Hoe moet het verder met de berechting van de polderjihadi’s?

Vermoedelijke kalifaatstrijders uit het laatste IS-bolwerk Baghouz, die zijn gevangen genomen door de Syrische Democratische Strijdkrachten. Beeld AFP

Nu het kalifaat bijna is gevallen, wil Washington dat Europese landen gevangen IS’ers ophalen uit Syrië, om ze hier te berechten. Welke mogelijkheden zijn er? ‘Het is zeker niet zo makkelijk als ze in Amerika denken.’

 Het was nota bene Donald Trump die laatst de knuppel in het hoenderhok gooide. De Amerikaanse president riep Europese landen vorige maand via Twitter op om in Syrië gevangen genomen strijders van Islamitische Staat, als ze ­afkomstig zijn uit deze landen, terug te halen en te berechten.

“Het kalifaat staat op het punt te vallen”, twitterde de president, die er in onvervalst Trumpiaanse stijl meteen een dreigement aan toevoegde: als de Europeanen hun jihadisten niet terugnemen, zouden de Amerikanen zich wel eens genoodzaakt kunnen voelen om ze vrij te laten. “De VS zien deze IS-strijders niet graag naar Europa trekken, waar ze waarschijnlijk naartoe zullen gaan.”

De VS overwegen zelf ook om Amerikaanse kalifaatstrijders, waarvan er relatief weinig zijn, terug te halen. Congresleden opperden al om ze vast te zetten in het omstreden detentiecentrum Guantanamo Bay op Cuba. Daags na Trumps tweets verklaarde het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken ook dat ­repatriëring de beste manier is om jihadisten ‘ervan te weerhouden terug te keren naar het strijdtoneel’.

Aanleiding voor de Amerikaanse oproep aan de Europese bondgenoten is het militaire succes van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF), een alliantie van Koerdische en Arabische milities, die met luchtaanvallen wordt ondersteund door een internationale ­coalitie onder leiding van de VS. De SDF veroverde de laatste maanden steeds meer grondgebied op IS en belegert sinds een paar weken het dorp Baghouz, het allerlaatste stukje territorium van IS, aan de rivier de Eufraat.

Kalasjnikov als decor

Als gevolg van deze succesvolle opmars houdt de SDF inmiddels honderden buitenlandse ­jihadisten vast in detentiecentra in het noordoosten van Syrië, plus nog eens vele honderden buitenlandse vrouwen en kinderen van deze strijders in kampen.

De SDF-commandanten willen graag van deze mensen af. Tegelijk met de Amerikaanse oproep regelden zij daarom voor Europese journalisten interviews met gedetineerden uit hun betreffende landen in de hoop de geesten in Europa rijp te maken voor repatriëring van de strijders en hun vrouwen en kinderen.

Ook deze krant sprak vorige maand op een Koerdische militaire basis in Syrië met een ­gedetineerde IS-strijder, Abdoussalam S., die zowel de Nederlandse als de Marokkaanse ­nationaliteit heeft. De mank lopende S., die naar eigen zeggen gewond raakte bij een luchtaanval in Raqqa, bleef daarbij vaag over wat hij deed bij IS. Hij gaf wel toe dat hij een kalasjnikov had, maar die was volgens hem slechts voor ‘in de huiskamer, als decor’.

Hij zei ook te beseffen dat hem in Nederland, als hij terugkeert, waarschijnlijk een rechtszaak wacht, waarin hij een celstraf kan krijgen die kan oplopen tot zes jaar. Toch wil hij heel graag terug naar Nederland. “Ik ben geen lid meer van IS”, vertelde S. “Ik wil een normaal rustig leven. Zoals je weet ben ik ­gewond, dus zwaar werk zou ik niet meer kunnen doen. Misschien in de handel, dat is altijd wel goed.”

De ontwikkelingen roepen de politiek ­gevoelige vraag op waar de gevangen genomen IS’ers het beste kunnen worden berecht. Kan dat prima in Syrië of Irak, zoals sommige politici stellen? Of is het beter om hen, zoals ­Washington wil, naar Europa te halen? ­Moeten de aanklagers van het Internationaal Strafhof in Den Haag zich er misschien op storten? De vier opties op een rij.

1. Lokale rechtbanken: martelingen, executies en instabiliteit

De lokale machthebbers in de Koerdische ­regio in Noordoost-Syrië hebben geïmproviseerde rechtbanken opgezet, waar op grond van een door hen ingevoerde anti-terrorismewet al honderden Syrische IS’ers zijn berecht. Maar volgens mensrechtenorganisatie Human Rights Watch zijn de processen in het Koerdische gebied ‘ernstig gemankeerd’. Zo worden verdachten niet bijgestaan door advocaten en kunnen ze niet in hoger beroep.

In het naburige Irak is de rechtsgang eveneens beroerd. Er wordt gemarteld en IS-verdachten worden vaak in zeer snelle processen veroordeeld, waarbij geregeld de doodstraf wordt ­opgelegd. Volgens Human Rights Watch is de Iraakse aanpak zo gebrekkig dat ‘een IS-kok dezelfde straf kan krijgen als een IS-lid dat slachtoffers heeft verkracht of onthoofd’.

Ondanks deze schaduwzijden stemde Frankrijk er laatst mee in dat de SDF een tiental Franse IS-verdachten voor vervolging overdraagt aan Irak. Een belangrijk voordeel van lokale berechting is in principe dat aanklagers, makkelijker dan hun collega’s in Europa, ­onderzoek kunnen doen. Ook kunnen slachtoffers ter plekke er genoegdoening uit putten dat ze zien dat de daders worden bestraft.

Maar de gebrekkige processen kunnen de wrok bij de strijdmakkers van de gevangenen wel aanwakkeren. Bovendien is de regio instabiel. En de toekomst van het semi-autonome Koerdisch gebied in Syrië is onzeker, ook ­omdat de Amerikanen het overgrote deel van hun troepen willen terugtrekken. IS’ers zouden vastzittende kameraden kunnen vrijkopen of bevrijden. En als Turkse troepen de SDF na een Amerikaanse terugtrekking zouden aanvallen zou de SDF de bewaking van de ­detentiecentra kunnen laten verslappen.

Ondanks deze schaduwkanten pleiten vooral rechtse politici in Europa geregeld voor vervolging ter plekke. VVD-Kamerlid Antoinette Laan verkondigde het onlangs nog weer eens op Radio 1: laat de IS’ers maar rekenschap afleggen voor rechters in Syrië of Irak, waar ze hun misdaden hebben begaan. “Als ze daar de doodstraf krijgen, dan is dat een gevolg van hun eigen daden. Dat hebben zij aan zichzelf te wijten.”

2. Internationaal Strafhof: tandeloze tijger, zwakke aanklagers

Het staat buiten kijf dat IS-aanhangers zich in Syrië en Irak te buiten zijn gegaan aan gruweldaden. Ze hebben yezidi’s en andere religieuze minderheden afgeslacht, gevangenen gemarteld en vermoord, vrouwen verkracht en tot slaaf gemaakt, burgers als menselijke schild ­gebruikt en bloedige aanslagen gepleegd. Dit zijn bij uitstek de extreme misdrijven waarvoor het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag is opgericht.

Maar het Strafhof kampt met ernstige organisatorische problemen en geldgebrek. De ICC-aanklagers hebben in zeventien jaar slechts drie relatief onbelangrijke Afrikaanse rebellenleiders veroordeeld gekregen en het Hof heeft de reputatie verworven van een tandeloze tijger.

Bovendien betwijfelen experts of het ICC bevoegdheid kan claimen. Want Syrië en Irak zijn geen lidstaten van het Strafhof. Ook een berechting op basis van een verwijzing door de VN-veiligheidsraad zit er waarschijnlijk niet in, omdat Rusland dat zou tegenhouden met zijn veto. De Russen steunen de Syrische president Bashar al-Assad en willen geen onafhankelijk onderzoek, als het risico bestaat dat ook de talloze oorlogsmisdrijven en wreedheden aan de kant van het regime onder de loep worden genomen.

De aanklagers zouden op zich nog wel kunnen proberen om bevoegdheid op te eisen op grond van de nationaliteit van verdachten. Want als een verdachte de nationaliteit heeft van een ICC-lidstaat, kan dat het Hof bevoegd maken. Maar dan moeten de aanklager wel hard maken dat het betreffende land zelf niet in staat of niet bereid is om te vervolgen.

“Als het de aanklagers zou lukken om ­bevoegdheid te claimen en IS-verdachten met succes te vervolgen, zou dat natuurlijk wel een doorbraak zijn”, zegt Harmen van der Wilt, hoogleraar internationaal strafrecht aan de Universiteit van Amsterdam. “Maar ik ben er huiverig voor, ook omdat ze alleen misdaden van IS zouden kunnen aanpakken en niet de misdrijven van Assads regime. De kans op ­verdere afbraak van de reputatie van het Hof is groot.”

3. Tribunaal: VN-experts zijn al begonnen met onderzoek

Enkele Europese landen, waaronder Nederland en Zweden, lobbyen momenteel voor oprichting van een speciaal tribunaal voor de berechting van IS’ers. Onduidelijk is nog hoeveel kans die lobby maakt en waar zo’n tribunaal dan gevestigd zou moeten worden.

Syrië ligt als vestigingsplaats moeilijk, ­omdat samenwerking met de repressieve president Assad, die zelf veel bloed aan de handen heeft, voor veel regeringen een brug te ver is. Ook vestiging in het Koerdische gebied in ­Syrië is lastig, omdat dat geen staat is en de toekomst ervan onzeker is. Irak is wel een ­optie, net als Den Haag, waar zich al meerdere internationale gerechten bevinden.

Intussen is een onderzoekscommissie van de Verenigde Naties afgelopen week in Irak ­alvast begonnen met het verzamelen van ­bewijzen van IS-misdaden. De hoop is dat het werk van deze commissie een opmaat zal zijn naar de oprichting van een tribunaal.

De VN hebben echter wel aan de Iraakse ­regering moeten beloven dat alleen misdrijven van IS worden onderzocht en geen misdrijven van troepen die tegen IS hebben gevochten. Terwijl aan die kant ook gruwelijke dingen zijn gebeurd.

“Het is inderdaad eenzijdig”, beaamt de ­Nederlandse advocate Caroline Buisman, die in de VN-commissie zit en komende week afreist naar Irak om deel te nemen aan het onderzoek. “Het is altijd een beetje victor’s justice in dit soort zaken. Je kunt je wel heel principieel opstellen, maar dan kun je helemaal geen ­onderzoek doen.”

Volgens Buisman is er een behoorlijke kans dat een eventueel tribunaal een ‘hybride’ ­gerecht zal worden, waarin Iraakse en buitenlandse rechters samenwerken. Maar de Iraakse autoriteiten zullen, hoe dan ook, wel moeten garanderen dat de berechting niet tot doodstraffen kan leiden. “Zolang de Irakezen de doodstraf niet uitsluiten, zullen wij geen dossiers met bewijzen aan hen overdragen.”

Een gewonde man, die ervan wordt verdacht een IS-strijder te zijn, loopt naar een controlepost van de Syrische Democratische Strijdkrachten (SDF) bij het laatste IS-bolwerk Baghouz. Bij die post worden de gevangenen ondervraagd. Beeld AFP

4. Rechtbanken in Europa: druk op regeringen groeit

Er worden op zich al jaren Syrië-gangers ­berecht in Europa. Ook hier in Nederland zijn inmiddels tientallen jihadisten veroordeeld, vooral voor deelname aan een terreurorganisatie en het voorbereiden van terroristische ­daden. Zij krijgen gemiddeld een effectieve celstraf van rond de drie jaar.

Desondanks hebben Europese landen ­gemengd gereageerd op Trumps oproep om IS-gevangenen terug te gaan halen. Frankrijk haalde vorig week met een luchtmachtvliegtuig wel vijf jonge weeskinderen van overleden of vermiste Franse kalifaatgangers uit ­Syrië, maar voegde daar meteen aan toe dat Franse IS-strijders berecht moeten worden waar ze hun misdaden hebben gepleegd. Veel andere landen reageren tot nu toe afwachtend. “Het is zeker niet zo makkelijk als ze in Amerika denken”, klaagde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas.

De Nederlandse regering handhaaft de lijn dat zij niet actief bijdraagt aan de terugkeer van jihadisten. Zij geniet daarbij de steun van een ruime meerderheid in de Tweede Kamer.

Maar de druk om de IS-gevangenen te gaan repatriëren, neemt toe. Mensenrechtenactivisten noemen het, gezien de beroerde ­omstandigheden in Syrië en Irak, immoreel om de gevangenen daar te laten. In meerdere Europese landen hebben rechters al uitgesproken dat bepaalde Syrië-gangers hierheen moeten worden gehaald. En veel terrorisme-­experts denken dat het ook vanuit het oogpunt van veiligheid verstandiger is. “Als je ze hierheen haalt, kun je ze in de gaten houden”, zegt Beatrice de Graaf, hoogleraar en terrorisme-onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. “Als je ze daar laat, kunnen ze op een gegeven moment aan de zwier gaan en weer hier opduiken om een aanslag te plegen.”

De Graaf wijst erop dat berechting hier ook niet in strijd hoeft te zijn met de oprichting van een tribunaal. “Het is geen probleem om meerdere opties naast elkaar te gebruiken. Je hoeft niet te kiezen. Je kunt nu alvast mensen hier vervolgen en te zijner tijd een aantal grote vissen door een tribunaal laten berechten.”

Lees ook:

Van Doetinchem naar het kalifaat: maar nu wil deze IS-strijder weer naar huis

Hij ging in 2014 naar Syrië ‘om te helpen’ en kwam bij IS terecht. Nu wacht hij in een Koerdische cel op terugkeer naar Nederland. Trouw sprak de kalifaatstrijder in de buurt van de Koerdische gevangenis waar hij vijftien maanden vastzit.

Terugkeer van Syriëgangers wordt niet gefaciliteerd

De overheid helpt Syriëgangers niet om terug te keren, maar wil ze wel vervolgen. Veroordeling bij verstek is ook mogelijk.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden