Interview

Hoe Peter R. de Vries de oproep van het jaar miste

Beeld Patrick Post

De doorbraak in de zaak-Nicky Verstappen was de zoveelste waar misdaadverslaggever Peter R. de Vries bij betrokken was. De energie waarmee hij zich in zaken vastbijt blijft onverminderd. ‘Het heeft te maken met wie ik ben. Dat kan ik niet uitzetten.’

 De racefiets. De ­telefoon, onhoorbaar rinkelend in het opbergvak van zijn koerstrui. De misdaadverslag­gever die eindelijk een paar uur heeft vrijgemaakt om zijn hoofd leeg te maken. Als Peter R. de Vries thuiskomt heeft hij 20 oproepen gemist. “Toen wist ik het wel. Het was zaterdag­ochtend. Dan gaan mensen niet bellen.” 9 juni 2018, de vermoedelijke moordenaar van Nicky Verstappen is gevonden.

Het duurde twintig jaar om de moord op de Limburgse jongen te ­koppelen aan een potentiële dader. Al die tijd stond De Vries de ouders van Nicky Verstappen bij; schudde hij het politie­apparaat en het Openbaar Ministerie op als het onderzoek dreigde te verzanden. Zat hij uren op de bank met en bij Peter en Berthie Verstappen, de ouders van Nicky. Zijn handen van de zaak ­aftrekken was nooit een optie. “Ik heb hier een Ajax-shirt op kantoor ­hangen. Daar zou Nicky in worden ­begraven, maar het kwam te laat. Dat heeft me er steeds aan herinnerd dat ik de zaak niet kon laten rusten. Ik kon die mensen toch niet aan hun lot overlaten. Al na de eerste uitzending over Nicky heb ik ­gezegd dat ik niet los zou laten voor de zaak zou zijn opgelost. Dat heb ik uit bravoure gezegd. Maar ik zei het wel.”

Het tekent De Vries: een man een man, een woord een woord. In zijn ­kantoor in Amsterdam Zuidoost, ­met zicht op de Johan Cruijff ArenA, vertelt hij het verhaal van Nicky Verstappen. Blauw colbertje, strak gecoiffeerd. Zijn karakteristieke monotone stemgeluid klinkt vertrouwd als hij over de zaak vertelt. Tot hij al vertellend aankomt bij het moment dat hij in zijn keuken staat, nog uit te hijgen boven de racefiets, en ziet dat hij twintig oproepen heeft gemist. Dan wordt hij eventjes overvallen door emoties, is de stem plots breekbaar en zacht. “Dat geeft wel aan hoezeer zo’n zaak onder je huid gaat zitten en wat het met me heeft ­gedaan.”

Waar komt toch die betrokkenheid ­vandaan?

“De ouders van Nicky benaderden me: of ik eens langs wilde komen om over de zaak van onze Nicky te spreken? Toen heb ik daar een ochtend zitten praten. Situatie: fotootje op het dressoir. Brandend kaarsje ernaast. Het feit dat een onschuldig kind zomaar verdwijnt en wordt vermoord, op wat een feestelijke vakantieweek had moeten zijn, dat is de ultieme nachtmerrie voor iedere ouder. Dat tart je voorstellingsvermogen. Natuurlijk, dat doe ik, zei ik. Ik ga jullie helpen.”

“Toen ik in 2012 met mijn programma stopte, waren Peetje en Berthie heel bezorgd. Ze dachten: de zaak is nog niet opgelost en Peter stopt met zijn ­programma. Wat gaat dat betekenen? Toen zijn ze hier op kantoor geweest en heb ik gezegd: ‘Maak je geen zorgen. Ik ga door met de zaak tot deze is opgelost.’ Daar waren ze heel blij mee. Het is dus een emotionele reden, maar ook beroepsmatige trots geweest. Dat ik zei: ik moet dat doen, ik moet het afmaken. Een roeping bijna.”

Maar waarom?

“Dat klinkt misschien als iets dat mensen uit mijn mond niet verwachten, maar, nou ja, dat is toch een vorm van empathie. Ik héb bij die mensen thuis op de bank gezeten…”

Waarom zouden mensen dat niet ­verwachten?

“Nou, ik merk dat mensen mij op sociale media vaak afschilderen als ­iemand die, nou ja, hard en onbenaderbaar is. En ja: ik kan ook fel en uitgesproken zijn in wat ik zeg en doe. Ik ga de confrontatie aan, ook met de politie en het openbaar ministerie. Daardoor vinden mensen me heel lastig.”

Ben je dat ook?

“Ja, ik kan een pain in the ass zijn.”

Dus je snapt mensen wel die jou niet heel empathisch vinden?

“Ja. Tot op zekere hoogte wel.”

Dan, plots verstorend: “Waar hadden we het ook alweer over?”

Terug in de tijd dan maar. Halverwege de jaren zestig komt De Vries tot de slotsom dat hij het beklemmende gereformeerde regime van zijn ouders niet wil volgen. “Ik wilde niet naar een christelijke school. Dat had ik heel sterk, vanaf dat ik een jaar of negen was. Ik vond het vervelend en naar. Ik geloofde ook niet. Niemand kon mij dat wijsmaken. Ik heb me er altijd mordicus tegen verzet. Daar begon het een beetje mee.”

Later, op het Christelijk Lyceum in Amstelveen, viel het kwartje alsnog. De Vries haalde met hoge eindcijfers zijn diploma, op één vak na: godsdienst. De Vries: “En geloof me: daar moest ik heel erg mijn best voor doen. Je aanwezigheid was eigenlijk al genoeg om een 6 te krijgen. Toch lukte het om die onvoldoende te scoren. Dat was mijn verzet. Ik weet nog goed dat mijn vader daar enorm nijdig om was. Een prachtig ­rapport, maar een onvoldoende voor godsdienst.”

Vagebondje

De Vries woonde in het keurige ­Amstelveen van de jaren zestig. Een ­vagebondje noemt hij zichzelf; misschien wel op weg naar een carrière als kruimelcrimineel. Als vierde kind uit een gezin van zes leek hij gedoemd te mislukken. Toch nam hij uiteindelijk een andere afslag. De Vries: “Ik heb op enig moment een vriendschap gekregen met Cor van Hout, één van de ­Heineken-ontvoerders. Met Cor sprak ik over dat soort dingen. We waren precies even oud, en we woonden hemelsbreed tien kilometer uit elkaar. Ik in Amstelveen en hij in de toen nog verpauperde Staatsliedenbuurt in Amsterdam. Ik haalde kattenkwaad uit, en dan kwam er wel eens politie aan de deur. Dat vonden mijn ouders verschrikkelijk. En het eerste wat ze dan altijd tegen me zeiden: ‘Wat moeten de buren daar wel niet van denken?’ Dat was het decorum, dat vonden ze verschrikkelijk.

“Ik vertelde dat eens aan Cor. Hij herkende dat wel. Alleen zei hij: ‘Bij mij ging dat anders.’ Hij woonde in een ­andere buurt, waar mensen geen naambordjes op de deuren hadden om het de deurwaarder niet te gemakkelijk te ­maken. Bij hem kwam de politie ook aan de deur. Als de politie weg was, dan kwamen de buren aan de deur om te vragen wat die ‘klerelijers’ moesten. Snap je het verschil in benadering? Dat was voor mij een eye opener. Het is heel bepalend hoe je omgeving met iets ­omgaat. Mijn ouders waren keurige mensen. Ik verzette me er wel tegen, maar we kregen normen en waarden mee. Bij mij kwamen de buren niet ­zeggen: wat deden die klerelijers hier.”

Buiten de boot

Nu hij succes heeft, spreekt hij soms mensen van toen die zeggen: “Het zat er altijd al in.” Het is een zinnetje waarbij zijn stem opnieuw even kraakt. De Vries: “Ik weet ook wel dat mijn vader en mijn moeder zich hebben afgevraagd of het wel goed zou komen. Ik was het zwarte schaap. Dat zullen ze zelf niet zo ­benoemen, maar dat was wel zo. De ­andere vijf deden het op school heel goed. Ik niet. Ik wilde niet. Ik deed het niet. Ik bleef zitten. Mijn ouders moeten gedacht hebben dat er van de zes kinderen ook eentje buiten de boot kon ­vallen. Het kan best dat dat een rol heeft gespeeld in mijn latere leven ja.”

Terug naar het nu, naar de man die onafgebroken op televisie lijkt te zijn, zich afzettend tegen jan en alleman. Vooral Geert Wilders is een geliefd slachtoffer. En als De Vries zich hard kan maken voor een ruimer kinderpardon zal hij dat niet nalaten. “Kinderen kunnen niet voor zichzelf opkomen, dan moet iemand anders het doen. Daar kan ik wel gedreven in zijn, omdat ik het écht vind.” Na een mislukte politieke carrière heeft hij óók een rol gevonden als opiniemaker: “Ik zit vaak in praatprogramma’s. Ik merk wel dat ik in die rol meer invloed heb dan een gemiddeld Kamerlid.”

Van de Puttense moordzaak tot de moord op Marianne Vaatstra, en ­recent de doorbraken in de zaken van Milica van Doorn en Nicky Verstappen – steeds was De Vries de schier onverstoorbare aanjager van gerechtigheid. De Vries: “Als je misdaadverslaggever bent, kun je het er simpelweg niet bij laten zitten door te zeggen: zoek het zelf maar uit. Ik kan dat niet. Dat is mijn kracht en mijn zwakte. Want het slokt je ook op natuurlijk.”

Daarom stopte je met je programma, toch?

“Ja. Ik had het zeventien jaar onafgebroken gedaan. Dan sleep je zoveel met je mee. Toen had ik echt wel zoiets: nu moet ik stoppen anders trek ik het echt niet meer.”

Klinkt ook alsof je veel druk voelt van de buitenwereld.

“Op een gegeven moment gaat wat je doet met jezelf op de loop. En dan word je een merk. Ik word ook steeds aangesproken door mensen die iets van me verwachten. Het is iets dat er altijd is. Vroeger als ik voor mijn programma in het buitenland was, voelde ik me wel eens helemaal vrij. Daar kon ik van genieten. Dat ik met één zaak bezig was zonder te veel rompslomp. Hier is er ­altijd de verwachting, de druk, de aanspraak. Het is moeilijk uit te leggen, maar het is wel zoals het is. Op het ­gevaar af dat mensen me weer arrogant vinden: Ik ben een soort merk geworden, het is groter geworden dan ik zelf.”

Voel je je soms slachtoffer van je succes?

“Mmm. Ik denk het wel ja. Laat ik ­zeggen: wat ik heb gedaan, dat gaat voor een behoorlijk gedeelte ten koste van mezelf. Maar ik zou het waarschijnlijk zo weer doen. Ik heb het wel altijd met een enorme gedrevenheid en vasthoudendheid gedaan.”

En met plezier?

“Te weinig. Ik deed het omdat ik vond dat het moest, omdat niemand anders het deed. En omdat ik het gevoel van verantwoordelijkheid had. Mijn ex-vrouw zei wel eens: ‘Je moet harder worden, ook eens nee zeggen’. Mijn antwoord was dan altijd: ‘Van nee ­zeggen tegen deze mensen zou ik nog ongelukkiger worden’.”

Nog ongelukkiger?

“Nou ja, goed. Dat is een manier van zeggen. Mensen denken wel eens dat mijn leven een en al glamour is. Omdat ik ook op televisie ben en zo. En dat je geniet van je beroemdheid. Maar het is een leven als een topsporter. En al heel lang.”

Je bent nu 62. Ga je een keer stoppen?

“Als ik dood neerval waarschijnlijk. Het heeft te maken met wie ik ben. Dat kan ik niet uitzetten.”

Heb je niet te weinig tijd om al je werk te kunnen doen?

“Een werkdag van twaalf uur is een standaard werkdag. Dat is doodnormaal. Meestal zeven dagen in de week. En nee, dan hou ik niet heel veel tijd over voor een sociaal leven. Gelukkig werk ik met mijn zoon, dus die zie ik vaak. In denk dat ik de afgelopen vier jaar twee weken op vakantie ben geweest. Dat is het.”

En dan zet je toch wel je telefoon uit?

“Nee. Ook niet. Daar word ik onrustig van. Maar niemand hoeft daar medelijden mee te hebben. Zo is het gewoon. ­Tegenwoordig ben ik blij met kleinere dingen. Afgelopen zomer was het ­natuurlijk geweldig weer en dan vind ik het fantastisch om op de racefiets te stappen en dan te zeggen: ik ga 75 ­kilometer fietsen. Mooi weer, fietsen langs het water. Lekker een eind weg. Dan denk ik: dat kan ik in het buitenland echt niet beter krijgen.”

En dan zet je telefoon uit, en heb je twintig oproepen gemist.

Glimlachend: “Dan zie je dus dat je ­inderdaad het telefoontje van het jaar kunt missen.”

Peter R. de Vries

(14 november 1956) werkte jarenlang als ­misdaadverslaggever. Tussen 1995 en 2012 maakte hij het ­televisieprogramma ­‘Peter R. de Vries, ­misdaadverslaggever’.

De Vries deed onderzoek naar geruchtmakende zaken zoals de Puttense moordzaak, de moord op Marianne Vaatstra en die op Nicky Verstappen. ­Tegenwoordig heeft hij samen met zijn zoon een advocaten­bureau en ­begeleidt hij voetballers. 

Lees ook:

DNA-match in zaak-Nicky Verstappen: 55-jarige verdachte is spoorloos

Er is een naam. Het verdachte DNA op het lichaam van de in 1998 vermoorde Nicky Verstappen (11) is van Jos B., een nu 55-jarige man die in 1998 woonde in Simpelveld, vlakbij Heerlen. 

Moeder Nicky Verstappen: ‘Ik vind het nog erger dat een vreemde hem heeft meegenomen’

De vermoedelijke dader van de moord op Nicky Verstappen is bekend, maar op de vlucht. In heel Europa wordt uitgekeken naar de survivalspecialist.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden