Megastad

Hoe mijn wijk in Rio werd overgenomen door drugsrunners

Militaire politie op patrouille in Rio de Janeiro. Beeld AFP

Ze zijn mager en hebben de baard vaak nog niet eens in de keel. Ze lopen rond met ontbloot bovenlijf, bermuda  en teenslippers, en komen allemaal uit de sloppenwijk: de jongens die in ons buurtje in het centrum van Rio de Janeiro drugs verkopen. 

Op het menu staan marihuana, crack, cocaïne. De handel ligt in opgerolde papiertjes op de grond of zit, als de dealertjes ongewenste pottenkijkers vermoeden, in hun grote bermuda’s weggestopt. Wij zeggen niks, vragen niks en klagen niet, want in die grote broeken zit misschien ook nog wel een pistool. Zij zeggen vriendelijk: ‘Dag tia (tante)’ als ik langsloop en ik groet minzaam en afstandelijk. Zo gaat dat al een paar jaar.  

Toen ik halverwege 2013 in de wijk kwam wonen, waren de jongens nog vrijwel onzichtbaar. Maar toen kwam het WK voetbal eraan, en in hun sloppenwijk Providência op maar een kilometer van onze buurt werden drugsdealers door de politie vervolgd. Bovendien was ons wijkje door de grote sportevenementen – de Olympische Spelen volgden in 2016 – opeens hot geworden. De buurt ligt op een schilderachtig heuveltje op een steenworp afstand van het Mauáplein waar twee belangrijke musea staan, het Kunstmuseum van Rio (MAR) en het Museum van Morgen. In één klap werden we toeristisch gebied en werden we aantrekkelijk voor de handel.

En dus kwam ook de politie erop af, en werden we in de periode van de Olympische Spelen van de ene op de andere dag oorlogsgebied. Bijna dagelijks waarschuwden we elkaar in de buurtgroep op Whatsapp over schietpartijen: ‘Schoten! Wie de heuvel op wil, kan beter nog even wachten. Het zit vol politie hier!’ Dat waren dan met helmen gewapende agenten met een mitrailleur in de aanslag die in ganzenmars door onze straatjes banjerden. Daar waren we banger voor dan voor de dealertjes zelf. 

Totdat die zich ook al bazig gingen gedragen. Nietsvermoedende buurtbewoners werden staande gehouden en moesten hun shirt omhoog doen om te laten zien dat ze ongewapend waren. De jochies hadden hun pistool tot boven de band van hun bermuda omhoog gesjord, zodat het te zien zou zijn. Een duidelijke waarschuwing. Het waren er bovendien opeens heel veel en ze zaten door de hele wijk.

Oorlogsuitrusting

Op een dag barstte de bom: tientallen politiemensen in oorlogsuitrusting bestormden de wijk en het schieten begon. De politie drong bij mensen naar binnen om zich daar te verschansen of om op zoek te gaan naar drugs. Precies de dingen die je altijd over sloppenwijken hoort en die bij ons op het ‘asfalt’ (zoals de sloppenwijkbewoners het noemen) nooit gebeuren. Gelukkig raakte er geen buurtbewoner gewond. Er werd wel een dealer doodgeschoten en er werden jongens gearresteerd. Een buurvrouw besloot te verhuizen omdat ze midden in het schootsveld woonde en de kogels tot op een paar meter van haar voordeur waren ingeslagen.

Maar de rust keerde weer, kennelijk was de politie erin geslaagd de dealers naar een andere plek te verdrijven. Tot een paar maanden geleden. Ze staan weer pontificaal in onze straat, bij de trappen aan weerszijden ervan, die een vluchtweg bieden als de politie eraan komt, en ze zeggen beleefd ‘Goedenavond, tante’, als ik naar het buurtwinkeltje loop om eieren te kopen of gewoon wat te kletsen met de buren. Ik groet vriendelijk terug, terwijl ik me afvraag of ze ook alweer een pistool in hun broek hebben zitten, die naar believen omhoog gesjord kan worden.

Uitdijende metropolen bieden een groeiend deel van de wereldbevolking onderdak. Hoe houden de mensen het daar leefbaar? Trouw-correspondenten doen wekelijks verslag uit hun eigen megastad.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden