Hoe leef je zoals het hoort?

Miranda July verheft ongemak, weerzin en de bevrijding ervan tot kunst

Aan de Engelse krant The Guardian vertelde Miranda July onlangs dat ze, toen ze een jaar of elf, twaalf was, geregeld gevechten hield met haar beste vriendin. Ze stonden op bed, haalden naar elkaar uit en gaandeweg groeide hun gespeelde kwaadheid uit tot echte woede. Na afloop voelden ze zich bevrijd, en waren ze nog net zulke goede vriendinnen.

Vermoedelijk heeft July, inmiddels 41, deze uitlaatklep niet meer nodig. In haar films, haar performances, multimediale kunst en boeken lijkt ze alles te verwerken waarvan je in het echte leven gefrustreerd kunt raken. Plus een heleboel gedachten die je eigenlijk niet hardop hoort uit te spreken.

Het bekendste voorbeeld is de scène uit haar debuutfilm 'Me and You and Everyone We Know', waarin een schattige zesjarige zijn oudere broertje een nogal expliciete chatsessie influistert. Aan de andere kant van de digitale pijplijn zit een vrouw van middelbare leeftijd. De kleine Robby spiegelt haar voor hoe ze elkaar zullen bepoepen, over en weer, almaar opnieuw, voor altijd. Voor hem de ultieme romantische droom, voor haar iets waar ze 'heet' van wordt.

Op het scherm werkt die scène stukken beter dan wanneer ik hem opschrijf. Hij is grappiger, liever en vooral schrijnender. Het is een typisch voorbeeld van: de film is beter. Maar dat geldt absoluut niet voor July's eerste roman. 'De eerste foute man' is net zo filmisch als haar films literair zijn. En is zonder twijfel afkomstig van dezelfde oorsprong. Of July nu een film maakt of een interactief brievenproject, uiteindelijk gaat haar werk over de manier waarop wij ons uitdrukken en de manier waarop we daar nogal vaak in mislukken.

Hoofdpersoon Cheryl is in de veertig, alleenstaand, op een bijna agressieve manier voorkomend en een solipsist pur sang: de (nogal verknipte) manier waarop ze de wereld beziet is voor haar de absoluut enige waarheid. Evengoed functioneert ze heel aardig. Ze heeft een keurig huis, een prima baan en daarbinnen behoorlijk wat vrijheid. Immers, haar baas vindt Cheryls 'stijl van leidinggeven' beter werken van afstand. Ze hoeft maar af en toe daadwerkelijk op kantoor te verschijnen.

Eigenlijk heeft Cheryl (volgens zichzelf althans, maar in haar wereld is er niemand met een andere mening) maar één probleem: haar globus hystericus. Dit syndroom uit zich in een ingebeelde prop in de keel, die wel degelijk echte slik- en ademproblemen oplevert, plus de bijbehorende paniek, die de zaken alleen maar verergert.

Cheryls eveneens ingebeelde minnaar Phillip (met wie ze zich al vele eerdere levens verbonden acht, in werkelijkheid is hij nauwelijks meer dan een kennis via het werk) raadt haar een kleurentherapeut aan.

In de hoop, of eerder: absolute verwachting dat droomman Phillip daar ook in de wachtkamer zal zitten, maakt Cheryl een afspraak. Hiermee is het spreekwoordelijke schaap over de dam: vanaf nu raakt ze beetje bij beetje alle controle over haar afgepaste leven kwijt. En niet alleen zij. Om haar heen verliest iedereen langzaamaan het vitale eerste ingrediënt van de cocktail passieve agressiviteit. Wat overblijft verschilt per persoon, maar gevochten wordt er in alle gevallen. Verbaal en in manipulatieve toneelstukjes. Of gewoon staand op bed, in de gang, op de bank, elkaar het hele huis door meppend. Kinderspel, zoals in July's echte leven, is het in dit boek niet.

Een sleutelzin van 'De eerste foute man' staat op ongeveer een kwart van het boek. "Ik had al zo vaak betekenislagen toegevoegd aan dingen die helemaal niks betekenen", zegt Cheryl. July behandelt in haar roman allerlei manieren waarop mensen (bewust en onbewust) scenario's schrijven voor hun leven. Of het nu om zelfvervullend of zelfverwezenlijkend denken gaat - zowel de softe sector als de zelfhulpwereld krijgt in dit boek een stevige dreun toegediend - of al dan niet juridisch vastliggende normen en waarden. Uiteindelijk falen bij July alle pogingen om te leven zoals 'het hoort' of zoals 'het voorbestemd is'. En is het aan het individu om open te staan voor een misschien wel veel gunstiger script.

Dat duurt bij haar hoofdpersoon trouwens wel even. In het middendeel van 'De eerste foute man' loopt het verhaal vertraging op, waardoor je ergernis over de lankmoedige en soms ronduit naïeve Cheryl toeneemt. Het zou echter zomaar kunnen dat July precies dat effect heeft ingebouwd. Ze lijkt zich, net als haar hoofdpersoon, meer dan normaal bewust van de 'betekenislagen' die ze in haar tekst legt. En van de gevaarlijk nabije grens naar sentimentaliteit. Van baby'tjes tot zielige daklozen, ze komen allemaal langs, maar dan wel op een totaal nieuwe manier.

"Het was alsof ik iemand van de dakrand af praatte", denkt Cheryl bijvoorbeeld, als ze een prematuur kindje op de intensive-careafdeling probeert aan te moedigen om toch vooral te blijven leven. Not your average dramatische woensdagavondfilm. En later: "Toen hij niet begon te huilen, werd ik bang dat hij dood was, maar aangezien ik niet degene wilde zijn die hem vond, bleef ik op de grond liggen."

Zelf was July zwanger van haar eerste kind toen ze 'De eerste foute man' schreef. Allerlei hormonen-overgoten clichés (pre- en postnataal) komen langs, maar ze lezen rauw en acuut, alsof ze nooit eerder zijn benoemd.

Dat is een van de grote krachten van deze schrijfster. Anders dan haar hoofdpersoon blijft ze niet hangen in een vooraf bepaald script, maar geeft ze zichzelf (en de lezer) de ruimte om voortdurend van mening te wisselen. Over alles. Ondertussen verheft ze, net als in haar films, miscommunicatie, ongemak, weerzin én de bevrijding daarvan tot kunst.

Miranda July: De eerste foute man (The First Bad Man) De Bezige Bij; 288 blz. euro 19,90.

Vorig jaar vergezelde Miranda July haar vermaarde collega Lena Dunham op boektournee, maar eigenlijk was July al eerder door- gebroken. Na een carrière als videokunstenares debuteerde ze in 2005 met de opgewekttriestige grotestadskomedie 'Me and You and Everyone We Know' waarin ze zelf de hoofdrol speelde als Christine: fragiel, timide, lijzig Amerikaans accent, verwonderde blik.

Deze vreemde vogel werd opgevolgd door de even naïeve Sophie die in July's tweede speelfilm 'The Future' worstelt met bindingsangst. Twee prijswinnende verhalenbundels later debuteert July nu als romanschrijfster met 'De eerste foute man' over Cheryl die alleen haar eigen waarheid kent.

Allerlei clichés komen langs maar ze lezen rauw en acuut, alsof ze nooit eerder zijn benoemd

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden