Hoe maken we het bos rendabel?

Het Nederlandse bos is 'gesubsidieerd groen' geworden. Iedereen profiteert ervan, maar niemand die er voor betaalt. Dat moet anders.

Bij welke attractie kun je tegenwoordig nog gratis parkeren? In het bos! Even een scherp bochtje zodat de kinderen straks de sporen in het zand zien staan, en uitstappen maar. Op naar het nieuwe speelbos, en niet te vergeten: het blote-voeten-pad. Ach kijk: de boswachters hebben ook nog een heuse heksenwandeling georganiseerd, mét opdrachten. Straks nog een pannekoek er in, en klaar is Kees.

Het bos in Nederland is nog nooit zo populair geweest. De paden worden overstroomd door recordaantallen bezoekers, terwijl er tegelijkertijd veel aandacht is voor de ecologische rijkdom van de gebieden. Vogelexcursies, wildexpedities, ervaringstochten: de boswachters hebben het er maar druk mee. Maar achter die façade van de 'groene kermis' bevindt zich een mechaniek dat lijkt vast te lopen. En niet zozeer de opgelegde bezuinigingen op natuur spelen daarbij een rol, al helpen zij niet. Maar de gevolgen van die bezuinigingen leggen de kwetsbaarheid van de Nederlandse bossen bloot. Vooral de financiële kwetsbaarheid. Decennialang hebben zij kunnen voortbestaan dankzij het subsidie-infuus van de overheid, en nu dat kraantje een halve slag wordt dichtgedraaid, schokt de patiënt.

Het is niet eens héél lang geleden dat de Nederlandse bossen vooral houtleverancier waren. Monotone productiebossen met rechte lijnen van snelgroeiende Douglas-sparren en grove dennen vormden commerciële houtfabrieken die stutten leverden aan de mijnen in Limburg, bielzen aan de spoorwegen en zaagsel aan de papierindustrie. Natuurlijk leefden er toen planten en dieren in het bos en kon er door het groen gewandeld worden, maar over het algemeen waren de bossen 'gezonde bedrijven' die voor zichzelf konden zorgen.

Maar de mijnen gingen dicht, de spoorwegen stapten over op bielzen van gewapend beton en de papierfabrieken gingen steeds meer oud papier hergebruiken. Ook het plastic deed zijn intrede, dat het afwasborsteltje en de knijpers van hout overbodig maakte.

Het omslagpunt zal rond 1954 hebben gelegen, zegt Jos Jansen, secretaris van het Bosschap. Dit bedrijfschap voor bos en natuur vormt een soort kenniscentrum voor bosbeherende partijen die verplicht zijn aangesloten. De tandarts die ooit een perceel van 5 hectare heeft geërfd is lid, maar ook grote partijen als Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten en niet te vergeten het koninklijk huis. "De vraag naar productiehout neemt in die begin jaren vijftig fors af", aldus Jansen, "maar er komt een andere vraag voor in de plaats. De Nederlandse bevolking krijgt meer vrije tijd, en wil recreëren. Op zondagmiddag staat er een wandelingetje in het bos gepland. De Nederlandse overheid begint daarom in die jaren met het subsidiëren van die functie."

De oude productiebossen die de exploitatie niet meer rond krijgen, ontvangen een bijdrage voor onderhoud en beheer. En van dat geld worden ook de monotone rijtjes productiehout langzaam maar zeker omgevormd tot 'wildere' natuurlijke samenstellingen van verschillende boomsoorten.

Die reorganisatie van het bos sluit weer naadloos aan bij de jaren zeventig, zegt Jansen, toen het begrip 'natuurwaarde' zijn intrede deed. "Allerlei landschappen moeten beschermd worden, en ook de soorten die daarin leven. Nederland gaat ook internationale verplichtingen aan om de kwaliteit van die natuur op peil te houden. Tegenwoordig omstreden begrippen als Natura-2000 en de Vogel- en Habitatrichtlijn - die meer in de rechtszaal worden gebezigd dan in de natuur - zorgen in de jaren zeventig voor een forse subsidiestroom die de recreatiebossen laten uitgroeien tot heuse natuurgebieden met een grote soortenrijkdom.

Jos Jansen van het Bosschap is met de ecologische kwaliteit van het bos niet ongelukkig, toch heeft de praktijk volgens hem één groot 'maar'. De financiële situatie van het bos is namelijk erbarmelijk. Feitelijk groeien de bossen op een laagje subsidie-humus. Volgens het Landbouw Economisch Instituut bestaan de inkomsten van bossen van kleiner dan vijf hectare voor maar liefst veertig procent uit overheidssubsidie, bossen van vijftig hectare en groter teren voor bijna de helft op subsidie.

Iets specifieker rekent Jansen voor: "Eén hectare bos kost op jaarbasis 260 euro aan onderhoud. In Nederland hebben we 360.000 hectare bos, dus dan kom je op zo'n 94 miljoen euro. De overheid geeft gemiddeld 100 euro subsidie per hectare. Dat komt dan op 36 miljoen euro jaarlijks, en vormt die 40 procent. Boseigenaren en -beheerders weten per hectare gemiddeld 130 euro aan inkomsten binnen te halen. Dit betekent dat er, ondanks de ruime overheidssubsidie, 30 euro verlies zit op iedere hectare. Omgerekend is dat een jaarlijks bedrag van ruim 100 miljoen euro."

Die jaarlijks terugkerende verliezen maken ingrijpen onontkoombaar. Maar, zegt Jansen, die afhankelijkheidsrelatie met de overheid is ook aan herziening toe. "De brede subsidiestroom maakt het bos ontzettend kwetsbaar. Dat is nu goed te merken, onder een kabinet dat sterk bezuinigt op natuur."

Als in 2018 de afgeslankte Ecologische Hoofdstructuur gereed is, waarmee de losse natuurgebieden van Nederland met elkaar worden verbonden, is er jaarlijks 300 miljoen euro overheidssubsidie nodig om die te onderhouden.

"We weten nu al dat de overheid dit bedrag niet zal ophoesten. De vraag is ook of we dat moeten wíllen. Laat de overheid vooral zorgen voor de zeer unieke natuur, en laat de overige gebieden vooral op zoek gaan naar de eigen kracht. Want de Nederlandse bossen vertegenwoordigen een enorm kapitaal. Laten we dat verzilveren."

In die gedachtengang vindt Jansen een medestander in Marleen van den Ham, bosbouwkundige en stafmedewerker van InnovatieNetwerk, een onafhankelijke denktank van het ministerie van landbouw. Zij is ingehuurd om 'slimme oplossingen te bedenken voor hardnekkige problemen' en de financiering van het Nederlandse bos is er daar één van. "Wat mij altijd zo verrast", zegt Van den Ham, "is dat de bossen in Nederland door de mensen als zo vanzelfsprekend worden ervaren. We vinden het gewoon dat we overal gratis onze auto kunnen neerzetten, en gratis kunnen wandelen, terwijl die gebieden wel degelijk iemands eigendom zijn. Als we diezelfde wandeling over het land van een boer zouden maken, worden we weggestuurd, en ook dat vinden we normaal."

"Ook de uitbater van een pannenkoekenhuis ziet de bosrijke omgeving als vanzelfsprekend, terwijl hij er zijn gehele klantenkring aan te danken heeft. Maar hij geeft er helemaal niets voor terug. En kijk eens naar de Veluwe. Dat gebied verdient jaarlijks een miljard euro aan toerisme dankzij de bossen. De natuur vormt voor de provincie Gelderland de belangrijkste economische pijler, maar wat geven al die ondernemers daar voor terug? De verhouding tussen betaler en begunstiger is volstrekt scheef."

Niet dat Van den Ham pleit voor de invoering van een algehele 'groenbelasting', maar burgers en ondernemers zouden volgens haar best eens met wat meer betrokkenheid bij de natuur moeten krijgen, en die uiteindelijk ook financieel moeten waarderen. "Ik ken voorbeelden uit Groot-Brittannië waar hoteleigenaren hun klanten vragen om een vrijwillige bijdrage aan de National Trust, de bosbeheerder daar. Uitermate succesvol. Dat is al een hele stap." Maar Van den Ham kan zich ook voorstellen dat provincies ondernemers in het groen gericht gaan belasten met een heffing.

Toch gaan haar gedachten bij het financieel gezond maken van het Nederlandse bos eerder uit naar nieuwe functies van dat bos, waarmee weer zelfstandig geld valt te verdienen. Ze wil als het ware een andere betekenis geven aan het 'productiebos'. Ze gaf daarom de Stichting Probos opdracht te onderzoeken welke waarden het Nederlandse bos heeft en hoe daaraan kan worden verdiend. In die studie worden 62 typen producten en diensten benoemd, waarvan maar liefst 60 procent momenteel niet of onvoldoende financieel wordt gewaardeerd.

"De dominantie van de overheidsfinanciering heeft tot gevolg gehad dat particuliere initiatieven niet of nauwelijks van de grond komen. Het bos heeft op dit moment maar één duidelijke functie: en dat is recreëren in natuur. Maar er is natuurlijk veel meer mogelijk als we eens anders naar dat bos kijken. We willen wonen bij een bos, we willen er in sporten, tot rust komen, gezond worden en blijven. Maar een bos zuivert ook water, legt CO2 vast, is een fijnstoffilter. De vraag naar wild neemt toe, maar ook die naar groene grondstoffen en schone energie."

Volgens Van den Ham kunnen veel van die nieuw benoemde diensten 'vermarkt' worden, maar ook uit de traditionele houtproductie is volgens haar veel meer te halen dan nu gebeurt. "In Nederland staat op dit moment in de bossen zo'n 58 miljoen kubieke meter hout. Elk jaar komt daar 2,2 miljoen kuub bij door aangroei. Maar we oogsten slechts 1,4 miljoen kuub, terwijl we jaarlijks zeker 225.000 kuub extra zouden kunnen oogsten. Nederland heeft jaarlijks wel 16 miljoen kuub nodig, dus die extra oogst is een druppel op een gloeiende plaat, maar inheems hout verkleint de import, dus de vervuiling van transport, én brengt extra inkomsten met zich mee voor de boseigenaar. Waarom doen we dat niet? De praktijk is dat de bomen in de Nederlandse bossen zo dik worden, dat geen houtzagerij ze meer aankan." En dan heeft Van den Ham het nog maar niet over de uitbreiding van het Nederlandse bosareaal met echte productie-percelen.

Een betere benutting van de Nederlandse bossen kan op bezwaren stuiten van natuurliefhebbers, die vinden dat je uit het bos niet mag 'oogsten'. "Maar misschien zullen zij minder problemen hebben als ze beter begrijpen dat zij zelf grootverbruiker zijn van al die gratis producten die het bos levert", zegt Van den Ham. "Het commercieel gebruik van het bos zal zeker helpen tegen de vanzelfsprekendheid waarmee de natuur tegemoet wordt getreden", beweert ook Janssen van het Bosschap. "Productie en een nieuwe waardebepaling tonen dat een bos slechts kan leven als er onderhoud plaatsvindt, en dat dit beheer moet worden verdiend. Het is moeilijk om vast te stellen welk deel van de subsidie voor eigen rekening kan worden genomen. Dat is afhankelijk van het aantal hectare dat voor exploitatie in aanmerking komt en van de hoeveelheid producten die wordt aangeboden. Maar die bijna vijftig procent overheidssubsidie kan fors worden teruggedrongen."

Het bos als...
Windmolenpark

Windenergie is in opkomst, maar het vinden van geschikte locaties voor de molens is moeilijk. Bossen zijn erg geschikt voor windenergie, toont de praktijk in het buitenland aan. Als zij strategisch worden geplaatst, houden de boomkruinen de wieken voor wandelaars verborgen. Hun geringe geluid verstoort de stilte niet. De windmolens kunnen gekoppeld worden aan oplaadpunten voor elektrische fietsen en auto's bij de entree van het bos.

Houthakker

In de jaren vijftig vond iedereen het normaal als er in een bos hout 'geoogst' werd, maar door de opkomende 'natuurbeschermingsgedachte' mag er in de ogen van sommigen geen boom meer worden aangeraakt. Toch kan gerichte bomenkap de natuurwaarde juist ten goede komen. Het bos verjongt en open plekken brengen nieuw en ander leven. Het hout kan verkocht en dit vermindert de import over lange afstanden. Dit leidt weer tot CO-reductie.

Natuurgebied

Bijzondere natuurgebieden moeten goed worden beschermd. In die percelen kunnen geen commerciële activiteiten plaatsvinden, en dat omzetverlies kan de overheid compenseren met subsidie. Toch is het niet vreemd als automobilisten die hun voertuig dicht bij dit 'ecologisch evenement' willen parkeren, hiervoor betalen, net zoals ze bij museum- of theaterbezoek doen. En een enkel bijzonder natuurgebied is zelfs een entreekaartje waard, zoals dat op de Hoge Veluwe het geval is.

Evenemententerrein

Jaarlijks worden honderden sportevenementen in natuurterreinen georganiseerd. In veel gevallen komt 5 tot 10 procent van de deelnemerskosten ten goede aan het beheer van het gebied waarvan gebruik wordt gemaakt. Sporters betalen als het ware mee aan de omgeving waarin zij sporten. Van bezoekers aan openluchtconcerten, exposities, fairs en deelnemers aan wandelingen zou hetzelfde gevraagd kunnen worden.

Woonomgeving

Wie wil het niet: wonen in het groen. Eigenaren van nieuwe woningen zouden bij aankoop van het huis automatisch in een vereniging van eigenaren aandeelhouder kunnen worden van een parkbos. De investering van zo'n 7000 euro maakt deel uit van de aankoopsom van de woning. Binnen het bestemmingsplan bepaalt de vereniging zelf hoe het park wordt ingericht en beheerd. Het park wordt slechts gedeeltelijk opengesteld.

Klantenlokker

Een pannekoekenhuis, verzorgingshuis, conferentiecentrum en camping bestaan dankzij hun groene omgeving. Regionale overheden zouden moeten bekijken wat het specifieke gebruik van deze voorzieningen is, en wat de specifieke kosten van de terreinbeheerder. Op basis daarvan kan een heffing aan de gebruiker volgen, en een betaling aan de dienstverlener. Door deze heffing direct te koppelen aan de dienst, krijgt de terreinbeheerder ook de prikkel meer rekening met de klant te houden.

Brandstofleverancier

Het aantal houtgestookte warmte-installaties bij boeren, zwembaden, en woonwijken neemt snel toe. De houtige biomassa wordt nu in grote hoeveelheden over de grens ingekocht. De Nederlandse leveranciers zijn vaak te klein om een meerjarig leveringscontract aan te gaan. Door samen te werken in coöperaties of door het opzetten van collectieve biomassa-werven kunnen zij direct aan de afnemer leveren, zonder extra transportkosten.

Zuiveraar

Bossen hebben een waterzuiverende functie. Het Franse bedrijf Vittel (bronwater) betaalt daarvoor. Dit zou in Nederland ook toegepast kunnen worden. Maar bossen hebben ook een luchtfilterende werking en dragen dus bij aan het behalen van de fijnstofnormen. Ze leggen ook CO

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden