Column

Hoe om te gaan met Orbán, een leider die de Europese waarden ondergraaft?

Columnist Stevo Akkerman.Beeld Trouw

Heerlijk land, Hongarije. Nog altijd kan ik zonder stotteren ‘Székesfehérvár’ zeggen en ik zou, gezeten op een terrasje in die provinciestad, in een soort Hongaars twee bier kunnen bestellen. Wat één bier is, ben ik vergeten. 

Ik zag deze week een foto van Viktor Orbán, de sterke leider der Hongaren, op campagne in Székesfehérvár en werd besprongen door herinneringen. Reizen in het begin van de jaren tachtig, toen Hongarije binnen het Oostblok gold als de vrolijkste barak van het kamp. Het weergaloze uitzicht over de Donau vanaf de Gellért-heuvel, een jonge Orbán - slank, zijn haar in een matje - die in 1989 publiekelijk het vertrek van de Russen eiste. Het openknippen van het IJzeren Gordijn door minister Guyla Horn. En daarna, toen ik Midden-Europa-correspondent was geworden, gesprekken in de mooiste koffiehuizen van Boedapest, interviews in het parlement aan de rivier, reportages in staalfabrieken en op de poesta, liefst in het gezelschap van gekoelde rode wijn. Vörösbor.

Hongarije was op weg terug naar Europa, en ik juichte dat toe. Maar nu, 25 jaar later, is het de vraag of we geen koekoeksjong hebben binnengehaald. Voor de andere landen van Midden-Europa geldt dat ook, maar Hongarije gaat voorop in het streven naar een ‘illiberale democratie’, zoals Orbán het zelf noemt. 

De man die in zijn jonge jaren de Russen uitdaagde en met een beurs van miljardair George Soros in Oxford studeerde, heeft zich ontpopt als een vriend van Poetin en een sloper van de democratie. Via een overheidscampagne met antisemitische ondertonen heeft hij zijn vroegere weldoener gebombardeerd tot de grootste bedreiging van het ‘christelijke Hongarije’. Soros staat volgens Orbán samen met Brussel aan het hoofd van een complot om ‘ons territorium te overhandigen aan een nieuw gemengd en geïslamiseerd Europa’.

Morele paniek

De EU moet zich na Orbáns verkiezingsoverwinning afvragen hoe om te gaan met een regeringsleider die de Europese waarden van binnenuit ondergraaft. Toen ik een half jaar geleden de Israëlische historicus en Holocaust-overlevende Zeev Sternhell sprak, zei deze dat de landen van Oost-Europa nooit tot de EU hadden mogen worden toegelaten; het gebrek aan enige democratische traditie zou hen duidelijk diskwalificeren. Die conclusie vind ik te pijnlijk om direct over te nemen. 

Er zijn redenen om te denken dat Oost-Europa een noodzakelijke fase van nationalisme doormaakt. Na het wegvallen van het communisme en de kennismaking met een chaotisch open wereld - waar West-Europese landen overigens ook mee worstelen - ontstond er in het oosten ‘morele paniek’, zoals de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev het uitdrukt; het enige houvast dat men nog kon vinden, lag in de pre-communistische notie van de eigen nationale grootsheid. Dat die zich keert tegen de EU, is een groot probleem, maar ik ben nog niet zover hen uit het Europese nest te willen kieperen. Gooi eerst Orbáns partij maar eens uit de christen-democratische fractie in het Europees Parlement, bij wijze van schot voor de boeg.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de 'keiharde nuance' en het 'onverbiddelijke enerzijds-anderzijds' preekt. Eerdere columns: trouw.nl/stevoakkerman.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden