Hoe lastig is het om nee te zeggen voor wielerarts

Is het noodzakelijk om nauwe band met ploeg te stoppen?

Is een wielerarts een ordinaire dopinghandelaar die zich verschuilt achter zijn beroepsgeheim? Of is zijn werk een grijs schemergebied waar morele en ethische afwegingen geregeld botsen? "Wat doe je als een renner over doping begint? Lever je hem over aan een charlatan of sta je hem bij?"

Een lastig dilemma voor een wielerarts meent Lode Wigersma, directeur Beleid van de landelijke artsenfederatie KNMG. Voorkomen kun je dopinggebruik niet, voorschrijven mag niet, zegt hij. "De andere optie als arts is erop toezien dat het niet de spuigaten uitloopt." Wigersma zegt er met nadruk bij dat het zijn eigen standpunt betreft. De KNMG noemt het 'niet professioneel' als artsen medicijnen voorschrijven die niet voor ziekten maar als doping worden aangewend.

En toch is dat precies wat bij de Raboploeg meer dan zestien jaar lang gebeurde. Artsen die zonder aarzeling een spuit met epo in de armen van renners zetten, cortisonen verstrekten, kopmannen doorverwezen naar een illegale bloedbank in Wenen en manipuleerden met attesten. De recente reeks bekentenissen van oud-Rabocoureurs wezen in bijna alle gevallen in de richting van de ploegartsen. Zij zouden met instemming van de ploegleiding doping hebben gefaciliteerd.

Dat renners met medeweten van artsen de grenzen opzoeken, is eerder regel dan uitzondering in de wielersport. "Helaas blijken die de afgelopen maanden in grote mate te zijn overschreden. Dat mogen artsen zich aantrekken", stelt KNWU-directeur Huib Kloosterhuis. "Ik dacht dat een arts er a priori is voor de gezondheid van renners."

"De namen die nu worden genoemd, zijn zeker geen lid van de VSG", haast voorzitter Rein Visser van de beroepsgroep van sportartsen te zeggen. "Het gaat hier om reguliere huisartsen. Deze problemen zagen wij jaren geleden al aankomen. Ons standpunt is dat wij nooit doping voorschrijven. Je moet niet aanzetten tot lichamelijke schade."

Dat is ook niet de intentie van een arts, reageert Wigersma. Wat in de stelligheid echter wordt vergeten, is dat patiënten een verwachtingspatroon hebben, merkt Wigersma op. "Artsen zijn de laatsten waarvan ze een 'nee' verwachten." Dat maakt het extra gecompliceerd in de betrekkelijk kleine wereld van het wielrennen waar medici naast hun rol als arts vaak de rol van vertrouwenspersoon vervullen.

Daar zit met name de ergernis van Kloosterhuis. Rabo-artsen Geert Leinders en Jan-Paul van Mantgem verschuilen zich meer dan eens achter hun medisch beroepsgeheim in de zaak tussen Michael Rasmussen en de Rabobank. Kloosterhuis: "Daar kan het geheimhoudingsrecht toch niet voor bedoeld zijn?"

Zonder namen te noemen zou een arts wellicht kunnen kiezen voor het vermelden van dopinggebruik binnen een ploeg, oppert Wigersma. Dan is het aan de UCI of Wada om vervolgens actie te ondernemen.

Artsen zijn in Nederland, anders dan in bijvoorbeeld België, niet strafbaar als ze renners doping voorschrijven. De middelen om een wielerarts te sanctioneren zijn beperkt. De KNWU kan de licentie innemen, de KNMG de arts royeren. Een woordvoerder van de Inspectie voor de Gezondheidszorg laat weten dat de recente dopingonthullingen geen aanleiding zijn voor een onderzoek.

Dat het wielermilieu worstelt met de rol van de teamarts is inmiddels tot de ploegen doorgedrongen. Is het noodzakelijk om zo'n nauwe band te onderhouden tussen ploeg, dokter en renners, is de vraag. Nee, vindt Daan Luijkx van Vacansoleil-DCM. De ploeg neemt naar de Tour Down Under bijvoorbeeld geen eigen arts meer mee. "We raadplegen een lokale dokter als dat nodig is."

Vacansoleil en ook de KNWU lopen daarmee vooruit op een aantal aanbevelingen die zijn gedaan om de wielersport te herstructureren. "Een daarvan", zegt ploegeigenaar Luijkx, "is een poule van artsen instellen. Geen vaste ploegdoktoren meer maar geaccrediteerde, onafhankelijke artsen. Daarmee voorkom je dealtjes."

Zijn concullega bij Argos-Shimano, Iwan Spekenbrink, loopt niet meteen warm voor het idee. "Je kunt mooie dingen bedenken maar waarom zou je een arts met de juiste intentie niet vertrouwen? Fuentes (Spaanse sportarts tegen wie een proces loopt - red.) was nergens aan verbonden en hield er toch een grote dopingpraktijk op na."

Ploegartsen in opspraak
De taakomschrijving van ploegarts Wim Sanders bij PDM in 1986 is kort: presteren. De successen rijgen zich aaneen, met dank aan de testosteron, bloeddoping en cortisonen. In de Tour van 1991 gaat het mis. Sanders injecteert de renners een bedorven voedingssupplement, is de officiële lezing. De ploeg verlaat ziek de Tour. Later blijkt Sanders de spil in een groot dopingnetwerk.

Geert Leinders heeft er al een half wielerleven opzitten als hij in 1996 bij de Raboploeg begint. Leinder is zijn renners maar al te graag behulpzaam. Hij verstrekt epo, bloeddoping en insuline, getuigen oud-renners recentelijk onder ede. Het Belgische parket opende vorige maand een strafrechtelijk onderzoek naar de arts.

Zijn collega cardioloog Jan-Paul van Mantgem erkende vorige week dat er bij Rabo "in enkele individuele gevallen vragen rezen". Ook Van Mantgem was jarenlang verbonden aan het team. Hij heeft net als veel van zijn collega wielerartsen een lang verleden in de sport. Aan het rijtje van verdachte Rabo-artsen werd vorige week een nieuwe naam toegevoegd, die van huisarts Dion van Bommel. De Limburger vervalste volgens oud-renner Michael Rasmussen medische attesten. Van Bommel was eerder in dienst van de KNWU en Farm Frites, de opvolger van TVM.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden