Opinie

Hoe kun je gras zaaien op ’jezelf’ en niet op een akker. Niet putten uit traditie?

Dansmaëstro Hans van Manen knikt instemmend bij de uitspraak van de Franse grafisch ontwerper Pierre Bernard, winnaar van de Erasmusprijs 2006: ’Grafische vormgeving zal van de wereld geen paradijs maken, maar het kan er in ieder geval toe bijdragen deze wat menselijker te maken’.

Dat geldt volgens de oud-Erasmuslaureaat Van Manen ook voor de danskunst. „Maar alles gaat in kleine stapjes, grote passen bestaan niet. Alles draagt bij, als je maar doorgaat, nooit ophoudt. Een kunstenaar kent geen pensioengerechtigde leeftijd.” Om op de charmante Van Manen-manier zijn woorden ook direct weer tegendraads te relativeren: „Maar als je vraagt of dans die ’menselijke’ functie ook daadwerkelijk hééft, volg ik Oscar Wilde. Hij zei: ’Alle kunst is nutteloos’. Wilde had natuurlijk gelijk. Punt.”

Morgen gaat Van Manens nieuwe pas-de-deux ’Dreaming about you’ in première op het Erasmusfestival dat is georganiseerd ter omlijsting van de uitreiking van de Erasmusprijs aan Pierre Bernard. In het programma ’Design van de Dans’ worden naast deze wereldpremière door Het Nationale Ballet ook Van Manens ’Squares’ uit 1969 door Introdans en twee werken van het choreografenduo Lightfoot/León door het Nederlands Danstheater II op de bühne gebracht. De verbindende factor: ’design’.

Van Manen: „Bij dans is er natuurlijk altijd sprake van design, en dan heb ik het niet alleen over het gebruik van decors en kostuums. Toen mij werd gevraagd om binnen dit thema een nieuw ballet te maken, kreeg ik het idee om drie totaal verschillende muziekwerelden te gebruiken, een stuk van Andriessen, een nummer van Prince, een Sarabande van Satie, en daar toch met mijn signatuur één ding van te maken. Het wezen van design is dat het het handschrift verraadt. Pierre Bernard is daarin van grote klasse. De visuele communicatie van Centre Pompidou, de bewegwijzering op luchthavens: Bernards handschrift is altijd te herkennen. In het verlengde van Bernards werk: je kunt je eigen signatuur nooit verloochenen. Je komt niet onder jezelf uit. Ik zeg: gebruik dat dan ook maar. Soms denk ik bij het choreograferen wel eens: ’Heb ik deze passencombinatie niet al eens eerder gedaan?’ Maar dan reageren de dansers: ’In welk ballet dan?’ ’Oh gelukkig’, denk ik vervolgens, ’dan mag het’.”

De jaarlijkse Erasmusprijs wordt toegekend aan iemand die binnen het kader van de culturele tradities van Europa een belangrijke bijdrage heeft geleverd op cultureel, sociaal of sociaal-wetenschappelijk gebied. Tolerantie, culturele veelvormigheid en kritisch denken zijn hierbij de criteria. Van Manen: „Voor mij behelzen die criteria vrijheid. En dat is essentieel in elke discipline. Buitengewoon hoe uiteenlopend de prijs in de loop der jaren is uitgedeeld. Wetenschappers, fotografen, nu een ontwerper. Dat is nog eens vrij ’wijdzijdig’ denken! Ik was reuze vereerd toen ik de prijs in 2000 kreeg, maar het was toch vooral een erkenning voor de Nederlandse danskunst an sich. Het gaat er natuurlijk niet om hoe ík havermout kook, het gaat over mijn vak waar ik zoveel liefde voor heb. Ik ben altijd verplicht aan de danskunst. De Erasmusprijs vond ik dan ook volkomen terecht. Vooral als je bedenkt dat dans een heel succesvolle kunstsector is en dat er toch zo weinig aandacht voor is. Ik vind dat de danswereld genoeg doet om te laten zien dat we op een hoog niveau staan, en dat anderen dat nu ook maar eens moeten gaan vinden.”

Weer haast Van Manen zich te relativeren: „Ach, ik ben een tikkeltje ’ordinair’ hoor. Ik heb altijd met beide benen op de grond gestaan, ben nooit zo ’highbrowerig’ van ’de kunst’ geweest. Ik snap die kunstenaars niet die zeggen dat ze vooral ’zichzelf’ willen zijn. Hoe kun je gras zaaien op ’jezelf’ en niet op een akker. Niet putten uit de traditie? Geen toekomst zonder verleden, zeg ik dan. De Erasmusprijs kun je beschouwen als de Europese Nobelprijs, met het hoogste prijzengeld dat je in Nederland kunt krijgen, 150.000 euro. Ik heb het aangewend voor het digitaliseren van dansvideo’s om repertoire voor komende generaties vast te leggen; dat heeft me een smak centen gekost!” En dan die heerlijke relativering: „En ik heb mijn keuken laten verbouwen. Ik dacht: dan ík ook wat.”

De dansmeester is de laatste die zijn werk wil duiden, getuige zijn bekende uitspraak ’Dans drukt dans uit en niets anders dan dans’. Maar toch... ’Design’ in de dans; hoe gaat dat bij Van Manen in zijn werk? „Ik kijk naar de mensen met wie ik werk, ik luister naar de muziek, gebruik de accenten. Ik werk impulsief en intuïtief. Zo ’voelde’ ik bij deze opdracht direct een duet voor de fantastische dansers Marisa Lopez en Felipe Diaz. Dansers van Het Nationale Ballet die altijd maar vooruitgaan, op een intelligente manier rijper worden. Ze kunnen van nature inhoud geven aan wat ik van ze vraag. En dat is belangrijk voor mijn werkwijze. In mijn werk gaat het altijd over mensen die elkaar uitdagen, relaties die zich in allerlei gedaanten voordoen.” Om als Erasmusprijswinnaar Pierre Bernard – en in weerwil van Oscar Wilde – de wereld toch een menselijker aanzicht te geven? Van Manen: „Zoals je als maker zelf nooit kunt bepalen of iets een meesterwerk is, kan ik ook die conclusie maar beter aan anderen overlaten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden