Interview

Hoe kon mijn vader ons in de steek laten, vraagt de dochter van verzetsheld Johannes Post zich af

Trijneke Blom-Post, dochter van verzetsheld Johannes Post. Beeld Maartje Geels

Verzetsheld Johannes Post wordt alom geprezen, maar zijn dochter Trijneke Blom-Post stelt 75 jaar na de oorlog ook kritische vragen. Hoe heeft haar vader zijn gezin in de steek kunnen laten?

Ze komt niet graag op de erebegraafplaats in Overveen. Ook al ligt haar vader, ­Johannes Post, daar begraven. Lange tijd heeft Trijneke Blom-Post (85) zich afgevraagd waarom ze daar wegbleef, maar sinds een paar jaar weet ze het: “Daar ligt de verzetsman, niet mijn vader. Dat zijn voor mij echt twee verschillende personen.” De échte vader Post heeft Trijneke niet lang gekend. Toen hij in het verzet terecht kwam, was hij vader-af. “Hij gaf die rol over aan alle onderduikfamilies die tijdens de oorlog voor ons zorgden.”

In haar huis in Uithoorn vertelt Blom-Post wat het betekent een dochter te zijn van een verzetsheld. In goed gekozen bewoordingen schetst ze een beeld van een getraumatiseerde familie die op ongekende wijze de oorlog heeft overleefd en het verleden nooit met ­elkaar verwerkt heeft. Ze praat met veel ontzag over haar vader en haar sterke moeder die na de dood van haar man acht kinderen in haar eentje grootbracht.

Maar ze romantiseert niet. Ze stelt zichzelf de vraag hoe haar vader het ­gezin in de steek heeft kunnen laten. Dat doet ze ook in de 2doc-documentaire: ‘De erfenis van een verzetsheld’, ­gemaakt door Geertjan Lassche. Die wordt op maandagavond 29 april uitgezonden door de VPRO. Daarin komen nog twee andere zussen, een broer, ­weduwen en kleinkinderen van de ­familie Post aan het woord.

Blom-Post is de tweede uit het gezin van acht. Ze wordt in 1933 geboren op een boerderij op het Drentse platteland in de buurt van Hoogeveen. Haar vader, Johannes, is dan wethouder voor de ­Anti-Revolutionaire Partij (ARP) in Oosterhesselen. Ze heeft weinig herinneringen uit die tijd, maar één voorval is haar bijgebleven. Trijneke zit achterop de motor bij haar vader. Ze rijden op een onverharde weg en slippen. “We ­zaten onder de bagger. Hij zei toen: ‘ik zal je een geheimpje leren bewaren. Hier mag je nooit met iemand over praten.’ Hij zag dat als zijn opvoedkundige taak: een geheim kunnen bewaren. Hij was zich er niet van bewust dat het mij beangstigde. Dat typeerde het leven toen en daarna. Het geeft aan hoe ­weinig contact als ouder je had met de ­gevoelens van je kinderen.”

Als de oorlog uitbreekt, verzet Johannes Post zich in eerste instantie als wethouder tegen de maatregelen die de Duitsers afkondigen tegen de Joden. Het verzetswerk breidt zich snel uit. Post zorgt voor onderduikadressen in de buurt en valt gemeentekantoren binnen om geboorteregisters te ­bemachtigen. Een enkele keer steelt hij wapens uit een munitiedepot.

Dien en Johannes Post. Beeld vpro

Hoe was dat voor jullie als kinderen?

“Ons werd verteld dat we nergens over mochten praten en niemand konden vertrouwen. We accepteerden dat en zwegen, ook onderling. We zagen ­natuurlijk wel dingen. De ene dag had Thea, de Joodse koerierster van mijn ­vader, zwart haar en de andere dag was het rood geverfd. En registers werden met veel plezier verbrand in de kachel bij ons thuis. Het werd allemaal bewust geheim gehouden, maar natuurlijk voelden wij de spanning.”

Johannes Post raakt begin jaren veertig intensiever betrokken bij het verzet en werkt ook samen met de Trouw-groep. De eerste keer dat het fout gaat is tijdens een overval in Apeldoorn. Post wordt daar samen met zijn koerierster Thea gesnapt en hij belandt in de cel. Een politieagent is hem goed gezind en zet ’s nachts de celdeur open. Johannes weet te ontsnappen, maar Thea niet. Zij wordt afgevoerd naar Westerbork en wordt vermoord in Auschwitz. “Dat moet heel ingrijpend geweest zijn voor vader.”

Op dat moment, in 1943, is er ­paniek, want de familie is bang voor wraak vanwege de ontsnapping van ­Johannes. “We moesten halsoverkop het huis uit”, herinnert Trijneke zich, want haar moeder sluit zich aan bij het verzetswerk van haar man en zwerft gedurende de oorlog door heel Nederland. “Ik ben uit school geplukt door een oom en tante die mij meenamen. We kregen allemaal een ander adres, want wie wil er in z’n eentje zeven kinderen opnemen. We hebben elkaar tijdens de oorlog niet of nauwelijks gezien.”

Waar kwam u terecht?

“Bij een oom en tante. Ze woonden op een boerderij tussen Zwartsluis en Staphorst, écht in the middle of nowhere. Ik ging naar school in Zwartsluis en was een uur onderweg. Ik pikte bij de dichtstbijzijnde boerderij een ander meisje op en haar vader voer ons dan over het Meppelerdiep. Vanaf daar moesten we nog een stuk met de bus. Als ik ’s avonds thuiskwam liep ik in mijn eentje over een pikdonkere weg waar ik nooit iemand tegenkwam.

“Mijn oom en tante zorgden heel goed voor mij, maar ik was uit mijn doen en je weet dat je ouders met ­gevaarlijke dingen bezig zijn. Je praat met niemand en sluit je in jezelf op. Thuis zou ik een klas overslaan, maar in Zwartsluis was ik één van de slechtste leerlingen. Ik kon het emotioneel niet aan.”

Haar vader werkt zich ondertussen op binnen het verzet. Hij raakt betrokken bij de top van de Landelijke Knokploegen. Heel af en toe brengen vader en moeder een bezoek aan Trijneke. Ze herinnert zich nog heel goed de laatste keer dat ze haar vader zag. “Hij zwaaide me die dag vanuit het slaapkamerraam heel lang na toen ik naar school liep. Dat voelde niet goed. Ik werd er verdrietig en angstig van, alsof ik toen al iets voorvoelde.”

Achteraf, zegt Blom-Post, ging het toen al niet goed met mijn vader. “Hij had te veel van zichzelf gevraagd. Ze vergaderden soms nachten achter ­elkaar. Zo’n uitputtingsslag overleeft niemand en dan raak je het contact met je eigen gevoel kwijt. Konden ze het ­allemaal nog wel overzien, heb ik me regelmatig afgevraagd.” Ze denkt van niet.

Johannes Post wordt in 1944 verraden tijdens een bevrijdingsactie van een vriend op de Weteringschans in Amsterdam. Post neemt een bewaker in vertrouwen die bij de SS blijkt te zitten. Binnen twee dagen wordt Post gefusilleerd.

Hoe hoorde u dat uw vader was ­overleden?

“Mijn oom en tante wilden het me in fases vertellen. Dus zei mijn oom in eerste instantie dat mijn vader was opgepakt. Hij bad met me op een goede afloop, terwijl mijn vader toen al dood was. De volgende dag zei hij dat het fout was gegaan en dat mijn vader was doodgeschoten. Toen dacht ik: ik moet nu huilen. Maar in werkelijkheid kon ik geen enkel gevoel opbrengen.”

Twee momenten uit die tijd maken veel indruk op Trijneke. Ze krijgt ­opnieuw tranen in haar ogen als ze ­erover vertelt. “Met mijn nicht ging ik naar de familie van het meisje waarmee ik iedere dag naar school liep. Ik vertelde waarom ik die dag niet gekomen was. Toen keek die vrouw me aan en zei: ‘Och kind toch.’ Zij zag het kind staan. Achteraf vind ik dat heel bijzonder. Later zei de moeder van een vriendinnetje iets soortgelijks. Die twee vrouwen hebben onbewust een grote rol in mijn leven gespeeld.

“Niets ten nadele van oom en tante, ze hebben mij verzorgd tot en met. Maar die vrouwen konden een gevoel raken.

Beelden uit de documentaire: Blom-Post met haar kleindochter. Beeld VPRO

“Ik weet nog dat ik begin jaren ­negentig bij een therapeute kwam en die zei: ‘Je hebt een oorlogsverleden’. Ik antwoordde: ‘Hoe kom je erbij’. Een oorlogsverleden hebben de mensen die in de kampen hebben gezeten, dacht ik bij mezelf. Zo hadden we de gevolgen van de oorlog ontkend. Het dagboek van Etty Hillesum (vermoord in Auschwitz, red.): ‘De nagelaten geschriften van Etty Hillesum’, heeft mij veel steun gegeven. Zij reikt je iets aan: wie zijn wij als mens, hoe gaan we met elkaar om? Uiteindelijk gaat het om liefde.”

En dat miste u tijdens die periode?

“Ja, terwijl ik wel liefde kreeg.”

Nadat Johannes Post was doodgeschoten, is het gevaar voor de rest van de familie nog niet geweken. Trijneke krijgt ondertussen tyfus en haar moeder verzorgt haar een tijdlang bij haar oom en tante. Maar op een dag vallen soldaten de boerderij binnen. Haar moeder vertelt eerlijk wie zij is, maar wordt niet meegenomen. Als de volgende dag een auto voorrijdt om haar alsnog op te halen, is haar moeder al verdwenen.

De periode die volgt is onzeker, herinnert Blom-Post zich. Ze verhuist naar een ander adres, wordt opnieuw ziek, en geneest. De beschietingen van de ­geallieerden worden intensiever. Op de dag van de bevrijding rijden tanks langs het huis en sjokken Duitse soldaten richting de grens. Opnieuw kan Trijneke er geen enkel gevoel voor opbrengen.

“Ik sprak laatst een nichtje van me. Zij is purser en heeft regelmatig vluchtelingen aan boord. Ze vertelde me dat hun bezit in een plastic tasje zit. Ze zei: ‘die kinderen kijken je met holle ogen aan en je kunt ze nergens blij mee maken.’ Dat herken ik heel sterk. Je kunt niet meer voelen.”

Hoe pakte u het leven na de oorlog weer op?

“Moeder is bevallen van mijn jongste broer, in april 1945. We woonden een aantal weken op de boerderij, en daarna zijn we verhuisd naar Rijnsburg. Ik ging daar weer naar school. Over de oorlog werd niet meer gesproken. Hoe moeder het leven heeft geleefd, verbaast me steeds meer. Ze kreeg zeven kinderen terug die allemaal op een ander adres hadden gewoond en die allemaal aan ­elkaar moesten wennen. Mijn jongste zusje was anderhalf toen ze ging onderduiken. Ze hechtte zich aan een nieuwe familie die buitengewoon lief voor haar was. Na twee jaar kwam ze terug bij moeder en moest de familie waar ze aan gehecht was, weer loslaten. Ik zie haar nog zitten in haar stoeltje, duimpje half in haar mond: ‘papa en mama komen me wel weer ophalen’. Dat is hartverscheurend om te zien.”

De familie Post. Beeld VPRO

“Tot op de dag van vandaag weet ik niet waar mijn broers en zussen ondergedoken zaten. Ik heb één keer geprobeerd erover te praten, maar het lukte niet. Het verleden is zo vastgeroest.”

Blom-Post heeft haar moeder hoog in het vaandel staan. “Het is ongelofelijk hoe ze met het verzetsverleden is omgegaan. Als vrouw van een verzetsheld is ze nooit aan haar eigen problematiek toegekomen.”

Na de oorlog zijn straten, scholen en een kazerne vernoemd naar Johannes Post. Volgens zijn dochter is dat te danken aan het boek van Anne de Vries, de man die eind jaren veertig schreef over het verzetswerk van Post. “Het was duidelijk dat er na de oorlog aandacht moest komen voor het verzet. Er werden mensen uitgepikt en vader was daar één van. In protestants kerkelijk Nederland viel dat wel goed.”

Wat voor beeld schetst Anne de Vries van uw vader?

“Anne de Vries zette mijn vader neer als een zeer gelovig man, dat was hij ook. Maar De Vries heeft er een evangelisatieroman van gemaakt. Hij plaatste ­vader op een voetstuk en maakte hem daarmee onbereikbaar.

“Het einde is zo walgelijk. Hij ­beschrijft daarin hoe mijn vader zich volledig overgeeft aan God. Ik kan dat niet geloven. Hij heeft bepaalde dingen gewoon bedacht.”

Aan het einde van de VPRO-documentaire wordt Trijneke de vraag voorgelegd wat ze nog van haar vader zou willen weten. Ze zegt dan: ‘Hoe heb je ons in de steek kunnen laten?’

Wat een heftige vraag

“Ik ben daar nog altijd mee bezig. Waar waren wij, de kinderen, toen hij de ­beslissing nam om die overval aan de Weteringschans alsnog door te zetten? Hij dacht waarschijnlijk: dat gezin is goed ondergebracht en God zal zorgen. Dat was zijn uitgangspunt. Het was zijn geloof.”

Trijneke heeft daar moeite mee. Net als met de tekst die op de grafsteen in Overveen is gegraveerd: ‘God vergist zich niet.’ “Hoe kun je geloven dat God bepaalt wanneer je leven moet eindigen? Hoe zit het dan met die zes miljoen Joden?”

Ze laat een korte stilte vallen en dan vervolgt ze: “Ja, voor mij blijft die vraag open. Misschien is het ook wel karakter. Je geeft nooit op. Ik herken dat. Het zal bij vader ook een rol hebben ­gespeeld.”

2doc-documentaire: De erfenis van een verzetsheld. 29 april, 20.25 uur, NPO2. www.vpro.nl/johannespost
Tentoonstelling in museum De Duikelaar in Nieuwlande, vanaf vrijdag 10 mei. Gezocht: Johannes en Marinus Post.

Lees ook:

Kleuterjuf in een dapper Drents dorp

Ze gaf niet alleen les aan de kleuters van Nieuwlande, Cok hielp ook in het verzet. Zoals zoveel inwoners.

Verzet opereerde onder onvoorstelbare druk

De Knokploeg-Westland heeft vreselijke dingen gedaan. Maar om het hele verzet over een kam te scheren, gaat te ver, schrijft Geert C. Hovingh, historicus en biograaf van de Drentse verzetsstrijder Johannes Post.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden