Hoe Nederlands is Nederlandse opera in de regie?

Het zal er toch van komen: Neerlands spraakmakendste toneelmaker, Gerardjan Rijnders, leider van Toneelgroep Amsterdam, gaat bij De Nederlandse Opera een regie doen. 't Is nog ver weg, in het seizoen 1993-1994, maar in de operawereld worden de afspraken lang vooruit gemaakt.

Het wordt 'Symposion', de nieuwe opera van Gerrit Komrij (tekst) en Peter Schat (muziek). Hoe komisch: zo gauw er iets nieuws, moderns, Nederlands op de operaplanken verschijnt, mag er een Nederlandse regisseur opdraven. Of wanneer er een noodgreep moet worden toegepast, blijkt het handig dat er ook in Nederland nog wat regisseurs rond lopen. Ik wijs op 'Orphee et Eurydice' van Gluck in het seizoen 1989 - 1990.

Voor dat werk was een overname gedacht van de produktie zoals Harry Kupfer die gemaakt had voor de toen nog Oostberlijnse Komische Oper. Maar die werd toen alsnog niet goed bevonden. Wat dan wel. Een lucide geest binnen de Nederlandse Opera moet toen geroepen hebben: Peter te Nuyl. Deze in kringen van toneelcritici hoog gewaardeerde regisseur kwam, gesteund door ontwerpster Mirjam Grote Gansey, met een indrukwekkende verbeelding van het Orfeo-gegeven. Hebben we daarna Te Nuyl terug gezien als regisseur? Neen. Hijzelf zou best willen. Maar een nieuwe opdracht kreeg hij niet; vooralsnog mag hij alleen zijn werk herhalen in het seizoen 1993 - 1994.

Laat ik voorop stellen dat ik het zeer interessant vind wat artistiek directeur Pierre Audi klaarstoomt in zijn werk als regisseur bij zijn eigen gezelschap: de 'Ulisse' van Monteverdi of de 'Mitridate' van Mozart heb ik met veel spanning genoten, diverse malen zelfs. En dat Audi in het net begonnen seizoen weer op de regisseurslijst staat, juich ik toe. Maar is het niet een beetje overdone dat hij naast twee herhalingen ('Ulisse' en de dubbelproduktie 'Gassir/Combattimento' op alternatieve locatie) liefst twee nieuwe produkties doet: 'Punch and Judy' van Harrison Birtwistle en 'La Boheme' van Puccini?

Was het niet op zijn plaats geweest om voor een van die twee stukken een Nederlands toneel(theater)regisseur te vragen? Gerardjan Rijnders voor 'La Boheme' bij voorbeeld. Een opera uit het klassieke, grote repertoire. Dat vormt een toetssteen. Rijnders regisseerde immers toneelklassiekers van Shakespeare ('Hamlet' en 'Troilus and Cressida'), Racine ('Andromache') en Von Kleist ('Penthesilea').

We schakelen even over naar de actualiteit. Toneelgroep Amsterdam kondigde aan dat het project 'Toren van kaneel' niet doorgaat. 'De toren' zou bestaan uit een toneeltekst van Gerrit Komrij (circa 10 minuten met geimproviseerd slagwerk begeleid), een opera (een uur, voor vier zangers waarbij een jongenssopraan en orkest, gecomponeerd door Hans Rotman op tekst van Garcia Lorca) en een solo-dans (ca 10 minuten voor Clint Farha, choreografie Ted Brandsen). Rijnders vindt de muziek van Rotman 'niet om aan te horen en niet iets om publiek mee lastig te vallen', zo noteerde het NRC uit Rijnders' mond. Dat is nog eens leuke tekst van iemand die moderne opera (Peter Schat) in het balboekje heeft staan.

"Volkomen onjuist geciteerd" , reageert Rijnders bij navraag. "Ik zou dat niet kunnen zeggen, want ik had de muziek nog niet met orkest gehoord; de repetities gingen met twee piano's." Het probleem zat in de opzet van het stuk, met name in de wijze waarop de componist een van de rollen had gedacht, legt Rijnders uit. "Ik had grote moeite er echt muziektheater van te maken. Veranderingen werden door Rotman afgewezen. Toen hield het voor mij op."

Jammer, want Rijnders zette daarmee zijn eerste opera-regie ter zijde. Het feit dat hij dit wilde doen onder de paraplu van Toneelgroep Amsterdam, geeft aan dat Rijnders wat met muziektheater heeft. Ook met opera. Hij gaat regelmatig naar voorstellingen in het Muziektheater. 'La Traviata' zou hij graag regisseren. Maar er gloort hoop, in het oosten, waar de beoogde artistieke leiding van het nieuwe Opera Forum al contact heeft aangeknoopt met Rijnders.

Opera Forum zoals het nu is, heeft de weg naar Nederlandse regisseurs al eerder gevonden. Gisteravond zag Bizets 'De Parelvissers' in Enschede het licht in regie van Corina van Eijk. Behalve dat zij toneelles aan zangstudenten gaf en als regie-assistente aan enkele Europese operahuizen meeliep, stampte deze toneelregisseuse in 1989, 1990 en 1991 in haar Friese woonplaats aan de voet van een dijk opera-produkties uit het weiland, geheide klassiekers nogwel: 'Elisir d'amore' van Donizetti, 'Rigoletto' van Verdi en 'Hoffmanns Vertellingen' van Offenbach. De pers reageerde positief. Opera Forum ging er heen om dat te bekijken en hapte toe.

Richten we de blik naar Belgie, dan zien we dat in dit seizoen de Vlaamse Opera voor Verdi's 'Falstaff' de Vlaming Gilbert Deflo (een oude rot die bij De Nederlandse Opera in 1980 een mooie regie deed) inschakelt. En de Nationale Opera Brussel vertrouwt aan de jonge Vlaamse toneelregisseur Guy Joosten Verdi's 'Un ballo in maschera' toe. Vorig seizoen deed Joosten zijn eerste regie bij de Vlaamse Opera, een prachtige 'La Cenerentola' van Rossini. De twee Belgische gezelschappen zullen die politiek om regisseurs van eigen bodem te laten ingroeien in muziektheater, door gaan zetten.

Heel interessant van De Nederlandse Opera om de 53-jarige sopraan Brigitte Fassbaender dit seizoen een regie-kans (de derde regie in haar carriere) te geven in het Muziektheater met Brittens 'A Midsummer Night's Dream', maar waarom werd deze droomkans niet vergeven aan een Nederlands toneelregisseur? Het ontwikkelen van regie-talent van eigen bodem zou punt van beleid moeten zijn bij een instituut dat toch nog steeds Nederlandse Opera heet en ingebed is in een Nederlandse cultuur van theatermaken die - mogen we Arthur Sonnen, directeur Nederlands Theaterfestival, geloven - tot de beste van Europa behoort.

Van geldtekort, waarmee het ontbreken van een eigen operastudio voor jong zangtalent wordt gerechtvaardigd, kan hier geen sprake zijn. De oorzaak zou wel eens kunnen liggen in het feit dat de artistieke leiding van de Nederlandse Opera te los staat van die Nederlandse culturele infrastructuur. Het verweer dat zulks niet zo is, hoop ik in de komende seizoenen te kunnen noteren. 1993-1994 zou de omslag kunnen brengen met Rijnders en Te Nuyl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden