Column

Hoe mijn vader weer rustig werd

Beeld Trouw

Hoe ga je om met een zeventigjarige vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden met boten bouwen? 

'Leven mijn ouders nog?' vraagt mijn vader als het erop lijkt dat hij uit zijn duistere wereld terugkeert naar de onze. Wekenlang is hij bang geweest voor aanvallers, die hem kwamen doden omdat dat moest van zijn vader en moeder.

'Nee', zeg ik zacht, terwijl ik over zijn rug aai. We zitten in de gemeenschappelijke woonkamer van zijn huis.

Ingespannen ondergaat hij de aanraking.

'Maar ik zie ze', zegt hij dan ernstig.

'Ja,' zeg ik, want wie ben ik om dat te ontkennen?

Het grote drama in het leven van mijn vader ligt in de verhouding met zijn ouders, mijn opa en oma. Die niet meer leven. Zij hadden een scheepswerf en de oudste zoon moest die overnemen. Mijn vader had dat ook graag gewild, maar hij mocht niet want hij was de jongste zoon. Heel zijn leven is mijn vader bezig geweest om te bewijzen dat ook hij succesvol boten kon bouwen. Hetgeen nooit lukte; mijn vader leefde een leven vol chaos, scherven, ongelukken en littekens. 

Na een groot conflict tussen hem en zijn ouders belandde hij aan lager wal en mijn ouders gingen uit elkaar. Van de jaren die volgden weet ik niet veel want ik kon de porties ellende die hij op mijn bord gooide niet aan en verbrak het contact. Dat duurde zestien jaar. Sinds een paar jaar zien we elkaar weer, en inmiddels kan ik met volwassen ogen naar hem kijken. En snap ik dat hij ziek is.

De afgelopen weken had mijn vader een van zijn psychotische periodes. Die hebben altijd hetzelfde stramien: zijn boze ouders geven opdracht om hem te vermoorden. Mijn vader hoort radio-oproepen van een 'zender in Roosendaal', bedoeld voor de moordenaars. Hij ziet die moordenaars ook, durft niet alleen te zijn, vlucht ervoor. Slecht ter been als hij is betekent dat valpartijen, hechtingen en littekens. 

Er was dit keer te weinig personeel in huis om goed voor hem te kunnen zorgen, daarom logeer ik een paar nachten bij hem op zijn kamer. Mijn aanwezigheid maakt dat hij niet naar een psychiatrisch ziekenhuis hoeft en in zijn eigen vertrouwde omgeving kan blijven, een huis voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel.

Nu wordt mijn vader weer rustig en kunnen we praten over wat hij hoort en ziet. Hij vraagt of ik wil bellen met 'Roosendaal' om te vragen of ze ophouden met de bedreigingen.

Ik beloof dat ik dat doe.

Ik vraag op mijn beurt of hij niet tegen opa en oma kan zeggen dat hij het erg vindt dat het zo gelopen is.

En ik zeg dat ik denk dat ze trouwens allang niet meer boos op hem zijn.

'Denk je?' vraagt hij.

Ja, dat denk ik.

Zestien jaar had ze geen contact met haar 'lieve, gekke vader', die ook psychiatrisch patiënt is. Deze zomer beschrijft Trea van Vliet wekelijks voor Trouw hoe het hem vergaat. Trea van Vliet is journalist en schrijfster.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden