Hoe komt een ouder ertoe zijn kinderen te doden?

Volgens forensisch psycholoog Hjalmar van Marle zijn mensen die hun kinderen doden niet gestoord, maar wel in grote psychische nood. Ria raakte in 1993 zozeer in een depressie verstrikt dat zij plannen maakte zichzelf en haar kinderen te verdrinken.

’Toen ik deze week in de krant het bericht las over de Belgische moeder die haar kinderen doodde en daarna probeerde zelfmoord te plegen, dacht ik: dit had ik kunnen zijn. Zij moet in een soortgelijke cocon hebben gezeten als ik destijds. Het heeft me een hoop strijd gekost om die wanhoopsdaad te voorkomen.

„We waren thuis met zijn zevenen. Vijf jongens en twee meisjes. Mijn vader was boer, mijn moeder huisvrouw. Er werd weinig gesproken in ons gezin. Wanneer iemand tijdens de maaltijd zijn mond open deed, sloeg mijn vader met een doekje op tafel. Praten was tijdverspilling. Er moest gewerkt worden.’s Morgens stond hij vroeg op om de koeien te melken. Tussen de middag ging hij slapen en wilde hij dat mijn moeder meeging. Om niet door lawaai van spelende kinderen gestoord te worden, stuurden ze ons ook naar bed.

„In die middaguren heeft mijn oudste broer me zeven jaar lang misbruikt. Van mijn vijfde tot mijn twaalfde. De broer boven mij en onder mij betrok hij bij zijn seksuele escapades, maar ik zie hen niet als dader, eerder als slachtoffer. Ze waren te klein om te weten waar ze mee bezig waren. Mijn oudste broer niet. Die was twaalf toen hij ermee begon. Het funeste van incest is dat de meest vertrouwde omgeving onveilig wordt. Ik vermeed het voorhuis waar het misbruik plaatsvond, vluchtte steeds naar achter, naar de dieren. Na al die jaren betrapte mijn moeder hem een keer. Ze riep me bij zich terwijl ze gehaktballen stond te draaien aan het aanrecht en zei: ‘Wat ik daar zag, wil ik nooit meer zien en ik wil ook niet dat je er ooit met iemand over praat’. Ik heb geen idee of ze ook met mijn broer gesproken heeft.

„Maar toen is het misbruik wel gestopt. Na mijn moeders opmerking begreep ik pas hoezeer het niet klopte wat er was gebeurd en ik voelde me verschrikkelijk schuldig. Ik had iets verwerpelijks toegelaten. Ik was altijd al een verlegen meisje, maar ik maakte me daarna nog kleiner en onzichtbaarder. Ik sprak er met niemand over, potte al mijn emoties op. Rond mijn zeventiende kreeg ik suïcidale gedachten. Voor mij hoefde het niet meer. Ik voelde me vuil, vies, niemand. Ik kon er net zo goed niet zijn. Ik ben die herfst van 1967 regelmatig langs het kanaal gelopen, wachtend op de winter, wanneer het water koud genoeg zou zijn om onderkoeld te raken en te verdrinken. In diezelfde herfst kreeg ik drie keer achter elkaar een ongeluk. Eerst reed ik met mijn brommer tegen een auto, twee maanden later botste ik tegen twee fietsers die onverwacht afsloegen, en weer een maand later sloeg de auto waarin ik met mijn broer en een vriend zat bij een onverwachte inhaalmanoeuvre over de kop. De jongens kropen door de voorruit over de motorkap naar buiten, ik kroop achter hen aan en op dat moment klapte een tegenligger tegen de auto. Die was total loss, maar wij drieën overleefden het ongeluk wonderbaarlijk genoeg zonder kleerscheuren. Ik draag nog altijd een krantenberichtje in mijn portemonnee met de kop: auto kapot, inzittenden heel. Ik zag het als een vingerwijzing van boven. Blijkbaar mocht ik nog niet dood, moest ik nog iets in deze wereld. Dat was een keerpunt.

„Ik had jongens altijd verre van me gehouden, maar toen ik op mijn tweeëntwintigste Hans ontmoette durfde ik het aan. Hij was anders, ik vertrouwde hem, al moest ik nog wel schroom overwinnen om daadwerkelijk de stap naar een relatie te zetten. Ik twijfelde of ik hem moest vertellen van mijn incestverleden. Omdat ik bang was dat hij me dan misschien zou verlaten besloot ik het voor hem te verzwijgen. Negen jaar later signaleerde ik bij een leerlinge op school - ik was inmiddels lerares - vluchtgedrag dat ik herkende. Ik vroeg of er ooit iemand tegen haar zin aan haar had gezeten. Ze beaamde het. Dat is de allereerste keer dat ik over mijn eigen ervaring heb verteld. Daarna heb ik er ook met Hans over gesproken. Hij schrok, maar hield niet minder van me. Wel leek het hem beter om het onderwerp verder te laten rusten, er niet met mijn familie over te spreken. Ze zouden het toch ontkennen. Dat voelde hij goed aan, maar het zat me enorm dwars dat ik opnieuw moest zwijgen. Ik nam het mijn moeder kwalijk dat ze me niet de bescherming had gegeven die ik als kind nodig had. De spanning en frustratie die zich geleidelijk aan ophoopten, reageerde ik af op onze drie kinderen. Ik begon ze uit pure onmacht te mishandelen. Sloeg ze, schopte ze. Ik begreep toen dat ik toch nog iets met mijn moeder uit te zoeken had.

„In november 1992 schreef ik haar een brief waarin ik vertelde dat mijn broer mij zeven jaar lang seksueel misbruikt had. Ik hoopte dat ze zou bellen maar toen ik na twee weken nog geen reactie had gekregen, belde ik haar zelf. Ze zei dat het niet waar was wat ik schreef, terwijl ze beter wist. Ze had het notabene zelf gezien. Ik heb huilend de telefoon erop gelegd.

„Een paar maanden later belde ik opnieuw om telefonisch afscheid van haar te nemen. Ze reageerde dat ze nog met zoveel vragen zat, maar voor mij hoefde het op dat moment niet meer. Het was te laat. Ik voelde me van god en iedereen verlaten, begon te malen en te piekeren en gleed weg in een depressie. Mijn wereld werd kleiner, de suïcidale gedachten sterker. Maart 1993 wist ik dat ik niet verder wilde leven. Omdat ik vond dat ik de kinderen - toen acht, zes en drie jaar oud - niet zonder moeder kon laten opgroeien, besloot ik hen mee de dood in te nemen. Mijn denken was zo verkokerd dat ik me geen moment realiseerde dat ik Hans zijn kinderen zou ontnemen en mijn schoonouders hun kleinkinderen. Toen me dat vele jaren later duidelijk werd, ben ik er een paar dagen kapot van geweest.

„Hans zag wel dat ik depressief was, maar had geen idee welke gedachten er allemaal in mijn hoofd rondspookten. Ik liet niets merken. Speelde een rol, daar was ik goed in, dat had ik mijn hele leven gedaan.

„Ik besloot met de auto de rivier in te rijden, dan zou het een ongeluk lijken. Ik was ervan overtuigd dat uit het leven stappen met de kinderen het beste was voor iedereen. De dag moest ik nog bepalen, ik had twee plaatsen in mijn hoofd die ik eerst wilde verkennen. Ik wilde het een ongeluk laten lijken omdat dat voor nabestaanden beter te verwerken zou zijn dan gezinsdoding. Daarom zou ik ook geen afscheidsbrief achterlaten.

„Kort na dat besluit keek ik met mijn oudste dochter naar het Belgische journaal. Er zat een item in over een vader die zijn kinderen en zichzelf van het leven had beroofd. Mijn achtjarige dochter zei: ‘Mam, zoiets doe je toch niet, je maakt je kinderen toch niet dood.’ Ik staarde haar aan en dacht: wat gebeurt hier, waarom zien we dit nieuws, waarom zegt ze dit nu? Er moet een engeltje op mijn schouder hebben gezeten. Op dat moment ging de knop om , kwam ik terug op aarde. Waar was ik in godsnaam mee bezig? Het was volstrekt onacceptabel dat ik mijn kinderen het leven zou benemen. Dat betekende dat ik zelf ook verder moest, want ik vond nog steeds dat ze niet zonder moeder mochten opgroeien. Ik ben hulp gaan zoeken en krabbelde langzaam uit het dal. Zat veel op de bank, keek eindeloos naar ’The Bold en the Beautiful’, ’Goede Tijden Slechte Tijden’ en breide de ene trui na de andere. Eenmaal in therapie vertelde ik Hans van mijn plannen. Hij heeft me aangehoord, weinig gezegd. Ik besloot verdere stappen te ondernemen en zocht mijn moeder op. Ze gaf me bij aankomst geen hand. ’Jij wilt niet meer bij de familie horen’, zei ze. Dat had ik nooit geschreven, nooit gezegd. Ik wilde alleen praten, maar het gesprek leidde nergens toe. Ik zocht tevergeefs erkenning. Na een half uur ben ik vertrokken. Na dat gesprek heb ik mijn broers en mijn zusje een aangetekende brief gestuurd over het verleden. De broer die nooit bij de incest betrokken was geweest, vertelde dat een van de anderen hem had gebeld om te waarschuwen dat er een brief vol leugens aankwam. Maar hij geloofde me. Hij zei: ’Ik heb me vroeger vaak afgevraagd wat er zich allemaal afspeelde in de andere kamer, maar nu begrijp ik het’. Van de andere vijf hoorde ik niets.

„In 1993 stierf mijn moeder. Dertien uur na haar overlijden belde mijn oudste broer om zijn spijt te betuigen over wat er vroeger gebeurd was. Ik zei: ‘Dat had je aan mama moeten vertellen. Zij gaat nu met een leugen over mij het graf in’. Ik was op de begrafenis maar stond niet in het rijtje bij de condoleance, dat wilde ik niet. Eind 1993 schreef ik mijn broer een brief waarop hij reageerde dat hij bereid was tot een gesprek met een derde erbij. Dat werd een predikant. Ik vertelde mijn broer wat het misbruik met mij gedaan had en dat het er uiteindelijk toe had geleid dat ik mijn kinderen en mezelf had willen doden. Ik vroeg hem wat dat met hem deed. Niets. Dat was ons laatste gesprek. Een paar maanden later droomde ik dat mijn moeder zich omdraaide in haar graf en ik dacht: ze weet het, nu is het goed. Ik heb een afscheidsbrief aan haar geschreven en die bij haar graf voorgelezen.

Pas vorig jaar heb ik mijn kinderen verteld dat ik hen om het leven had willen brengen. Ze zeggen dat ze het me niet kwalijk nemen. Meer willen ze er niet over kwijt. Door therapie heb ik eindelijk geleerd om mezelf te zijn. Ik hoef geen rol meer te spelen. Niet dat het bestaan nu over rozen gaat. Elke dag is voor mij nog een moeilijke dag, maar er is blijkbaar iemand die me steeds bij mijn nekvel pakt en zegt: je moet door. Dus ga ik door.”

In verband met de privacy is Ria's achternaam weggelaten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden