Hoe leger het huis, hoe wiebeliger het gemoed

Beeld Wim Boevin000

Wiebelig, zou ik zeggen als naar mijn gemoedstoestand zou worden gevraagd. Niet om het wereldgebeuren, met een Amerikaanse president die blootoogs naar de zonsverduistering kijkt, in de mengeling van onverschrokkenheid en onbenul.

En niet om Europa, met zijn Brexit en dat massale kloppen op de zuidelijke poorten. En niet om de ontwikkelingen in mijn eigen stad, al maar groeiend en uit jasjes knappend, die kleinste grote stad van Nederland zoals ik bij Ingmar Heytze las, de stadsdichter.

Wiebelig ben ik omdat ik mijn huis kwijt ga raken. Dat maakt me nog geen vluchteling of dakloze, maar wel iemand die op het punt staat de huizenmarkt te betreden, die daar iets gaat aanbieden dat een nog nader te bepalen waarde vertegenwoordigt, mijn huis namelijk, of liever: ons huis, want mijn gezin is solidair.

Wiebelig ook vanwege de mooie W aan het begin van dit verslag, maar dat terzijde. (Ooit hoop ik een verslag met een Y te beginnen.)

Wiebelig word je als je je basis opgeeft, je thuis. Een toestand die overigens pas gaandeweg het proces wordt bereikt, want het was best gemakkelijk om te zeggen: kom, we gaan ons huis verkopen. Er rustte een hoge hypotheek op, en we hebben veertien jaar lang watertrappelend doorgebracht, dat wil zeggen, verzekerd van zuurstof maar geen meter vooruitkomend.

Een fijn huis trouwens, groen voor en groen achter, niet ver van die opbloeiende binnenstad in het hart van het land. Een luchtig huis, van zon en wind, en van stevig haardvuurstoken in winters die we niet meer hebben. Een huis in een dorpswijk die nog maar een paar generaties geleden streng verzuild was, in roomsen, hervormden en gereformeerden.

Nu is men er tweeverdienend, en doet alles in paren, twee kinderen, twee vazen voor het raam, twee buxuspotten bij het tuinpad, twee pedaalemmers in de keuken, twee Tesla's aan een zuil (maar van twee leasers).

Toen de makelaar kwam – een joviale man met een goed humeur – liep hij snel door het huis, van onder naar boven, en door de tuin, van voor naar achter, en had een waardeschatting op tafel gelegd, een schatting waar we van opkeken.

Welkom op de huizenmarkt.

Uitruimen

Het kan er winderig zijn en guur, of juist bedriegelijk zonovergoten, want er vallen ook termen als oververhitting. 'Amsterdam zit op slot,' hoorde ik, want op die markt bewoog niets meer, hooguit staduitwaarts, zodat zich in mijn dorpswijk nu Amsterdammers komen vestigen.

We moeten ons huis leger maken, zei de makelaar, het moet er fris en hygiënisch uit zien. En daarmee begon het, een paar weken geleden, dat uitruimen, dat wegnemen van wat jarenlang gespaard was, talloze gangen naar de Kringloop en het afvalscheidingsstation, de mooiste plek op aarde.

Na elke rit keerde je lichter huiswaarts, maar ook de wiebeligheid nam toe, nu de lijnen van verankering een voor een werden losgekapt.

Het leven is een checklist geworden, voor het fotoklaar maken van het huis, een huis dat van zijn zwaarte is ontdaan, misschien ook van zijn ziel, een huis als een catalogus, zoals andere huizen. Wat rest is Funda.

En waar blijf je zelf?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden