Hoe men een museum uit de grond stampt

Een grootse watervlakte, omzoomd door dijken en sluizen. Een kunstmatig eiland met groen gras en prille bomen met daarop een ovaal, scheepsvormig gebouw in rood, wit en blauw, dat scherp tegen het water afsteekt. Nederlandser kan niet, maar we zijn in Slowakije. Net Zeeland, meent de ene na de andere Nederlandse bezoeker tijdens de opening van het Danubiana dan ook.

De motor achter het ontstaan van dit museum voor moderne kunst, vijftien kilometer buiten Bratislava, de Slowaak Vincent Polakovic, zou er waarschijnlijk een vingerwijzing in zien dat zo'n Nederlands aandoende plek tot stand kwam met Nederlands geld. Maar de financier zelf, de gepensioneerde Eindhovense zakenman Gerard Meulensteen, doet het af als onbetekenend. Het Danubiana is een Slowaaks initiatief. De plaats is door een Slowaak uitgezocht, de architect was Slowaaks. Maar feit is: zonder Nederlands geld zou het er niet hebben gestaan.

Het museum is een opmerkelijk gebouw. Opmerkelijk vanwege de durf om hier, op de waterwerken van de Gabcikovodam een museum voor moderne kunsten neer te zetten, ver van de kunstwereld van de Slowaakse hoofdstad. Opmerkelijk vanwege zijn fraaie ligging en het architectonische ontwerp. En, niet in de laatste plaats, opmerkelijk omdat het geheel een privé-initiatief is, waar de overheid bewust buiten gehouden is. Daardoor, en alleen daardoor, kon het museum binnen dertien maanden van een fantastisch plan een gerealiseerd ontwerp worden.

Meulensteen, die zijn geld verdiende met het Eindhovense elektronicabedrijf Neways, is in zijn eigen stad bekend als mecenas, die in tal van bestuurlijke functies zit. Zijn banden met Slowakije waren nihil, tot hij zes jaar geleden in Eindhoven in contact kwam met de Slowaakse Van Gogh-liefhebber Vincent Polakovic. Polakovic was naar Nuenen afgereisd om in de geboorteplaats van Van Gogh diens geestelijke bijstand te vragen voor het Gele Huis Van Gogh, een museum dat hij begin jaren negentig in het Oost-Slowaakse Poprad had geopend. Het museum leidde, ondanks het enthousiasme van zijn oprichter en een redelijk aantal bezoekers, een kwijnend bestaan. Kunst is nu eenmaal een dure hobby, en geld had hij niet. Hij vroeg Van Gogh hulp en kreeg enkele dagen later van Meulensteen de nodige steun om zijn museum tijdelijk verder te helpen.

,,Maar het werd me al snel duidelijk dat er in Poprad jaarlijks geld bij zou moeten, en ik was niet van plan om een jaarlijkse subsidie te verstrekken', zegt Meulensteen. Tussen hem en Polakovic ontstond echter wel een vriendschap, die erdoor werd bevorderd dat Meulensteen net voor hun kennismaking bij toeval vier werken van de Slowaakse schilder Peter Pollag, de beste vriend van Polakovic, had gekocht.

Meulensteen zag dat Poprad een doodlopende weg was, maar was bereid een nieuw museum bij Bratislava te financieren. Hij liet de uitvoering van dat plan geheel aan Polakovic over. Die trok te voet door de hele omgeving van de stad, tot hij ten slotte uitkwam bij de waterwerken in de Donau. Hij kreeg de staatsonderneming die de stuwdam exploiteerde zover om het terrein voor 99 jaar voor een zeer schappelijke prijs ter beschikking te stellen.

Polakovic, die bepaald niet ontbloot is van mystieke gevoelens, raadpleegde voor de legging van de eerste steen een astroloog en die stelde het begin van de bouw vast op 11 augustus 1999, precies op het uur dat half Europa tuurde naar een verduisterde zon. Klaarblijkelijk was het goede moment gekozen, want de oprichting van het museum verliep daarna buitengewoon voorspoedig.

Voor de eerste tentoonstelling heeft Meulensteen een deel van zijn eigen collectie ter beschikking gesteld, werken van de Cobra-groep maar ook jonger werk van schilders als O.C. Hooymeijer, Arty Grimm en Ad Snijders. ,,Maar hier in de regio is ook enthousiast gereageerd op de opening van het museum. De beelden die in de tuin staan, zijn de afgelopen weken spontaan gebracht door Slowaakse kunstenaars. Slowaakse en ook Oostenrijkse kunstenaars hebben werken afgestaan voor de expositie in de onderste verdieping van het museum', zegt Meulensteen.

Het museum krijgt een reeks van functies. De bovenste verdieping biedt onderdak aan wisselende tentoonstellingen uit private collecties, beneden komen een galerie, een kunstboekhandel, een projectieruimte en een koffiehuis met een terras dat uitzicht biedt over het water. Er zullen workshops voor kunstenaars worden gegeven en lezingen over kunst. Er komt een ruimte waar schoolklassen technieken kunnen beproeven en er moeten tentoonstellingen komen, die zich richten op kleine kinderen.

Meulensteen zegt wel een oog op de gang van zaken te willen houden, maar wil de leiding van het museum overlaten aan de Slowaken. ,,Ik heb dit gebouw gefinancierd, maar zij zijn het die ervoor moeten zorgen dat het een museum wordt dat aan zijn doel beantwoordt.'

Hoeveel het Danubiana hem gekost heeft, wil hij niet zeggen, hoewel anderen een bedrag van 1 miljoen dollar noemen.

Over de vraag waarom een Nederlander zoveel geld in een Slowaaks museum stopt, is hij simpel: ,,Ik ben gepensioneerd, anderen in mijn positie kopen dan een grote boot. Daar heb ik niets mee. Ik hou van kunst, ik ga graag met kunstenaars om, ik heb inmiddels goede vrienden in de Slowaakse kunstwereld. Zolang mijn ogen me niet in de steek laten, blijft kunst iets om van te genieten.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden