Hoe moet het verder met Irak?

Vandaag eindigt de Amerikaanse Operatie Iraakse Vrijheid. Het land gaat gebukt onder politieke instabiliteit en toenemend geweld. Irak-specialist Hiltermann geeft antwoord op de vraag:

Irak is in de allerhoogste staat van paraatheid. Vandaag komt na ruim 7,5 jaar een einde aan de Amerikaanse gevechtsmissie Operatie Iraakse Vrijheid, maar vrij van geweld is het land in ieder geval niet. Premier Noeri al-Maliki waarschuwde eind vorige week dat Al-Kaida in Irak en leden van de Baath-Partij van voormalig dictator Saddam Hoessein klaar staan om het vertrek van de Amerikanen luister bij te zetten met spectaculaire zelfmoordaanslagen.

De radicale soennieten gaven de afgelopen weken alvast een voorproefje van hun kunnen. Een vernietigende zelfmoordaanslag in Bagdad kostte aan tientallen legerrekruten het leven. Vorige week slaagden de opstandelingen erin om een reeks aanslagen te plegen in meer dan tien verschillende steden – van het noorden tot het uiterste zuiden van Irak.

Zo dringt de vraag zich op wat de Irakezen precies zijn opgeschoten met de Amerikaans-Britse inval van 2003. Daarop is in ieder geval een duidelijk antwoord te geven: dictator Saddam Hoessein werd verdreven, en er zijn slechts weinig Irakezen die terugverlangen naar zijn bloedige regime dat tot wel een miljoen Irakezen het leven kostte. Maar de jaren na zijn val vielen er in Irak toch ook veel doden – conservatieve schattingen gaan uit van 100.000 burgerdoden, maar dat zou zomaar een veelvoud kunnen zijn.

Zo’n anderhalf miljoen mensen zijn ontheemd geraakt, gevlucht in eigen land – en een deel van hen leeft nog altijd in kampen. Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie Unhcr heeft de Irak-oorlog geleid tot de ergste humanitaire crisis sinds 1948, toen de helft van de Arabische bevolking van Palestina het land ontvluchtte na de stichting van Israël.

De honderdduizenden vluchtelingen die buiten Irak verblijven, hebben vooralsnog weinig om voor terug te keren: de werkloosheid is hoog (volgens sommige schattingen zo’n 30 procent), de publieke voorzieningen abominabel. De meeste Irakezen hebben slechts een paar uur per dag elektriciteit en water, ook tijdens hittegolven met temperaturen van meer dan 50 graden. De overheid faalt in de wederopbouw, en de miljardeninvesteringen van de Amerikanen hebben weinig opgeleverd. Door corruptie en geweld laten zij honderden onafgemaakte projecten achter.

Hoe staat het land er dus voor, in vergelijking met 7,5 jaar geleden? „Je kunt niet zeggen dat het beter of slechter is”, vindt Joost Hiltermann. „Het is anders.” De Irak-specialist van denktank International Crisis Group is in ieder geval niet erg optimistisch over de stand van zaken. „De mensen in Irak zijn bang, en ze hebben weinig vertrouwen.”

Het vertrek van de Amerikanen, vandaag gesymboliseerd door het einde van Operatie Iraakse Vrijheid, is een nieuwe test voor Irak. In de praktijk verandert er natuurlijk niet veel – de laatste gevechtsbrigade is twee weken geleden vertrokken, de troepenafbouw is al vele maanden gaande. De Amerikaanse militairen hadden zich bovendien eerder al teruggetrokken uit de Iraakse steden en zijn het laatste jaar nauwelijks ingezet voor offensieve acties.

Daar komt bij dat er nog altijd 50.000 manschappen in Irak achterblijven, die ook best kunnen vechten. De verandering is daarmee vooral symbolisch: de achtergebleven militairen gaan deel uitmaken van Operatie Nieuwe Dageraad en hebben vooral nog een adviserende taak. Maar, zegt Hiltermann, er is natuurlijk wel degelijk een ontwikkeling gaande. „Er is een verschil tussen de 150.000 militairen die hier een paar jaar geleden nog zaten, of 50.000 manschappen. Het is maar de vraag of die 50.000 man een burgeroorlog kunnen smoren.”

Want Hiltermann sluit niet uit dat zo’n test kan komen, en met hem anderen. Een Unhcr-woordvoerder waarschuwde dat donorlanden Irak niet in de steek moeten laten: „Statistieken laten zien dat de meerderheid van post-conflict-landen binnen zeven jaar weer terugvalt in conflict. Vaak komt dat doordat er te weinig aandacht en steun zijn in die cruciale jaren.”

Dat is wat ook nu dreigt. Volgens een Amerikaans-Iraaks verdrag dat nog stamt uit de tijd van oud-president Bush, moeten ook de laatste 50.000 Amerikaanse militairen eind volgend jaar uit Irak vertrekken. Hiltermann gelooft niet dat president Obama nog van die belofte terug zal komen. „De druk is zo groot om die troepen terug te trekken, hij heeft bijna geen keuze. Hij wil een stabiel Irak achterlaten, maar het lijkt nu meer op ’Na mij de zondvloed’.”

Hiltermann is niet zozeer bevreesd voor het optreden van Al-Kaida. Die organisatie kan weliswaar veel geweld ontketenen, maar het is niet te vergelijken met haar kracht drie of vier jaar geleden. Wat het land echt bedreigt, aldus Hiltermann, is politieke instabiliteit. In maart waren er verkiezingen, maar een regering laat al een half jaar op zich wachten. Als het politieke proces klapt, dan kan het land terugvallen in burgeroorlog: „Als de politici elkaar de schuld gaan geven van bomaanslagen, of als een van de politieke leiders wordt vermoord – dan is het hek van de dam.” En krijg dan maar eens met 50.000 man de geest weer in de fles. Laat staan met nul man.

Er is de Amerikanen dan ook veel aan gelegen Irak in ieder geval achter te laten met een regering die enigszins stevig in het zadel zit. Want die krijgt nogal wat problematische dossiers op haar bord: de moeizame verhouding tussen Koerden en Arabieren die ruziën over territorium en olie-inkomsten; het koest houden van radicale groeperingen; en natuurlijk het verbeteren van de publieke voorzieningen.

Zolang er geen nieuwe regering is kunnen deze dossiers er alleen maar op achteruitgaan. Vooralsnog duidt echter niets erop dat de Iraakse politici zich het belang realiseren van een snelle formatie of het sluiten van compromissen. „Het politieke proces zit muurvast”, aldus Joost Hiltermann. Dat komt ook door de verkiezingsuitslag, die geen duidelijke winnaar kende. Het politieke landschap is versplinterd (zie kader).

Het is een mythe te denken dat Irak een efficiënte regering kan krijgen, meent Hiltermann. Het hoogst haalbare is een regering waarin de meeste groeperingen vertegenwoordigd zijn, zodat geen enkele stroming van de macht wordt uitgesloten. Stabiliteit gaat daarbij even voor effectiviteit. „Een regering van twee partijen zou misschien effectief zijn maar geen vrede brengen.” Een zeer slecht scenario zou dan ook een regering zijn zonder verkiezingswinnaar Iyad Allawi. Deze seculiere sjiiet won met zijn politieke blok het grootste deel van de soennitische stem, en de vrees is dat die groep zich buitengesloten zal voelen – met alle gevaren van dien. Het waren de soennieten die zich de afgelopen jaren het heftigst verzetten, nadat ze de macht verloren die ze als groep onder Saddam Hoessein nog hadden. Radicale soennieten bestreden de Amerikanen in de steden Falloedja en Mosoel; het waren de bloedigste gevechten van de oorlog.

Maar inmiddels lijkt een deel van de groep zich te realiseren dat met het vertrek van de Amerikanen een definitieve machtsgreep dreigt van de sjiieten (die de meerderheid van de bevolking vormen). „De Amerikanen vertrekken maar ze hebben de problemen niet opgelost”, zei een soennitische parlementariër onlangs tegen de Washington Post. „Tot nu toe hebben ze gefaald en Irak in handen gelaten van andere landen.”

Met die ’andere landen’ doelde de parlementariër op Iran. Hij is, overigens net als de Amerikanen, bevreesd voor invloed van Teheran. Maar analist Hiltermann relativeert dat risico. Iran heeft geen vrienden in Irak, zegt hij. De door Iran gewenste coalitie – een sjiitisch monsterverbond – kwam voorafgaand aan de verkiezingen niet van de grond.

Toch zal er een externe partij moeten zijn die de stabiliteit die de Amerikaanse troepen nu nog min of meer garanderen, straks afdwingt in Irak. Hiltermann denkt daarbij echter niet aan Iran, maar eerder aan een samenwerking tussen verschillende buurlanden. „Iran, Saoedi-Arabië, Syrië en Turkije zijn het over één ding eens, en dat is dat Irak niet uit elkaar mag vallen.” Gezamenlijk overleg daarover moet echter nog helemaal van de grond komen.

Hoe dan ook is het een illusie te denken dat Irak tussen nu en een paar jaar een goed functionerend land wordt, laat staan het baken van democratie in de regio dat de regering-Bush in 2003 voor ogen stond. „De toestand is zonder regering héél ernstig, met regering gewoon ernstig. Het zaakje is zeer gammel”, meent Hiltermann. „Als je erin slaagt het evenwicht te bewaren, kun je blijven bouwen aan een staat, en aan de instituties die daarbij horen. Als je het evenwicht verliest stort de boel in elkaar.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden