Hoe Nederland op slot ging

Bouwprojecten worden stilgelegd, wegen kunnen niet worden verbreed. Dat is het gevolg van een nieuwe Europese regel die schone lucht voorschrijft. Waarom ging Nederland akkoord met een regel waarvan milieuminister Jan Pronk waarschuwde dat hij nauwelijks uitvoerbaar zou zijn?

door Wouter Bax en Lex Oomkes

In de annalen van de milieubeweging kan 1 januari 2005 als een grote dag worden bijgeschreven. Op die datum is de richtlijn luchtkwaliteit van de Europese Unie van kracht geworden.

Buiten de milieubeweging had bijna niemand door dat er een regel aankwam die de bouw en het verkeer in het dichtbevolkte Nederland ernstig zou belemmeren.

Nu komen 'Brusselse regels' niet zomaar tot stand, Den Haag had zich ermee kunnen bemoeien. Maar toen in 1999 in Brussel de richtlijn werd opgesteld, waren er in politiek Den Haag maar weinigen wakker. Bij Milieudefensie hadden ze het wel door.

,,Wij zagen dat er iets heel moois zat aan te komen'', herinnert Wijnand Duyvendak zich. ,,Maar om geen slapende honden wakker te maken, hielden we ons muisstil.''

Het gebeurde in 1999, op een vergadering van de Europese ministers van milieu in Brussel. Die vergadering werd destijds nauwelijks opgemerkt, want er gebeurde zoveel op milieugebied, dat jaar. Zo woedde in Nederland het debat over het boren naar gas op de Wadden. De Europese Unie scherpte het verbod op de invoer van genetisch gemodificeerde landbouwproducten aan. En in Bonn werd een klimaattop gehouden over het Kyoto-verdrag voor de vermindering van broeikasgassen.

Toch had iedereen in Nederland kunnen weten dat er ook op het gebied van de luchtkwaliteit iets speelde. Uitgerekend Jan Pronk, de milieuminister van de PvdA, gaf namelijk aan dat Nederland nauwelijks zou kunnen voldoen aan een nieuwe richtlijn voor de lucht die Brussel toen voorstelde. Pronk, toch geen politicus die snel geneigd is zijn idealen aan de eisen van het bedrijfsleven en het verkeer aan te passen, waarschuwde dat deze richtlijn wel heel ver zou gaan. Vrijwel niemand hoorde hem.

Nederland had zich toen al klemgezet in een complex van Europese milieunormen, waaraan het met geen mogelijkheid kon voldoen. Dat blijkt ook uit het feit dat Pronk en de toenmalige minister van landbouw, Laurens Jan Brinkhorst, in dat jaar in Brussel hun handen vol hadden aan het ontwijken van een vergaande Europese richtlijn tegen het mestoverschot. Die richtlijn was er mede gekomen door de vorige minister van landbouw, Jozias van Aartsen (VVD).

VERVOLG OP PAGINA 2

Hoe Nederland op slot ging

EU-richtlijn schone lucht

VERVOLG VAN PAGINA 1

Zelfs Jan Pronk waarschuwde dat de norm te streng zou zijn

De intensieve veehouderij ging in 1999 gebukt onder crises als de epidemie van varkenspest, en de politieke roep om stoer beleid was dan ook groot. Van Aartsen tekende in Brussel voor maatregelen die achteraf veel te ambitieus bleken.

Nederland zou er nooit in slagen om het mestoverschot naar het beloofde niveau terug te dringen, moest Brinkhorst in Brussel melden. Maar de Europese Commissie stapte naar het Europees Hof van Justitie en kreeg daar gelijk: De lidstaten hebben een richtlijn goedgekeurd, en dus moet die worden nageleefd. Voor Pronk en Brinkhorst begon een proces van soebatten dat tot op heden voortduurt.

Onder dit gesternte kwam in 1999 de EU-richtlijn voor schone lucht tot stand. De vijftien lidstaten van de Europese Unie tekenden opnieuw een ambitieuze milieuovereenkomst: Vanaf 1 januari 2005 zou de uitstoot van fijn stof -zoals dat bijvoorbeeld door dieselmotoren wordt uitgestoten- danig worden beperkt. Vanaf 2010 zullen tevens de normen voor stikstofoxide strenger worden.

Dat dat een bijna onhaalbare norm zou worden, is niet pas nu gebleken. Ook toen was het genoegzaam bekend.

Aan Jan Pronk lag het niet. Hij had de Europese Commissie van tevoren gewaarschuwd dat een aantal landen, en uitdrukkelijk Nederland, nooit kon voldoen aan de normen en de termijnen. Hij liet die opmerking zelfs apart aantekenen in de overeenkomst, als enige van de vijftien milieuministers. Toch had in de Tweede Kamer vrijwel niemand aandacht voor deze zaak.

Twee Nederlandse kamerleden, een ter linker- en een ter rechterzijde, die wel doorhadden wat er speelde, bewaren dan ook slechte herinneringen aan de behandeling van de EU-richtlijn luchtkwaliteit in het Haagse parlement. De een, oud-GroenLinks-woordvoerder Hugo van der Steenhoven, omdat er te weinig aandacht was voor het onderwerp. De ander, oud-VVD-woordvoerder Jan Hendrik Klein Molenkamp, omdat het veel te veel geld zou gaan kosten.

Aan de Tweede Kamer meldde Pronk toen al dat een consequente naleving van de richtlijn vele miljarden euro's zou gaan kosten. Klein Molenkamp, in die tijd de VVD-woordvoerder milieu in de Kamer, werd daardoor gealarmeerd.

,,De VVD is van dat bedrag enorm geschrokken. Het kabinet wilde de richtlijn via een algemene maatregel van bestuur in Nederland kracht van wet geven, maar dat kon natuurlijk niet. Stel je voor, een maatregel met zoveel gevolgen! Daarvoor moest natuurlijk de zwaarst mogelijk procedure gevolgd worden.'' Er moesten wetten worden gemaakt op basis waarvan de richtlijn voor schone lucht ten uitvoer kon worden gebracht, vond de VVD.

Aan de andere kant van het politieke spectrum wond GroenLinks-kamerlid Hugo van der Steenhoven zich, om andere motieven, eveneens op over de lichtvaardige manier waarop Den Haag omging met luchtkwaliteit. Van der Steenhoven, terugkijkend: ,,In die tijd verscheen er een rapport van de universiteit Nijmegen, waaruit bleek dat met name kinderen ernstig geschaad werden als ze in de nabijheid van een drukke verkeersweg woonden. Niemand in de Tweede Kamer die zich erover opwond.'' Voor de GroenLinkser was dit reden blij te zijn met de strenge richtlijn die in Brussel werd besproken.

Hoe verschillend Van der Steenhoven en Klein Molenkamp ook over de zaak denken, beiden zijn het erover eens dat Pronks waarschuwing destijds in het parlement geen alarmbellen deed rinkelen.

,,Men wist in de Kamer amper waar men het over had'', stelt Van der Steenhoven. Klein Molenkamp: ,,De interesse was er inderdaad niet.''

Hij denkt dat dat komt door de gunstige economische omstandigheden van toen. ,,Het geld stroomde binnen, de bomen leken tot in de hemel te groeien en dus kon het de meesten in de Kamer niet zoveel schelen dat dit geld zou kunnen gaan kosten.''

Klein Molenkamp verzamelde dertig handtekeningen van collega-kamerleden, waarmee hij het kabinet verplichtte om de zwaarste procedure te volgen, die van een formeel wetsvoorstel, om de richtlijn ten uitvoer te brengen. Dan zou de uitvoering van de regel tenminste breed besproken moeten worden. ,,Zo wilde ik het kabinet dwingen advies in te winnen, onder meer van de Raad van State. Maar kort daarop viel het tweede paarse kabinet. En Pronks opvolger, staatssecretaris Pieter van Geel, deed de toezegging niet gestand. Nu komt de Raad van State alsnog met advies en komt alles tot stilstand. Dat was niet nodig geweest.''

De gevolgen zijn nauwelijks te overzien. Wegen kunnen niet meer worden aangelegd of verbreed, gemeenten kunnen hun bedrijventerreinen niet ontwikkelen, drukke straten moeten rustiger worden.

Pas nu de EU-regel tastbaar wordt, is Den Haag in rep en roer. Dinsdag gaat de Tweede Kamer erover debatteren.

Staatssecretaris Van Geel hoopte aanvankelijk nog de zaak op te lossen door de trukendoos te openen, een praktijk waar Nederland inmiddels in de EU een reputatie in heeft. Hij ging streven naar 'een werkbare interpretatie van de normen'. Zo zou de norm daar waar alleen weilanden zijn wat minder streng kunnen worden toegepast dan daar waar veel mensen wonen. Maar dat pikt de Raad van State niet, blijkt nu. De Europese regels moeten worden toegepast.

Voor Nederland rest daarom een oud recept: met hangende pootjes naar Brussel en soebatten maar. Van Geel wil de zaak aankaarten op de volgende raad van milieuministers in Brussel. Daar hoopt hij aansluiting te vinden bij landen als Italië en Duitsland, die eveneens omhoog zitten met de normen. Maar de Europese Commissie, de hoeder van de afspraken, heeft al aangekondigd een verzachting van de richtlijn niet zomaar te zullen tolereren.

Inmiddels zitten Nederlandse notabelen zo omhoog met de zaak, dat ze haar omdraaien. Minister Karla Peijs van verkeer en een reeks wethouders verwijten Brussel onredelijke normen af te vaardigen. 'Brussel' heeft het weer gedaan.

Oud-kamerlid Klein Molenkamp (VVD) vindt dat de Nederlandse politiek simpelweg naïef is als het gaat om het invoeren van EU-regels. ,,We hebben bij de mestwetgeving tot onze schade gemerkt wat het betekent als EU-regels niet goed worden nagevolgd. En nu dit... In de Kamer vonden ze me een zeurpiet, terwijl dit allemaal te voorzien was geweest.''

Van der Steenhoven (GroenLinks) hoopt dat de politiek nu eindelijk een les geleerd heeft. ,,Wij hebben in Nederland altijd geleefd met het idee dat we op milieuterrein in Europa vooropliepen. Niets is minder waar. We zijn achter in het peloton terechtgekomen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden