Hoe raak je verslaafd? En hoe kom je er af?

Hebben stevige drinkers en rokers aanleg voor verslaving? Of apen ze gewoon hun ouders en vrienden na? Wetenschappers hebben er zo hun ideeën over, maar zijn het zelden eens, zo blijkt uit een verwarrende bundel.

A. Krabben, T. Pieters en S. Snelders: Chemie van verslaving. Over genen, hersenstofjes en sociale zwakte. Prelum, Houten. ISBN 9789085628440; 250 blz. euro24,50

Hoeveel bibliotheken kun je volschrijven over wat we niet weten? Dat weten we uiteraard niet, maar ’Chemie van verslaving’ hoort er zeker in thuis. Een schare aan kenners van verslavingen bewijst dat in hun vakgebied nog vrijwel niets vaststaat. En dus botsen de meningen.

Waarom bent u gaan roken, waarom gaan drinken of blowen, en waarom zette u er geen punt achter? Psychische onmacht? En als u zich wél sterk toonde: was dat dan dankzij uw kranige wil? Van veel deskundigen mag je dat niet meer zeggen. Verslaving getuigt niet van geestelijk slappe enkels, weten zij, het is gewoon een ziekte van de hersenen.

Dat kun je zien. Als je ratten een paar uur stevig aan de cocaïne zet, lijken hun breintjes blijvend te zijn verbouwd. Kijk naar hun hersenscans. En na een jaar onthouding, een half rattenleven, hoeven ze er niet iets van te proeven, of ze beginnen er weer hevig naar te hunkeren.

Die cerebrale kwetsbaarheid hebben mensen ook, in meer of mindere mate. En we zijn niet ver meer van de dag dat de hersenfotograaf waarschuwt: „Zie uw brein, u laat het te ver komen!”

Dat verwacht de meest optimistische expert. Nu belooft dit boek van journalist Anja Krabben en de VU-onderzoekers Toine Pieters en Stephen Snelders hoor en wederhoor. Dat is natuurlijk loffelijk, maar juist daardoor moet de lezer steeds opnieuw concluderen dat we over verslaving nog bitter weinig zeker weten: noch over de oorzaak, noch over de aanleg, noch over de beste remedie.

Neem die hersenfoto’s. Je kunt de verslaving toch zien in het rattenkopje. Helemaal niet, reageren critici, niemand kan echt hersenscans lezen, nu niet en morgen niet. Neurologen beamen het: het decennium van de hersenen is net achter de rug, maar volgens Nobelprijswinnaar Torsten Wiesel hadden ze daar beter de eeuw of zelfs het millennium van de hersenen van kunnen maken.

Ach, die hersenfoto’s. Sociaal psycholoog Peter Cohen was ooit gek op zeezeilen: reken maar dat zijn hersenen onrustig werden als hij een plaatje van een schip op volle zee zag. Ze zouden zichtbaar klaarwakker zijn. Maar hersenziek? Voor Wim van den Brink, hoogleraar verslavingszorg in het AMC, is het niettemin logisch om verslaving een hersenziekte te noemen. Anders ga je alcoholisme nog een ’autonoom polssyndroom’ noemen, een reflex waarbij de pols, zodra je een glas alcohol in de hand hebt, vanzelf richting de mond gaat. Zo bestoken experts en critici elkaar bij gebrek aan definitieve kennis af en toe met halve inzichten en ridicule vergelijkingen.

Over de aanleg van verslavingen bekampen ze elkaar niet minder. Het hunkeren is een hersengebeuren en de weg ernaar toe is mogelijk vroeg geplaveid, in je genen. Sommige mensen zitten biochemisch zo in elkaar dat ze voor hetzelfde genot langer moeten roken of drinken dan anderen. Of hun bio-outfit maakt dat ze van jongsaf aan altijd voor het snelle genoegen kiezen en dan onvermijdelijk de ogen sluiten voor de uiteindelijke gevolgen.

Geboren voor de verslaving? Quatsch, sputteren critici tegen, genen schrijven niks voor. Als je hele familie drie pakjes per dag rookt, wéét je dat je gevoelig bent voor nicotine. Wees dan op je hoede.

Peter Cohen foetert verder: genetische aanleg is weer zo’n mystificatie van fysiologen. Drinken is even weinig genetisch bepaald als diepzeeduiken, het is puur na-apen. En het begrip verslaving is maar onzin. Vioolspelen kan net zo verslavend zijn als een sigaret.

Een onmogelijk debat? Je komt het nodige aan de weet in het boek. Maar hoor en wederhoor schiet zijn doel voorbij als elk oordeel even zwaar telt, dat van de deskundige en dat van de ’randspecialist’.

Zo gelooft Ton Schoffelmeer, hoogleraar psychofarmacologie aan de VU, heilig in medicijnen die het hunkeren van de verslaafde zullen temperen. Maar Cisca Joldersma, Tweede Kamerlid voor het CDA, mag met evenveel gezag aan de toekomst van die pillen twijfelen. En daarnaast de geneticus meegeven dat ze van zijn onderzoek niet zoveel verwacht.

Hier klinkt in door dat de verslaafde zelf tot inkeer moet komen, want behalve aan een hersenziekte lijdt hij immers toch een beetje aan een zieke wil. Voor de hersenfotograaf is dat een absurd, vóórwetenschappelijk standpunt, maar eigenlijk roept hij dat zelf ook maar vanuit het duister.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden