Hoe maatschappelijke instellingen de mist in gingen met complexe financiële producten

Beeld CENSUUR

Woningcorporaties, ziekenhuizen, roc’s, en lagere overheden staken voor zeker 24 miljard euro in constructies met rentederivaten. Van schadeclaims komt weinig, want ‘het is niet hun eigen portemonnee’.

Ze dachten zichzelf in te dekken tegen een stijgende rente. Maar de crisis kwam, de rente daalde, en toen bleken die slimme financieringsconstructies niets meer waard. Integendeel: ze kosten alleen maar geld. Tal van woningcorporaties, zorginstellingen, roc’s, hogescholen, universiteiten, waterleidingbedrijven en lagere overheden zijn er in getuind, blijkt uit een inventarisatie van journalistiek onderzoeksplatform Investico, dat in de semipublieke sectoren voor minstens 24 miljard euro aan zogeheten rentederivaten turfde.

Ook veel kleine ondernemers gingen de mist in met deze complexe financiële producten. Zij krijgen voor de geleden schade een vergoeding. Maar veruit de meeste semipublieke instellingen vallen buiten deze in december beklonken regeling. Daardoor betaalt de maatschappij de prijs voor deze vooral voor banken lucratieve financieringsconstructies: hogere prijzen voor zorg, onderwijs en drinkwater, maximale huurstijgingen.

Problemen

Neem de Haagse woningcorporatie Wooninvest. De huisvester ging grandioos de mist in met een portefeuille rentederivaten. Er werden zelfs rentederivaten gekocht van een Japanse bank die, zo bleek later, de Siciliaanse overheid had opgelicht met derivaten. Wooninvest verloor miljoenen. Nieuwe investeringen werden stopgezet.

Zo werd in 2013 het Voorburgse bejaardenhuis Rustoord gesloopt. Er zou een nieuw ouderenzorgcentrum voor in de plaats komen. Door de problemen met rentederivaten werden die plannen uitgesteld. Met alle gevolgen van dien voor de bewoners van Rustoord. Zij werden al in 2010 ondergebracht in een tijdelijk onderkomen in een Vinexwijk.

Ook de herbouw van een complex met 115 zorgplaatsen in de Haagse Zuiderparkbuurt ging niet door. Tien procent van het personeel verdween bij Wooninvest, de huren werden maximaal verhoogd en 64 woningen werden voor een habbekrats aan een Canadese belegger verkocht. Wooninvest wil niet op de problemen ingaan, maar zegt in gesprek te zijn met de bank om tot een oplossing te komen.

Verlies voor ziekenhuizen

Wooninvest is niet de enige semipublieke instelling die problemen heeft met rentederivaten. In Limburg fuseerden in 2015 twee zorginstellingen tot ziekenhuis Zuyderland. Er stonden voor tientallen miljoenen aan derivaten op de balansen van de fusiepartners. Uit de jaarverslagen blijkt dat de banken alleen aan de fusie wilden meewerken als een deel daarvan werd afgelost. Dankzij een kapitaalinjectie van drie regionale overheden was dat mogelijk.

Volgens berekeningen van Investico was daarbij een negatieve marktwaarde op de rentederivaten van ruim 8 miljoen gemoeid. Voor de banken draaide de herfinanciering uit op lagere risico’s, voor het ziekenhuis op hogere rentelasten. Deze rentelasten drukken zwaar op de begroting. Vorig jaar leed het ziekenhuis een verlies van meer dan een miljoen.

Ziekenhuis Isala in Zwolle leed 25 miljoen euro schade doordat het vastzat aan rentederivaten, gekoppeld aan een lening die niet eens nodig was. Door de negatieve waarde was het moeilijk van de lening af te komen.

Niet uit eigen portemonnee

Deze semipublieke instellingen krijgen geen vergoeding voor hun derivatenproblemen, terwijl hun schade niet wezenlijk anders is dan bij mkb’ers. “Een derivaat is een afgeleid product”, legt financieel adviseur en derivatenexpert Patrick van Gerwen uit. “De lening die je afsluit is leidend en het derivaat komt erachteraan. Net zoals een caravan achter de auto rijdt. Maar wat je ziet gebeuren, is dat de caravan dominant wordt, waardoor de auto onbestuurbaar wordt. Zo’n Isala-kliniek zit er nog 30 jaar aan vast. Ze zouden willen aflossen, maar dat kan niet. Dus zitten ze met extra kosten.”

Toch hoeven dit soort semipublieke instanties niet lijdzaam hun wonden te likken. “Volgens Europese regelgeving worden particulieren en semipublieke instellingen ongeacht hun omvang aangemerkt als niet-professionele beleggers en krijgen zij in principe dezelfde bescherming als kleine mkb’ers”, zegt hoogleraar financieel recht Danny Busch. In de rechtszaal zouden ze een goede kans maken op een schadevergoeding.

Maar desondanks beginnen ze niet aan zo’n juridisch traject. Folkert Fennema helpt als financieel adviseur instellingen met problemen door derivaten en sprak ook bestuurders van semipublieke instellingen. Waarom claimen ze niet? “Het is niet hun eigen portemonnee”, zegt Fennema droogjes. “Dat doet niet zeer. Ik ben bij een paar waterschappen geweest, en een paar ziekenhuizen die echt grote derivatenposities hebben. Maar ze wilden geen advies. Die bestuurders hebben zelf die derivatencontracten afgesloten. Dus die denken: als hier gedonder van komt, ben ik mijn baan kwijt.”

Hieronder leest u twee voorbeelden van instellingen die in de problemen zijn gekomen door constructies met derivaten.

Beeld Trouw

Sportvereniging CKV Oranje uit Dordrecht kocht rentederivaten via Rabobank. De bank was niet duidelijk over de risico’s, vindt de huidige penningmeester.

Dat Rabobank de korfbalvereniging CKV Oranje Wit in Dordrecht rentederivaten heeft verkocht, vindt de huidige penningmeester onbegrijpelijk. “De bank heeft onvoldoende informatie verstrekt”, zegt Bert Seevinck. Hij komt zelf uit de financiële sector en vindt dat Rabobank ‘nooit zulke ingewikkelde producten als renteswaps had mogen verkopen aan een stichtingsbestuur dat niet precies weet wat het koopt’. De schade van de omstreden rentecontracten loopt volgens hem in de tonnen.

CKV Oranje Wit heeft momenteel twee sporthallen in gebruik. Omdat beide toe zijn aan vervanging, wil de stichting een nieuwe hal bouwen. Dat is niet alleen beter voor de korfballers en andere sporters die gebruik maken van de hallen, maar ook goedkoper. Althans, dat zou het zijn als Oranje Wit niet verstrikt was geraakt in de renteproducten.

Om een nieuwe financiering voor de hal te krijgen, moet Oranje Wit de negatieve waarde van het rentederivaat afkopen. “Dat loopt in de tonnen. Het is ondenkbaar dat we dat gaan afkopen.”

Een alternatief is dat het nadelige renteproduct wordt toegevoegd aan de nieuwe financiering. “Dat kost ons ongeveer 10.000 euro per jaar aan extra rentelasten. Dat is voor een stichting ondraaglijk.”

De verantwoordelijkheden van de bank

Wat Seevinck Rabobank vooral verwijt, is dat de bank niet duidelijk is geweest over de risico’s van een rentederivaat. “Het is de taak van de bank om daar duidelijk over te zijn, over wat de effecten kunnen zijn. Dat heb ik ze ook gezegd. Maar wij krijgen al jaren brieven van de bank, zoals ze bij iedereen doen, met de mededeling dat klanten voldoende zijn geïnformeerd en dat er voldoende kennis aanwezig was van het product. Nou, daar zijn we het dus niet over eens.”

Want de kennis ontbrak niet alleen bij het stichtingsbestuur, maar volgens Seevinck ook bij de bankmedewerkers die de derivaten verkochten. “Dat waren mensen die een commercieel verhaaltje afriedelden zonder dat ze zelf echt wisten wat er aan de hand was. Het is ook niet simpel uit te rekenen. Wat is nou de rentegevoeligheid bij een rentestijging of daling. Anders gezegd: wat is de positieve of negatieve marktwaarde die in zo’n swap zit. Dat kunnen de meeste mensen niet begrijpen, laat staan uitrekenen.”

Het rentederivaat is afgesloten in de jaren 2009 en 2010. “Toen was al duidelijke dat de lange rente zich naar een langdurig laag niveau bewoog”, zegt Seevinck. “Ik vind dat de bank daar zwaar onvoldoende op heeft gereageerd. Er was helemaal geen reden om risico’s op stijgende rente af te dekken met renteswaps.”

Herstelkader

Oranje Wit heeft Rabobank vertelt dat de stichting overweegt de bank aansprakelijk te stellen. “Als we er niet uitkomen, gaan we naar de rechter. Maar voor nu zijn we nog in overleg.”

Voor het midden- en kleinbedrijf is een zogeheten herstelkader afgesproken waarbij banken getroffen ondernemers moeten compenseren. Seevinck weet nog niet of Oranje Wit ook onder deze regeling valt. “Van de week kregen we een brief waarin stond dat wordt bekeken of wij ook onder die regeling vallen. Dan blijft de vraag: is dat een verplichte regeling voor ons als stichting, of kunnen we zeggen: we zijn het er niet mee eens en stappen alsnog naar de rechter.”

Beeld Trouw

Bij zijn afscheid als directeur van de Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam (Sor) kreeg Harrie Rietveld een vriendenboekje mee. Daarin prees huisbankier ABN Amro de vertrekkend directeur omdat hij ‘openstond voor mogelijkheden die rente-instrumenten bieden’. 

Derivatenexpert Patrick van Gerwen heeft een naam voor de instrumenten waar ABN Amro zo lovend over schrijft. Plofderivaten. Die hebben de stichting in problemen gebracht, stelt Van Gerwen.

'Slechts van boekhoudkundige aard'

De Sor wil niets over de zaak kwijt. Wel meldt de stichting in het jaarverslag dat het meevalt met de schade. Ja, door de derivaten staat er voor bijna 160 miljoen euro aan negatieve marktwaarde op de balans, maar dat is ‘slechts van boekhoudkundige aard’.

“Als de cijfers boekhoudkundig niet goed zijn, kan je dat evengoed de kop kosten”, reageert Van Gerwen. “In 2014 en 2015 heeft de Sor door de derivaten een flink verlies geleden. Dat gaat ten koste van je eigen vermogen. Denk je dat de bank daar blij mee is als je nieuwe financiering wil aantrekken?” Volgens Van Gerwen moet de Sor er rekening mee houden dat zij meer rente moet betalen bij nieuwe leningen of bij verlenging van oude kredieten.

Dat terwijl de derivaten nu juist waren bedoeld om de rentelasten te drukken. Die rente hangt namelijk altijd dreigend boven het kasboek van woningcorporaties. Met al die woningen en leningen zorgt een procent extra rente voor een forse kostenstijging, en dat geld is niet te verhalen op de huurders.

In gesprek

Niet zo vreemd dus dat het bestuur van de Sor rond 2007 dankbaar gebruik maakte van de mogelijkheid om leningen af te sluiten tegen een rente die net iets onder de markt lag. Maar inmiddels is de zogeheten Liborrente, waarmee banken de rentetarieven berekenen, liefst 4 procent lager dan tien jaar geleden. “Toch zullen de rentekosten niet dalen”, zegt Van Gerwen. “De rentepercentages blijven immers vanwege de derivaten gelijk. Maar omdat de rente van nu veel lager is dan tien jaar geleden, is dat bijzonder prettig voor de bank.“ Sor op haar beurt is een stuk duurder uit dan zonder de ‘beschermende’ derivaten. De stichting en kredietverstrekker ABN Amro zijn nu met elkaar in gesprek. De rentepercentages van de verlengde leningen komen daarbij ongetwijfeld ook ter sprake.

De Autoriteit woningcorporaties (Aw) zal de uitkomst van de gesprekken met belangstelling afwachten. De Sor staat namelijk al enkele jaren onder verscherpt financieel toezicht van de Aw, mede door de derivaten. De Sor zelf wijst naar het gewijzigd overheidsbeleid. Ouderen moeten steeds langer thuis wonen waardoor zorgvastgoed leeg komt te staan.

Weg naar de rechter is vrij

Verkopen dus. Maar dat is niet makkelijk door de derivaten in de leningen. Normaal betaalt een organisatie boeterente bij eerder aflossen van een lening. De hoogte is afhankelijk van het aantal jaren dat de lening nog doorloopt. “Bij de verlengde leningen heeft de bank de optie de lening met 20 jaar te verlengen”, zegt Van Gerwen. “Dan moet je dus heel wat meer afkopen.”

De Sor komt niet in aanmerking voor het zogenoemde herstelkader voor compensatie ontvangen. De organisatie is te groot. Vreemd, vindt Van Gerwen. “Het Herstelkader is bedoeld voor mensen die niet deskundig zijn met rentederivaten. Bij organisaties als Sor is dat waarschijnlijk het geval.” Mocht de Sor er niet uitkomen met ABN Amro, dan kunnen zij nog naar de rechter stappen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden