde scholen.”

Jan Jacob: „Bij de doorsnee katholieke en protestants-christelijke school zal niemand die de grondslag onderschrijft een probleem hebben. Alleen met name de gereformeerde, de reformatorische en de evangelische scholen hebben hierover een strengere opvatting. Vaak zijn die scholen klein en zitten ze in bepaalde wijken, waar mensen speciaal naar toegaan. Andere leerlingen die erheen zouden willen, zijn er niet. Het probleem doet zich vrijwel niet voor.”

Jasper: „Dat wil ik wel bestrijden. Ik was laatst op het Wartburgcollege in Rotterdam, prachtige school. Staat in een oude achterstandswijk, veel ouders willen hun kind erheen sturen. Maar je komt er niet in als je niet volledig die reformatorische grondslag onderschrijft.”

Jan Jacob: „Ja, maar hoeveel leerlingen zijn er nou die weten wat de identiteit van een school is, daar grote moeite mee hebben, maar tóch naar die school willen? Een ander voorbeeld: ouders wilden hun kind naar een katholieke school sturen. Toen bleek dat hun kind verplicht mee zou moeten doen met de gezamenlijke kerstviering in een kerk, besloten de ouders hun kind naar een andere school te sturen.”

Jasper: „Is dat nu van deze tijd?”

Jan Jacob: „De school weert deze leerling niet, hè? Je stuurt je kind toch ook niet naar een openbare school die creativiteit hoog in het vaandel heeft staan, als je denkt: ’Allemaal hartstikke leuk, maar ik wil rekenen en taal, aan die creativiteit gaat mijn kind niet deelnemen’.”

Jasper: „Dat is echt iets anders. We leggen vast dat elke school een bepaalde hoeveelheid aandacht moet besteden aan rekenen en taal. Dat religieuze accent hoort eerder in de privésituatie. Bij onderwijs praat je over bekostigde scholen voor leerplichtige kinderen.”

Wat vindt het CDA van die steeds weer oplaaiende discussie over de vrijheid van onderwijs?

Jan Jacob: „Ik schrik daar niet van, integendeel. Het dwingt scholen na te denken over hun identiteit. Als het zo zou zijn dat artikel 23 inhoudsloos is geworden, dat het recht van vrije schoolkeuze bestaat maar dat het in de praktijk niets uitmaakt of je protestants-christelijk, rooms-katholiek of islamitisch heet...”

Jasper: „Geldt niet voor heel veel scholen dat ze in feite zijn verwaterd qua grondslag en leerlingen?”

Jan Jacob: „Als de identiteit van een protestantse school enkel bestaat uit lessen openen met een bijbellezing en gebed en ook nog iets met Kerst en Pasen, dan is dat een erg beperkte invulling. Dan krijg ik moeite met de instandhouding van zo’n artikel.”

Dat klinkt als een lege huls. Hoe wilt u die identiteitsvertaling meten?

Jan Jacob: „Ik wil het niet meten. Ik zeg alleen tegen schoolbesturen: als jullie er niet mee aan de slag gaan, wordt het voor ons steeds lastiger om artikel 23 te verdedigen. De school van mijn kinderen doet dat heel mooi. Normaal mag je pas bij een Citoscore van 544 naar het vwo, maar zij nemen – vanuit hun bijbelse opdracht – ook kinderen met een score van 542 aan.”

Moeten we niet-christelijke kinderen die kans dan misgunnen?

Jan Jacob: „Die school zal leerlingen niet snel weigeren op basis van identiteit, maar de school mag wel eisen dat ze meedoen met Kerst.”

Kun je dat wel vragen van een moslim?

Jan Jacob: „Stel, je bent veganistisch en je kinderen moeten tijdens de biologieles een worm ontleden. Mag je dat als ouder verbieden? Het is nooit zwart-wit, maar soms moet je als school grenzen stellen.”

U koppelt de benadering van de school van uw kinderen aan hun bijbelse opdracht. Waarom? Er zijn vast ook openbare scholen die zich minder vastpinnen op een Citoscore van 544.

Jan Jacob: „Het grote punt dat mij af en toe irriteert, is dat elke keer weer christelijke organisaties worden afgerekend op de vraag: ’En wat is nu het verschil in resultaat dat u aflevert?’ Ik koppel het niet aan religie, maar aan de identiteit van een school. Die komt voor een belangrijk deel voort uit de manier waarop je in je leven staat. En die wordt geïnspireerd door religie.”

Jasper: „Of idealisme.”

Jan Jacob: „Kan ook, prima.”

Jasper: „Ik heb er geen enkel bezwaar tegen als je vanuit een bepaalde inspiratie opereert. Maar het gevolg is nu dat een kleine groep scholen, maximaal 5 procent, vasthoudt aan een streng toelatingsbeleid. Enerzijds de orthodoxe scholen, anderzijds de islamitische. Wij willen een school met maximaal 30 tot 40 procent achterstandsleerlingen.”

Jan Jacob: „Vooral derdegeneratieallochtonen kiezen nu voor islamitisch onderwijs. Bij hen is de achterstand een stuk minder groot, dus om etniciteit te koppelen aan achterstanden Mijn voorkeur is ook maximaal 40 procent achterstandsleerlingen, maar we zitten met eenzijdig samengestelde wijken. Je kunt moeilijk kinderen uit witte wijken weghalen om ze te mengen over de rest van de stad. Toen ik zelf voorzitter was van een schoolbestuur in Tiel, besloten we dat iedereen binnen zijn eigen wijk op school moest. Op sommige scholen was dan 60 procent zwart, maar die wijk was ook zwart. De verkramping in het debat is dat wij nog steeds denken dat iemand met een Turkse of Marokkaanse achtergrond zwak is.”

Het gaat niet alleen over zwak en sterk, het gaat ook over samen opgroeien..

Jan Jacob: „Klopt, alleen wat is het meest effectief? En moet je dat van bovenaf opleggen? Wij vinden dat scholen dat zelf op moeten lossen.”

Jasper: „üls het al gebeurt, gaat het zéér moeizaam. Dat komt door artikel 23 en de vrijheid – of beter gezegd: de macht – van bijzondere schoolbesturen om te allen tijde te kunnen zeggen: ’Sorry, wij kiezen voor onze eigen leerlingen, wij wensen ons niet te committeren aan regionale afspraken over een verdeling van achterstandleerlingen’.”

Jan Jacob: „En weet je waarom? Omdat de benadering verkeerd is. De wethouder gaat naar die scholen en zegt: ’Linksom of rechtsom, we gaan dit doen’. Dan zeggen die scholen: ’Wij willen graag meedoen, maar niet zo’. Zeg liever: ’Volgens mij hebben we een gemeenschappelijk probleem’.”

Maar de SP heeft daar geen vertrouwen in?

Jasper: „Ik constateer het. Er worden pogingen gedaan die weer stranden. Bovendien is het geen oplossing voor orthodoxe en islamitische scholen. Daar gaan wij geen kinderen naar toe sturen. Die scholen laten dat niet toe en ouders willen dat niet.”

Wat is het CDA-bezwaar tegen de acceptatieplicht?

Jan Jacob: „Die staat haaks op de vrijheid van schoolkeuze. Als iemand grote bezwaren heeft tegen bijvoorbeeld die Kerstviering in een katholieke kerk, mag hij die gewoonweg overslaan.”

Jasper: „Onzin. Nu is het voor veel ouders onduidelijk hoe ons onderwijssysteem in elkaar zit. En dan gaat het vooral om die 95 procent van de scholen die niet orthodox is, maar soms opeens een kind weigert als het uitkomt. Wat we nodig hebben is helder beleid. Een acceptatieplicht zal geen einde maken aan de segregatie, maar is wel een voorwaarde om afspraken te maken in regioverband. De acceptatieplicht regelt enkel dat een leerling moet worden toegelaten als hij de grondslag van de school respecteert in plaats van onderschrijft. Dat is alles. Minimale wijziging. Ik zou zeggen: omarm het.”

Jan Jacob (beslist): „Nee.”

Zal de vrijheid van onderwijs dan altijd het twistpunt tussen CDA en SP blijven?

Jasper: „Als concessie wil ik best de vrijheid om een school op te richten in stand houden. Maar dan moeten scholen algemeen toegankelijk zijn en meewerken aan een verdeling van achterstandsleerlingen.”

Jan Jacob: „Dat is geen concessie. Jij zegt: ’Luister mensen, u weet het eigenlijk allemaal niet zo goed, maar ik weet wel wat goed is. U moet meewerken aan het integratiebeleid, aan algemene toegankelijkheid, en de rest mag u zelf bepalen.”

Jasper: „Wat kan daar mis mee zijn? Er zijn nu ook regels. Wij leggen plichten op over rekenen en taal, we verwachten dat scholen aandacht schenken aan integratie. Ik wil dat alleen maar versterken.”

Bent u niet gewoon onderlinge verschillen aan het uitvergroten?

Beiden: „Nee!”

Jan Jacob: „Klaas Kater, de oprichter van de eerste christelijke werknemersorganisatie, zei in 1877 al: ’Wij willen hetzelfde, dat is waar, maar we willen het niet vanuit hetzelfde beginsel, niet langs dezelfde weg en niet tot hetzelfde doel’. Wij willen het aan de scholen overlaten. Als je het via wetgeving afdwingt, zijn de resultaten volgens mij op lange termijn negatiever.”

Jasper: „Dit probleem lost zich niet op zonder een steuntje in de rug van de overheid. Prachtig als het in bepaalde gemeenten werkt, maar landelijk gróeit de segregatie verder.”

Jan Jacob: „Als Jasper het houdt op een overleg tussen gemeenten en schoolbesturen, dan zeg ik: Jasper, wij kunnen elkaar de hand schudden. Maar hij wil het kunnen afdwingen door de overheid in plaats van door op afstemming gericht overleg.”

Jasper: „Dat is nou echt CDA. Overleg betekent dat het schoolbestuur de gemeente de rug kan toekeren en zeggen: ’Dit gaat ons echt te ver’.”

Jan Jacob: „Nee, als een school uit een overleg stapt, heeft ze een buitengewoon zware verantwoordelijkheid om te laten zien dat het een onredelijke vraag was. Bijvoorbeeld, omdat er dwangmatig een taak werd opgelegd. Scholen die er uitstappen, hebben echt heel wat uit te leggen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden