Hoe leren we het beste?

het lerende brein | We leren vanuit de kennis die we al hebben, stelt hoogleraar Harold Bekkering. Daarom is hij een voorstander van iPadscholen. Die zorgen voor effectief één op één-onderwijs.

Op het computerscherm van hoogleraar cognitieve psychologie Harold Bekkering verschijnt een scan van een donkere brij. Je zou bijna denken dat het lava is, zwart met her en der wat oranjerood opvlammende delen. "Dit zijn hersenen", zegt Bekkering, "dit is wat er gebeurt als ze een B zien". Hij drukt op een knop en een film start. De gloeiende delen in de brij trekken samen, en vormen een B. Hij vervolgt zijn serie beelden: een gloeiende R, een gloeiende S, een gloeiende D. De letters zitten in de hersenen, letterlijk. Beelden waar je stil van wordt.

Dit is zijn vakgebied, de hersenwetenschap. Bekkering onderzoekt aan het Donders Instituut van de Radboud Universiteit in Nijmegen hoe de hersenen leren. Woensdagavond houdt hij een lezing in De Balie waarin hij zijn droom voor het onderwijs zal beschrijven. Het zal erover gaan dat onderwijs alleen goed 'landt' als de leraar voortbouwt op de kennis die al in het hoofd van de leerling zit. Simpel gezegd: de B in de hersenen van de leerling zal niet oplichten als hij nog nooit een B gezien heeft. "We leren vanuit de kennis die we al hebben."

Weten leraren dat niet al?

"Nee. In het onderwijs wordt nog weinig gebruik gemaakt van hersenwetenschap. Sommige leraren, vaak de jonge, proberen aan het begin van hun carrière nog eens wat. Maar het vak is veel te zwaar. Na tien jaar zijn ze zo uitgeput, dat ze alleen de lesstof nog behandelen. Die lesstof gaat voorbij aan de leerling, en draait alleen om wat er op dat moment geleerd moet worden."

Misschien hebben ze na tien jaar ook wel ervaringen met lesmethodes die goed werken...

"Een leraar staat voor een klas met dertig leerlingen. Zijn methode bestaat meestal uit De Drie Uitjes: eerst uitleggen, dan uitbeelden, dan uitwerken. Bij de uitleg gaat het al mis. Immers, alle dertig kinderen hebben andere voorkennis. Bij een deel van de klas haakt de les aan bij kennis die al in hun hoofd zit. Voor die kinderen doe je het, want zij leren wat. Maar voor een andere groep is de lesstof al bekend, en de derde groep begrijpt niet wezenlijk waar het over gaat. Het werkt heel eenvoudig. Wij wandelden bijvoorbeeld heel vaak met onze kinderen langs een shoarmatent. Dan wezen we op het uithangbord met een tekening erop en we zeiden: Toetanchamon. Toen onze kinderen later les kregen over het oude Egypte, zeiden zij meteen: Toetanchamon. Zij leerden toen pas dat Toetanchamon een farao was, dat hij begraven lag in een schatkamer, enzovoorts. Door die shoarmazaak was het extra leuk goed op te letten in de les."

Zouden kinderen niet ook wat oppikken van 'De Drie Uitjes'?

"Als hersenwetenschapper ben ik er van overtuigd dat we leren vanuit de kennis die we hebben. Een te moeilijk boek voorlezen aan een kind, heeft geen zin. Evenmin als een te makkelijk boek. Je kunt een Turks kind veel beter leren dat in het Nederlands onderwerp en persoonsvorm twee losse woorden zijn, als je ermee begint dat hij natuurlijk in het Turks geleerd heeft dat onderwerp en persoonsvorm ineen zitten. De leraar is vaak lang aan het woord voordat hij tot de kern komt. Kinderen die niet meteen aanhaken bij het onderwerp, ben je dan al kwijt. Als ik bedenk hoeveel uren er zo in de klas verloren gaan! Uren waarin kinderen heel veel hadden kunnen leren als ze wel op hun eigen niveau bediend waren."

Ieder kind een eigen gouvernante dus...

"Dan zou je inderdaad het meest leren! Maar ik denk dat de iPad een heel goed alternatief is. Daarmee kun je cognitieve vakken als taal en rekenen op jouw niveau leren. Met een paar vragen kan de computer er al achter zijn wat je wel en niet beheerst, wat je hobby's zijn en wat je leuk vindt. Je moet creatieve opdrachten verzinnen waarin gespeeld wordt met gevoel voor rekenen en taal. Zulke programma's zijn er al. Toch kan het nog beter. De programma's moeten niet alleen aansluiten bij het niveau van de leerling, ze moeten ook kunnen uitvinden waarom een kind op een bepaald niveau zit. Sommige kinderen kunnen wel 1 bij 2 optellen, maar herkennen de hoeveelheid niet als ze drie appels op tafel zien liggen. Ze kunnen talig al wel wat, maar in hun waarneming nog iets niet. Ook zulke achterstanden moet het digitale lesprogramma kunnen opsporen om het beste onderwijs aan te bieden."

U zou uw kinderen wel naar een iPadschool gestuurd hebben?

"Ik denk dat de iPadschool op zich een goed idee is. Maar je moet het wel goed uitvoeren. Dus bied die kinderen geen pdf's van boeken op een tablet aan, maar maak echt goede programma's. En doe het ook maar een uur of twee à drie per dag. Als een kind drie uur op zijn eigen niveau rekenen en taal of aardrijkskunde heeft gedaan, is het tijd voor iets anders. Je houdt dan namelijk ook nog drie uur over voor creatieve vakken en sociale of motorische ontwikkeling."

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling zegt dat de digitalisering in het onderwijs zich nog niet heeft bewezen. Leerresultaten zijn nauwelijks verbeterd en leesvaardigheden zijn in sommige landen zelfs verslechterd. Wat vindt u daarvan?

"Dat heeft alles te maken met de manier waarop ict gebruikt wordt. Nu zijn die programma's inderdaad vaak nog niet goed genoeg. Maar dat gaat snel veranderen. Ik weet zeker dat er over tien jaar geweldige programma's op de markt zijn."

Veel leraren zijn ook kritisch. Ze willen niet rondlopen tussen computerende kinderen. Ze willen zelf wat overdragen. Bovendien zou het ten koste gaan van de sfeer in de klas als ieder kind achter zijn eigen tablet zit.

"Ik denk dat het een zegen is voor leraren, die een loodzwaar vak hebben. Ze houden tijd over om op een creatieve manier gezamenlijke klasseprojecten te verzinnen en kinderen persoonlijke aandacht te geven. Ook doet het de leerlingen meer recht. Het digitale onderwijs dat zij krijgen, sluit veel beter aan bij hun hersenontwikkeling. Ze kunnen veel meer leren."

Op de vrije scholen, die de laatste jaren erg populair zijn, gebruiken ze zo min mogelijk tablets. Kennelijk spreekt veel ouders dat aan.

"Ja, zelfs Steve Jobs hield zijn kinderen zo lang mogelijk weg bij de computer. Maar ik denk toch dat vrije scholen hier de plank wel misslaan. Als ik als hersenwetenschapper zeg dat we onderzocht hebben dat leren het beste werkt vanuit de kennis die we al in ons hoofd hebben, dan hoor ik vaak: 'wetenschap is ook maar een mening'. Mensen vinden het moeilijk te accepteren dat we als wetenschappers inderdaad nog niet alles weten of overal antwoorden op hebben. Maar toch zeg ik dan: wetenschap is wel de meest gefundeerde mening. Het is het beste dat we tot nu toe weten. Op de pabo wordt in vier jaar tijd bijvoorbeeld maar zo'n vier uur besteed aan hoe taal in het brein gerepresenteerd wordt."

Filosoof Gert Biesta wil juist dat de leraar voortdurend met zijn leerlingen in dialoog gaat. Het gaat hem er niet om wat ze leren, maar met welk oogmerk en van wie. Dat spreekt veel leraren aan. Wat vindt u daarvan?

"Ik blijf er bij: als de lesstof te ver afstaat van het kind, gaat het niks leren. Het is een mooie theorie van Biesta, maar het kan niet zonder meer. De context en de achtergrond van het kind zijn altijd daar. Het is goed om iets anders aan te bieden, misschien zelfs vanuit het oogpunt van verheffing. Maar vergeet niet dat het kind altijd vanuit zichzelf naar de lesstof zal kijken."

Maar wat voor mensen worden we van het, op het lerende brein gerichte, iPadonderwijs?

"Onze hersenen zullen veranderen naar mate meer generaties met computers werken. Dat weten we uit neurolinguïstisch onderzoek. Mensen die Engels spreken, denken anders dan Duitsers. Je wordt een ander mens van denken in een andere taal. Ik denk dat onze omgang met computers ertoe gaat leiden dat we veel van onze specialistische kennis en belangstelling gaan verliezen. Die zoeken we immers allemaal op internet op. Wat we erbij leren, is dat we ict leren beheersen. We gaan kennis vergaren om informatie te vinden en te waarderen. Ik denk dat dit onderwijs er uiteindelijk toe zal leiden dat ieder kind een homo universalis wordt. Weer een beetje zoals de mensen waren voor de Verlichting. Je was toen 'wetenschapper', niet jurist of arts, laat staan neuropsycholoog. De rechter zal waarschijnlijk alleen nog maar een toets uitvoeren op een door de computer gegeven oordeel. Hoe kanker gediagnosticeerd en behandeld moet worden, wordt ook een kwestie van een digitale analyse met een toets van een arts. Ook specialismen als huisschilder of verzorgende in een verpleeghuis zullen verdwijnen: het schilderwerk, de stoelgang, het opzetten van een muziekje voor een oudere, het zal allemaal gedaan worden door robots. "

Als robots alles overnemen, wat blijft er voor ons dan nog over?

"De huisschilder wordt kleurenadviseur, de verzorgende zal eenzame mensen gezelschap gaan houden. Het leven zal vooral draaien om iets dat de computer niet kan: creativiteit en recreatie. Het onderwijs moet opleiden tot creatieve, sociale mensen die ict weten te beheersen."

Dit is het tweede deel van een tweeluik over het lerende brein. Deel één verscheen 25 november.

auteur van 'de lerende mens'

Harold Bekkering (Oldenzaal, 1965) is hoogleraar psychologie aan het Donders Instituut in Nijmegen en lid van de Koninklijke Academie der Wetenschappen. Hij publiceerde samen met Jurjen van der Helden het populair wetenschappelijke boek 'De lerende mens'. Op 30 november houdt hij om 20.15 een lezing in het Amsterdamse debatcentrum De Balie in de reeks 'Mijn Idee voor Onderwijs'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden