Hoe minister Plasterk de Kamer verkeerd informeerde en zijn 'ongemak' daarover

Het begint op 30 oktober 2013. In een uitzending van het tv-programma 'Nieuwsuur' zegt minister Ronald Plasterk van binnenlandse zaken dat de Amerikaanse geheime dienst NSA in Europa op grote schaal gegevens over telefoonverkeer heeft verzameld, waaronder ook 1,8 miljoen gesprekken in Nederland. "Die 1,8 miljoen gesprekken, nog eens nadrukkelijk heb ik daarnaar gekeken, zijn niet door de Nederlandse dienst verzameld en dus ook niet door de Nederlandse dienst verschaft aan de NSA." Dat aantal van 1,8 miljoen stamt uit de documenten die de Amerikaanse klokkenluider Edward Snowden in augustus 2013 heeft gelekt naar onder meer het Duitse weekblad Der Spiegel. Op 21 oktober wist het Franse dagblad Le Monde te melden dat het zou gaan om Nederlandse telefoongesprekken die de NSA eind 2012 en begin 2013 in één maand zou hebben verzameld.

De AIVD van minister Plasterk en de MIVD van minister van defensie Jeanine Hennis concluderen na onderzoek dat zij die gegevens in elk geval niet hebben verzameld. Daarop baseert Plasterk zijn uitlatingen in Nieuwsuur. Maar op 20 november komen de twee inlichtingendiensten tot de pijnlijke ontdekking dat niet de Amerikanen, maar de Nederlandse Nationale Sigint Organisatie (NSO), een samenwerkingsverband van AIVD en MIVD, de gegevens heeft verzameld. Het blijkt niet te gaan om Nederlandse, maar om buitenlandse data die aan de Amerikanen zijn doorgespeeld. Op 22 november worden Plasterk en Hennis daarvan op de hoogte gesteld. Dan beseft Plasterk dat hij er pijnlijk naast zat en dat hij zowel het Nederlandse volk als de Tweede Kamer verkeerd heeft geïnformeerd.

Plasterk stelde natuurlijk de Tweede Kamer direct op de hoogte?

Nee, dat deed hij juist niet. Vanwege het staatsbelang besluiten hij en Hennis de Kamer geen details te verstrekken over de werkwijze van de inlichtingendiensten. Bij de begrotingsbehandeling van zijn departement op 28 oktober leidt dat voor Plasterk tot 'groot ongemak', omdat hij de Kamer niet alles kan en wil vertellen. Maar op 4 februari 2015 ziet hij zich genoodzaakt de Kamer alsnog op de hoogte te stellen van de ware herkomst van de gegevens.

Er loopt namelijk een rechtszaak tegen hem, aangespannen door een coalitie van advocaten, journalisten en burgerrechtenactivisten. Plasterk ziet aankomen dat hij in de rechtszaal toch openheid van zaken moet geven. Tijdens het debat op 12 februari over de affaire dient D66-leider Alexander Pechtold namens de oppositie een motie van wantrouwen in, omdat Plasterk de Kamer niet tijdig en goed heeft geïnformeerd. De motie wordt verworpen met 87 tegen 63 stemmen.

PvdA-leider Diederik Samsom is woedend op Pechtold na dat debat. Waarom?

Direct na het debat noemt de PvdA-leider de motie van Pechtold inderdaad 'onbegrijpelijk'. Pas een week later wordt dankzij onthullingen in NRC Handelsblad duidelijk waarom. Uit een reconstructie van die krant blijkt dat de 'commissie stiekem' al op 12 december door Hennis en een van haar ambtenaren was geïnformeerd over de ware herkomst van de telefoongegevens. Op 4 februari, de dag waarop Plasterk aan de Kamer openheid van zaken gaf, was er eerst nog een ingelaste bijeenkomst van de commissie stiekem. Daar vroeg Plasterk toestemming of hij tijdens het komende Kamerdebat mocht melden dat hij de informatie op 12 december wel degelijk met de fractieleiders had gedeeld. Daar ging voorzitter Halbe Zijlstra van de commissie niet mee akkoord, al was het maar omdat over vergaderingen van de commissie nooit mededelingen worden gedaan.

Voorzitter Halbe Zijlstra deed aangifte bij het Openbaar Ministerie na de onthullingen in NRC. Waarom?

Omdat er gelekt is naar NRC Handelsblad over de inhoud van de besprekingen in de commissie stiekem. Dat is volgens de artikel 119 van de Grondwet een ambtsmisdrijf. Volgens een woordvoerder van het ministerie van veiligheid en justitie is nog niet zo duidelijk welke strafmaat een eventuele dader boven het hoofd hangt. Deze zaak is zo uniek dat er geen jurisprudentie is. NRC Handelsblad zal niets onthullen over de totstandkoming van het artikel. De krant hecht grote waarde aan bronbescherming, aldus de hoofdredacteur.

Wat heeft het Openbaar Ministerie onderzocht?

Het OM heeft de belgegevens van de leden van de commissie stiekem onderzocht en er zijn enkele personen gehoord. Maar er zijn geen telefoons getapt. Het OM weet dus wie met wie heeft gebeld, maar vermoedelijk niet wat er exact is gezegd. Het is nu aan de Tweede Kamer om dat te achterhalen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden